Enkele maanden voordien, luttele dagen na de
Europese tour die hem naar het Antwerpse Hof Ter
Lo en de Spirit Of ‘66 in Verviers voerde,
werd hij door een beroerte getroffen die zijn
spraakvermogen aantastte.
Bo is de uitvinder van de naar hem genoemde
karakteristieke hypnotische verende beat die
later meermaals gekopieerd werd. ‘The
Originator’ trad sinds ‘58
onveranderlijk op met hoed, grote zwarte bril en
een rechthoekige gitaar. Een wat groot
uitgevallen sigarendoos, waaruit hij zijn
grensverleggende riffs ontlokte. Zijn composities
waren vaak niet meer dan op die typerende riffs
geënte slogans. Het volledige oeuvre was
opgebouwd met variaties op hetzelfde thema. Het
was een ongemeen krachtige rudimentaire beat die
een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefende
op een generatie artiesten uit de rock- en
blueswereld, die de hitsige junglebeat overnam.
Luister nog maar eens naar die afgekapte ritmiek
van Buddy Holly’s ‘Not Fade
Away’. Ook de Rolling Stones injecteerden
in hun vroegere werk een behoorlijke dosis
Diddley-beats , evenals The Doors.
Diddley
werd op 30 december 1928 geboren in McComb,
Mississippi als Ellas Otha Bates en na adoptie
van moeders neef Gussie herdoopt tot Ellas
McDaniel. Op jonge leeftijd verhuisde het gezin
McDaniel naar Chicago. De jonge Ellas leerde
viool spelen maar schakelde over op gitaar nadat
hij John Lee Hooker aan het werk gezien had.
Zijn eerste single voor het Chesslabel ‘Bo
Diddley’/ ‘I’m A Man’ was
meteen een voltreffer in 1955. De destijds wat
futuristisch klinkende tremologitaar en de
broeierige ritmiek van ‘Bo Diddley’
blijken meer dan een halve eeuw geenszins
gedateerd. Hetzelfde kan gezegd worden van de
door een beenharde beat en harmonica aangedreven
macho-epos ‘I’m A Man’. Nog
hetzelfde jaar voelde de grote Muddy Waters zich
niet te beroerd om met een zinderende variant uit
te pakken ‘Mannish Boy’, de
machothematiek zat hem als gegoten.
Later volgden nog ‘Who Do You Love’,
‘Before You Accuse Me’,
‘Crackin’Up’,
‘Roadrunner’ en ‘Mona’
die enkel de R&B hitlijsten haalden en door
talloze blanke en zwarte artiesten gretig
gecoverd of scrupuleus geïmiteerd werden.
In
de vroege jaren was er op het Britse eiland een
eerder beperkte cultaanhang. Dat verandert als
naast The Stones, Animals, Kinks, Manfred Mann,
Yardbirds… in de rij staan voor
Diddley-stuff. The Pretty Things ontleenden zelfs
hun naam aan een Diddley song. Ook artiesten
zoals Dave Edmunds, The Clash, Straycats,…
zijn in niet geringe mate schatplichtig.
Aan de overkant van de oceaan leenden Bobby
Parker, (Roadrunner, de eerste carsong) Mitch
Ryder, The Doors (Who Do You Love) en later Bob
Seger en George Thorogood materiaal en massieve
snarenriffs van de gitaarslinger.
Zelf bleef een enigszins gefrustreerde Diddley,
niet zelden in het wat schimmige nostalgische
package circuit toeren tot het bittere einde.
Afgezien van een eindeloze reeks compilaties en
liveregistraties was er de laatste jaren op het
platenfront weinig nieuws te rapen. Op het in
’96 uitgebrachte ‘A Man Amonst
Men’ wordt de veteraan bijgestaan door
gitaarvolk als Keith Richards, Ron Wood, Jimmy
Vaughan en horen we de harmonica van Billy Boy
Arnold die veertig jaar eerder op de initiële
Chess-sessies al van de partij was.
De impact van Bo Diddley, die zowel in the Rock
‘n’ Roll Hall Of Fame’ als het
gelijknamige Blues instituut werd opgenomen, is
nauwelijks te overschatten en zal wellicht nog
verder leven zo lang er muziek bestaat. En niet
in het minste bij ondergetekende die uitgerekend
ten tijde van de release van Diddley’s
debuut op de wereld werd gezet. Voor de
gelegenheid laten we als eerbetoon nog eens de
massieve Diddley-beat door de luisprekers
schallen en als losgeslagen idioten luidkeels
“Mama don’t allow no twistin in the
hall” meebrullen.
Cis Van Looy
Foto’s: Danny Ducati (genomen tijdens zijn concert in Hof ter Lo 2007)



