We hebben allemaal al eens gehoord over het getto. Maar welke impact heeft dit gehad op de muziek? Wel, lees verder…
BARRY WHITE
|
DONNA HATHAWAY
|
GEORGE BENSON
|
ARETHA FRANKLIN
|
Volgens het woordenboek staat het woord getto voor:
een deel van een stad waarin leden van een
minderheidsgroep samenleven, specifiek omwille van
sociale, legale of economische druk. De oorsprong van
de term “getto” komt van het Venetiaans
Getto in Venetië, waarin Joden verplicht werden om
samen te leven. Het woord “getto”
betekent eigenlijk gieterij in het Italiaans,
verwijzend naar de gieterij die op hetzelfde eiland
gevestigd was als de Joodse nederzetting.
Uiteraard zijn we allen meer vertrouwd met de Nazi
variante ervan. De overeenkomstige Duitse term was
“Judengasse”, en kwam in zwang in bezet
Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1944),
wanneer de Joden verplicht werden om in getto’s
samen te leven, vooraleer hun deportatie naar
concentratie- en dodenkampen. De term
“getto” heeft vandaag de dag nog steeds
dezelfde betekenis, maar verwijst ook naar een
bredere waaier van sociale situaties, zoals iedere
stedelijke buurt, die door armoede getroffen is. Een
getto kan op drie manieren ontstaan: 1) als
ingangspunt voor raciale minderheden, of immigranten;
2) wanneer de meerderheid geweld of legale barrières
gebruikt om minderheden in specifieke delen te
dwingen; en 3) wanneer de meerderheid akkoord is om
meer te betalen dan de minderheden om bij zijn eigen
rasgenoten te leven.
Uiteraard bestaan er in verschillende landen
getto’s (UK, Ierland, Scandinavië, Roemenië,
Bulgarije), maar diegene die ik hier wil bekijken
zijn die in de USA, omdat die muzikaal voor
inspiratie zorgden.
De Ierse immigranten uit de negentiende eeuw waren de
eerste etnische groep die etnische enclaves vormden
in de Amerikaanse steden, gevolgd door de Italianen
en de Polen, op het einde van de negentiende en in
het begin van de twintigste eeuw. Ierse en
Oost-Europese immigranten leefden toen nog meer
gescheiden dan zwarten dat vandaag doen. Andere
etnische getto’s in New York waren de Lower
East Side in Manhattan, wat tot de jaren negentig
voornamelijk Joods was, en uiteraard Spanish Harlem,
de thuisbasis van een grote Puerto Ricaanse
gemeenschap, die terugging tot de jaren dertig.
Tussen de afschaffing van de slavernij en de
aanneming van de wetten op de burgerrechten tijdens
de jaren zestig, dwongen discriminerende wetten de
stedelijke Afro-Amerikanen om samen te leven in
specifieke buurten, die bekend werden als de
getto’s. Veertig jaar na de strijd om de
burgerrechten (1955-1968) blijft de USA nog steeds
een residentieel gescheiden gemeenschap, waarin
zwarten en blanken in verschillende buurten, met een
groot kwaliteitsverschil, samenleven. En die raciale
segregatie kan leiden tot sociale, economische en
politieke spanningen. De meeste van deze
getto’s kwamen tot stand tijdens de Grote
Migratie (1914-1950), tijdens dewelke meer dan één
miljoen Afro-Amerikanen uit het agrarische Zuiden van
de USA wegtrokken naar het Noorden. Ze wilden het
racisme in het Zuiden ontlopen en noordwaarts een
beter leven zoeken. Tijdens de jaren na de Tweede
Wereldoorlog verhuisden veel blanke Amerikanen van de
binnensteden naar de buitenwijken, een procedure die
beter bekend staat als de “white flight”.
Die kwam er als reactie op de verhuis van zwarten
naar blanke stadsdelen, en blijft een belangrijke
oorzaak in de verspreiding van stedelijke
achteruitgang. Zwarten konden zich de huizen in de
buitenwijken niet veroorloven. Discriminerende
praktijken, bedoeld om de blanke buitenwijken te
beschermen, belemmerden de mogelijkheid van zwarten
om vanuit de binnenstad naar die buitenwijken te
verhuizen. Als reactie op de massale aankomst van
zwarten begonnen banken, verzekeringen en andere
firma’s hun diensten op te slaan. Zo ontzegden
ze de zwarten het gebruik van banken, verzekeringen,
jobs, gezondheidszorg, supermarkten enz. Ook zorgde
de bouw van snelwegen doorheen zwarte wijken voor
isolatie. Niettegenstaande het algemeen gebruik van
de term “getto” een arm, cultureel of
rassengescheiden stadsdeel inhoudt, beleefden
diegenen die er woonden het als positief. Voor vele
Afro-Amerikanen was het getto een thuis, waar ze hun
authentieke zwartheid en hun gevoel, passie of
emotie, getrokken uit de strijd en het leed om zwarte
te zijn in Amerika, konden uiten.
Uiteraard bestaan er ook nog andere getto’s,
bvb. de Chinatowns, waarin de Chinese immigranten van
de jaren 1850 in de Amerikaanse steden opdoken. En
dan zijn er ook de Little Italy’s, met
uiteraard Italianen. En tenslotte zijn er nog de
Barrio’s, die een thuis vormen voor de
Spaanssprekende minderheden (vooral Mexicanen en
Latino’s).
Maar één van de meest bekende getto’s is
Spanish Harlem, ook gekend als El Barrio of East
Harlem. Het is een buurt met lage inkomens in Haarlem
in New York City, meer bepaald in het noordoostelijk
deel van Manhattan. Alhoewel het de grootste Latino
gemeenschap is, omvat het voormalig Italian Harlem,
en een kleine Italiaansamerikanisme gemeenschap
langsheen Pleasant Avenue. Sinds de jaren vijftig
overheersen echter de Puerto Ricanen, ook Nuyoricans
genoemd. De buurt wordt begrensd door de Harlem
rivier in het noorden, de East rivier in het oosten,
East 96th Street in het zuiden en 5th Avenue in het
westen. Historisch gezien ligt het centrum East 116th
Street oostwaarts vanuit 5th Avenue tot de
beëindiging met FDR Drive. Er wonen ongeveer honderd
zeventienduizend mensen. Al decennia lang is East
Harlem één van de armste wijken in de USA. Ongeveer
de helft van de bevolking leeft onder de
armoedegrens, en krijgt openbare steun.
De constructie van de verhoogde transit naar Harlem
tijdens de jaren 1880 verstedelijkte de buurt, en er
kwamen ook appartementsgebouwen. Eerst werd het
bevolkt door Duitse immigranten, maar kort daarna
begonnen Ierse, Italiaanse, Libanese en
Russisch-Joodse immigranten zich te vestigen. In East
Harlem domineerden al gauw de Zuid Italianen en de
Sicilianen, en de buurt werd bekend als Italian
Harlem. Puerto Ricaanse immigranten stichten na de
Eerste Wereldoorlog een enclave in het westers
gedeelte van Italian Harlem (rond 110th Street en
Lexington Avenue), en dat werd bekend als Spanish
Harlem. Maar wanneer na de Tweede Wereldoorlog
stilaan de Italianen wegtrokken en de Latino’s
aankwamen, waaierde dat gebied uit tot gans Italian
Harlem. Spanish Harlem was één van de zwaarst
getroffen gebieden tijdens de jaren zestig en
zeventig, toen New York City kampte met geldtekort,
rassenrellen, ontstedelijking, druggebruik, misdaad
en armoede. En met de groei van de Latino bevolking,
breidde het getto zich uit.
Vandaag de dag leven hier immigranten van overal ter
wereld. Ze komen uit Yemen, uit de Dominicaanse
Republiek, uit Centraal en Zuid Amerika, uit Korea,
China of Haïti. Komt daarbij nog dat de yuppies het
te duur vinden om in Manhattan te wonen en voordeel
putten uit de lage huurprijzen.
Het is voor de bewoners zeer moeilijk om aan gezond
voedsel te geraken, en volgens een rapport van het
departement voor stadsplanning uit april van dit
jaar, is Spanish Harlem het stadsdeel met het hoogste
niveau aan ziekten die verband houden met een tekort
aan vers voedsel. Dat komt uiteraard door een hoge
bevolkingsgraad en een gebrek aan naburige
supermarkten. De buurtbewoners hebben weinig toegang
tot vers fruit en groenten. Buurtwinkels hebben
slechts een beperkt aanbod aan fruit en groenten, en
die zijn van mindere kwaliteit en soms nog duurder
dan de producten uit de supermarkt. Ook betaalbare
producten en vlees zijn niet genoeg voorhanden. Dit
alles leidt tot ongunstig dieet, met een hoge graad
aan zwaarlijvigheid en diabetes. Want in East en
Central Harlem gaan de bewoners naar fastfood
restaurants en kleine bodega’s. En gezien er
geen fitnesscentra zijn, resulteert dat in
gezondheidsproblemen en zwaarlijvigheid.
Sociale problemen die geassocieerd worden met
armoede, zoals misdaad en drugsverslaving tieren
welig. Het geweld zou verminderd zijn, maar toch
blijft de misdaad in dit stadsdeel hoger dan in
andere delen. Men gaat ook vroeger van school af, en
studenten moeten doorheen metaaldetectoren en
identiteitsscanners om binnen te raken.
Drugsverslaving is er een serieus probleem. De meeste
van de mannen zijn op één of ander punt in hun leven
gearresteerd. En regelmatig zet de politie de buurt
af om misdadigers op te pakken. Spanish Harlem is dan
ook de thuisbasis voor heel wat gevangenen.
En gezien men een tekort heeft aan betaalbare
plaatsen, is dakloosheid een groot probleem.
Verschillende families wonen in hetzelfde
appartement. Toch heeft het stadsbestuur, samen met
verscheidene private organisaties, een aantal
initiatieven op poten gezet om goedkoop te wonen.
Er zijn bewoners die denken dat de buurt een nieuwe
naam moet krijgen, en dat is “SpaHa”,
omwille van de overeenkomsten met SoHo en TriBeCa,
die in Spanish Harlem de kop opsteken.
En nu muzikaal bekeken…
Heel wat bekende artiesten hebben hier geleefd en
gewerkt, zoals Tito Puente (110th Street werd Tito
Puente Way genoemd), en Ray Barretto. Maar de beste
voorbeelden in popcultuur zijn de songs
‘Spanish Harlem’ van Ben E. King, en
‘Lucy’s Spanish Harlem’ van Louie
Ramirez.
‘Spanish Harlem’ is een song die
uitgebracht werd door Ben E. King in 1961 op
Atco/Atlantic Records. Ze werd geschreven door Jerry
Leiber en Phil Spector. Alhoewel King best bekend is
voor zijn succesnummer ‘Stand by Me’,
kwam ‘Spanish Harlem’ daarvoor. King
woonde tijdens zijn jeugd ook in Harlem. De song was
zijn eerste hit nadat hij de groep The Drifters, die
hij jarenlang geleid had, in 1960 verlaten had. De
Latino getinte ballade vertoont Spaanse gitaar,
marimba en drum, en klom hoog in de charts. En de
plaat kwam op de driehonderd negenenveertigste plaats
terecht in de Rolling Stone’s 500 Greatest
Songs of All Time. Aretha Franklin bracht een cover
van de song uit in de zomer van 1971, die het nog
beter deed dat het origineel, en tot nummer één
doorstootte. De single ging dan ook voor goud. Dr.
John speelde keyboards op haar versie. Aretha paste
de tekst lichtjes aan van “A red rose up in
Spanish Harlem” naar “The rose is black
in Spanish Harlem”.
Later coverden nog tal van andere artiesten het
liedje zoals o.a..The Mamas and the Papas (1966),
Slim Smith (1968), Kenny Rankin (2002), Willy
DeVille, The Cats, Geoff Love, Percy Faith, Janet
Seidel, Chet Atkins, Laura Nyro, Rebecca Pidgeon,
Neil Diamond, Cliff Richard, Bowling for Soup, Tom
Jones en Herb Alpert’s Tijuana Brass.
Uiteindelijk nam Phil Spector zelf zijn versie van de
song op, die staat op de cd ‘Wall of Sound
Retrospective’ uit 2006.
In 1961 werd het nummer vertaald in het Frans als
‘Nuits d’Espagne’ door L. Salvet
& L. Morisse, en het werd opgenomen door Dalida.
Voor de Duitse versie was het wachten op Carl Ulrich
Blecher met ‘Das ist die Frage aller
Fragen’, en die werd dan weer opgenomen door
Cliff Richard (nummer één in Duitsland en Oostenrijk)
en door Howard Carpendale.
Heel wat Afro-Amerikaanse artiesten en muzikanten
werden geboren en groeiden op in een getto, zoals
o.a. wijlen Tupac Shakur, John Lee Hooker, wijlen
Notorious B.I.G., Snoop Dogg, Dr. Dre, wijlen Nina
Simone en Cab Colloway, om er maar een paar op te
noemen. Heel wat van hun muziek komt voort uit hun
eigen lijden en ervaringen met het leven in het
getto, zoals bvb. Nina Simone’s
‘Mississippi Goddam’, John Lee
Hooker’s ‘Rent Blues’, Grandmaster
Flash and the Furious Five’s ‘The
Message’, Donny Hathaway’s ‘The
Ghetto, Pt. 1’, Huey’s ‘Nobody
Loves the Hood’ en Calloway’s
‘Minnie the Moocher’. In de USA en in de
UK is het woord getto in de populaire cultuur
dikwijls verheerlijkt, en soms gebruikt als een
adjectief om een bepaalde manier van kledij, spraak
en gedrag te beschrijven, nl. “ghetto
fabulous”.
Ik wil even dieper ingaan op de song ‘The
Message’. Deze old school hiphopsong van
Grandmaster Flash and the Furious Five werd door
Sugar Hill Records uitgebracht als een single in
1982. Later kwam het op de elpee met dezelfde naam.
De tekst ervan was één van de eerste om in het
rapgenre te praten over de moeilijkheden van het
leven in het getto. Het liedje werd geschreven door
Sugar Hill sessiemuzikant Ed “Duke
Bootee” Fletcher en Furious Five MC Melle Mel.
Alhoewel de namen van de overige groepsleden ook op
de plaat staan, waren ze niet geïnteresseerd in het
opnemen van de song, en zijn ze niet terug te vinden
op de definitieve track. Het nummer duurt zeven
minuten en tien seconden. Het synthesizerarrangement
eruit werd nadien gesampled door populaire
rapartiesten zoals Ice Cube, Puff Daddy enz. De zin
“Don’t push me ‘cuz I’m close
to the edge’ uit het refrein werd één van de
meest bekende in de rapgeschiedenis. De teksten eruit
werden ook weer door andere rapartiesten overgenomen.
Het nummer werd zelfs opgenomen voor verschillende
videospelletjes. Vorig jaar werd Grandmaster Flash
and the Furious Five de eerste hiphopgroep die
opgenomen werd in de Rock and Roll Hall of Fame. En
de plaat zelf kwam op de éénenvijftigste plaats
terecht in de Rolling Stone’s 500 Greatest
Songs of All Time.
Nu ga ik chronologisch enkele songs bekijken die als
titel hebben “het getto”:
‘In
the Ghetto’
Deze song werd geschreven door Mac Davis en was
oorspronkelijk getiteld ‘The Vicious
Circle’. Het nummer werd de hitparade
ingezongen door rock and rollster Elvis Presley. Hij
nam het op in 1969 als single, met op de achterkant
de Bacharachcover ‘Any Day Now’. Het
duurt twee minuten en vijfenveertig seconden.
Nochtans staan op een verzamelelpee van Elvis als
songwriters Scott & Davis vermeld. Het nummer
gaat over een jongeman die geboren wordt en opgroeit
in het getto, steelt en vecht, uiteindelijk
neergeschoten wordt en sterft. Het was Elvis zijn
eerste Top Tien hit in de USA in vier jaar, en ging
tot nummer drie in de charts. Het werd opgenomen in
de American Sound Studio in Memphis, Tennessee, samen
met o.a. ‘Suspicious Minds en
‘Don’t Cry Daddy’. Oorspronkelijk
vreesde men dat de song Presley’s reputatie
voor politieke ongerichtheid zou schaden, maar hij
hield van de song en nam ze toch maar op. Vele jaren
later nam zijn dochter Lisa Marie Presley het op als
een duet om geld in te zamelen voor de Presley
Foundation. Die song kwam op iTunes terecht, en
bereikte daar nummer één in de USA. Door de videoclip
kwam er een controverse op gang, want er waren heel
wat wapens in te zien. Na Elvis is het nummer heel
wat gecoverd door o.a. Nick Cave and the Bad Seeds
(debuutsingle in 1984), The Cranberries, Merle
Haggard, Dolly Parton, Three Six Mafia, Frank Flynn
en Natalie Merchant. Tevens bestaan er een aantal
parodieën op, zoals bvb. Paul Shanklin’s
‘In A Yugo’, of Ian Stuart’s
‘In the Ghetto’, of El Vez’
‘En el Barrio’. En Ashley Tisdale nam een
herwerkte versie op met producer Timbaland.
‘Woman of the Ghetto’
De zwarte zangeres Marlena Shaw werd geboren in New
Rochelle, New York in 1942. Ze werd ontdekt door
Chess Records in 1966. Ze bracht haar twee eerste
elpees uit op het Cadet label. De song ‘Woman
of the Ghetto’ dateert uit 1969, en is terug te
vinden op de elpee ‘Spice of Life’. Het
nummer is geschreven door Richard Evans (de
componist/producer/arrangeur van The Soulful
Strings), Bobby Lee Miller, en door Marlena zelf. Zij
is zelfverzekerd in haar vertolking als vrouw uit het
getto, haar oplossing voor het praktisch probleem.
Indien u niet naar het getto komt, dan zal Marlena
het tot bij u brengen. Het arrangement in het nummer
bouwt langzaam op, met een pulserende baslijn, en
duurt meer dan vijf minuten. Maar succes op de
hitparade zat er niet in.
Later zou er nog een Jamaicaanse versie komen van
Marcia Griffiths, Hortense Ellis en Phyllis Dillon.
Uiteraard is het ook gesampled door o.a. Lyrics Born
en No ID.
‘The Ghetto Pt. 1’
Deze sociaal bewuste, grotendeels instrumentale
funk/soulsong werd als eerste single getrokken uit de
debuutelpee ‘Everything Is Everything’
van de Amerikaanse soulzanger Donny Hathaway. Het
nummer was opgenomen in 1969, en kwam in 1970 uit op
Atco/Atlantic Records. Op de achterkant van het
singletje stond het vervolg, ‘The Ghetto Pt.
2’. De duur van de song was zes minuten vijftig
seconden. Ze werd geschreven door Donny Hathaway en
door zijn toenmalig kamergenoot aan de universiteit,
Leroy Hutson, de latere leadzanger van de groep The
Impressions. Donny speelde elektrische Wurlitzer
piano en zong. Door de constante herhaling van de
titel en het gebruik van conga’s, had de song
een Afro-Cubaanse sound. Ook kwamen er stukjes
dialoog in voor, van mannen die op de hoek van de
straat stonden te praten, en tevens het gehuil van
een baby. Toen ze uitkwam was er maar een beperkt
hitparadesucces voor weggelegd. In 1972 kwam dan de
elpee ‘Live’ uit, waarop Hathaway en zijn
kompanen de song iets sneller speelden. Naar het
einde toe liet Donny het publiek meezingen in vraag
en antwoord. Het eerste deel van die
‘Live’ elpee werd overigens opgenomen in
‘The Troubadour’ in Hollywood. Ook nog op
diezelfde ‘Live’ elpee staat het nummer
‘Little Ghetto Boy’, dat opgenomen werd
in The Bitter End in New York City in 1971. Donnie
had dit nummer opgenomen voor de soundtrack van de
film ‘Come Back Charleston Blue’, maar
het werd als enige single uit de elpee getrokken. In
1974 zou Leroy Hutson het nummer zelf opnemen en
uitbrengen onder de titel ‘The Ghetto
‘74’. Sindsdien is de song meermaals
gecoverd door hiphopartiesten, zoals door Too Short,
waarop Gerald Levert het refrein inzingt. Ik bezit
ook een versie van George Benson uit 2000, te vinden
op zijn cd ‘Absloute Benson’, waarop
Crusadersman Joe Sample piano, orgel en synthesizer
speelt. Bovendien gaat dit nummer over in ‘El
Barrio’, dat George schreef samen met Kenny
Gonzalez en Louie Vega.
‘The World is a
Ghetto’
Sinds de multiraciale Californische groep War zich
distantieerde van leadzanger Eric Burdon, gingen ze
de funky kant op. Met het nummer ‘The World is
a Ghetto’ uit november 1972 op United Artists,
haalden ze nummer één in de charts. Het nummer is
geschreven door de groepsleden Papa Dee S. Allen
(percussie), Harold Brown (drums), Morris
“B.B.” Dickerson (bas), Leroy
“Lonnie” Jordan (keyboards), C. Miller,
L. Oskar en H. Scott . Het vertelde over de essentie
van het leven in getto, en behaalde goud. De
elpeeversie duurde meer dan tien minuten. Op die
gelijknamige elpee (hun vijfde op rij), die funk
mixte met blues, jazz en progressieve rock stonden
nog meer songs met dat “getto” gevoel,
zoals ‘The Cisco Kid’, ‘Where Was
You At’, en ‘City, Country, City’.
Het album zou heel goed verkopen en goed zijn voor
drie maal platina in 1973. Het zou terechtkomen op
nummer vierhonderd negenenveertig van de vijfhonderd
beste albums aller tijden.
Het nummer werd later nog gecoverd door andere
artiesten. Ik bezit de versies van George Benson uit
1976 op zijn elpee ‘In Flight’, en van
Will Downing uit 1991.
‘Ghetto Child’
The Detroit Spinners, die ook bekend staan als The
Spinners of als The Motown Spinners, was een
soulgroep uit Detroit. Tot hun bekendste hits behoren
‘Ill Be Around’ en ‘Could it be
I’m Falling in Love’ uit 1973. Beide
nummers staan op elpee ‘The Detroit
Spinners’ op Atlantic Records. Daarop vond ik
tevens het nummer ‘Ghetto Child’,
geschreven door het duo Linda Creed & Thom Bell
uit Philadelphia.
‘Let’s Clean Up the
Ghetto’
Dit nummer werd oorspronkelijk vooropgesteld als een
track op een elpee van Lou Rawls, werd daarna
weerhouden voor een grotere opzet. The Philadelphia
International All-Stars brachten het in 1977 uit als
onderdeel van een grote campagne. De sterren van het
P.I.R. label Lou Rawls, Billy Paul, Archie Bell, The
O’Jays, Teddy Pendergrass, en Dee Dee Sharp
Gamble zongen het in. De song werd geschreven door de
producers K. Gamble en L. Huff, samen met Cary
Gilbert. Dexter Wansel zorgde voor de arrangementen.
Ik herinner me nog steeds hoe Lou Rawls in de intro
de toestand beschrijft: de vuilnisdienst was in New
York City in staking, en het vuil stond meters hoog
opgestapeld. Er liep ongedierte op straat, en ziekten
lagen op de loer. Dat deed Lou beseffen dat ze niet
langer konden beroep doen op de mannen uit de
benedenstad, maar dat ze zelf het heft in handen
moesten nemen. “You can no longer depend on the
man downtown to take care of business...We have to do
it for ourselves.” Het getto moest opgekuist
worden met verf, hamer, nagels, borstel en dweil.
Alles moet proper afgewassen worden, en daarna was
het tijd om aan een nieuw leven te beginnen. Iedereen
die er niet meer paste moest weg: drugsdealers,
drugsgebruikers, dieven, misdadigers, pooiers,
gangsters, enz. Dit alles paste in de campagne die
door Kenneth Gamble opgezet was. Ik laat hem zelf aan
het woord: “Dirty neighbourhoods and crime
infested cities are not only physical conditions,
they are mental conditions also. Anything physical
has to first start as a thought, then it is
manifested in reality. Our streets, which are called
the Ghetto, are products of the mental conditions of
this system-lack of education, lack of direction,
mixed up priorities of the powers that be. The only
way we can clean up the physical Ghetto is to first
clean up the mental Ghetto. With the help of almighty
God, we will be able to turn this community into a
positive system. Our first step is cleanliness,
‘cause it’s the closest thing to
godliness.” Hij beëindigde zoals steeds met
“There’s a message in the music”.
Zijn campagne sloeg over van Philadelphia naar Los
Angeles, Atlanta en Chicago.
Aan de gelijknamige elpee werkten bovendien ook nog
stalgenoten The Three Degrees, The Intruders en
Harold Melvin & The Blue Notes mee.
‘Children of the
Ghetto’
Deze track is afkomstig van de Britse groep The Real
Thing, die in het begin van de jaren zeventig in
Liverpool gevormd werd. Er waren verschillende keren
personeelswijzigingen, maar het draaide hoofdzakelijk
rond de broertjes Chris en Eddie Amoo. Op de
achterkant van de maxisingle ‘Can You Feel The
Force?’ uit 1979 vond ik het nummer
‘Children of the Ghetto’ uit 1977. De
broers schreven het liedje.
Het werd daarna o.a. nog gecoverd door Courtney Pine
(1986), door Philip Bailey, en door Mary J. Blige.
‘Out of the Ghetto’
In 1977 maakte Isaac Hayes de elpee ‘New
Horizon’. Daarop staat o.a. de track ‘Out
of the Ghetto’, een nummer dat hij schreef.
‘Ghetto
Letto’
In 1980 maakte wijlen Barry White de elpee
‘Sheet Music’. Daarop staat o.a. de track
‘Ghetto Letto’, en dat nummer schreef hij
samen met Paul Politi en Vella Maria Cameron.
“The Letto” is eigenlijk het
straattaaltje uit het getto.
‘Ghetto Heaven’
Deze song komt van The Family Stand, en dateert uit
1990. Het nummer werd geschreven door Peter Lord,
Sandra St.Victor, en V.Jeffrey Smith, het trio dat de
groep uitmaakt, die vroeger bekend stond als Evon
Geffries & The Stand. Ze scoorden met dit nummer
een grote radiohit in de zomer van 1990. De
elpeeversie was vooral funk, maar de trendy remix van
Jazzie B. & Nellee Hooper (het duo achter Soul II
Soul) deed het veel beter. Hun bekwame reproductie
gebruikte synthesizerarrangementen, een rattelende
drumbeat en een baslijn, die doorspekt waren met
wisselende stukjes zang. Zo kwam men tot een
atmosferisch geluid dat
“out-of-this-world” was, en veel
aantrekkelijker dan het origineel. De song ging over
de zoektocht naar het ultieme hoogtepunt of de
“ghetto heaven”, met kleine aanhangsels
die gingen over alcoholverslaving, liefde of drugs,
bvb. “Sister needs her sugar/ To get her
through the day”. Er zat wat R&B bewustzijn
à la Marvin Gaye en Stevie Wonder in. De remix
bereikte nummer drie op de R&B singles chart. In
2000 samplede rapper Common het voor twee
verschillende versies voor de single ‘Geto
Heaven’: één was een duet met D’Angelo en
het ander was de remix met daarop Macy Gray.
‘Ghetto
Supastar (That Is What You
Are)’
Deze maxisingle werd de hitparade ingezongen door de
Amerikaanse hiphopartiest Pras. De song komt ook voor
op zijn debuutalbum ‘Ghetto Superstar’
uit 1998, en op de ‘Bulworth’ soundtrack.
Ze bereikte nummer vijftien in de USA, en erop hoor
je tevens Ol’ Dirty Bastard en Mýa, die het
refrein zingt. Het nummer duurt vier minuten
zesentwintig seconden en kwam uit op het Interscope
label. Als auteurs werden opgegeven: P. Michel, W.
Jean, R. Jones, B. Gibb, M. Gibb, R. Gibb, J. Brown,
B. Byrd, R. Lenhoff. Achter de knoppen zaten Pras,
Wyclef Jean, Che, Jerry “Wonder”
Duplessis. Het refrein is een lichte herwerkte versie
van dat uit het duet ‘Islands in the
Stream’ van Kenny Rogers en Dolly Parton uit
1983, dat overigens gepend werd door de broertjes
Gibb. De productie is gesampled uit Love Unlimited
Orchestra’s ‘Under the Influence of
Love’. Het liedje bevat tevens samples uit
‘Get Up, Get Into It, Get Involved’ van
James Brown, en behaalde platina, en werd in 1999
genomineerd voor een Grammy Award als “Best Rap
Performance by a Duo or Group”.
De videoclip ervan werd gedraaid door Francis
Lawrence, en toont acteurs Halle Berry en Warren
Beatty. Gelijklopend met het thema van de film, wat
een blanke politicus is die zich gedraagt als een
Afro-American, zie je Bulworth in de clip zijn mond
openrekken, en zo zijn gezichtsmaker afrukken, tot
Pras eronder zichtbaar wordt. Deze laatste is de
eerste Afro-Amerikaanse president van de USA. Naar
het einde zie je Wyclef Jean op de set basgitaar
spelen.
De song kwam ook in bod in “Weird Al”
Yankovic’s polkamedley, ‘Polka
Power!’, op zijn album ‘Running with
Scissors’.
‘Ghetto Square Dance’
De Grammy winnende rapper en acteur Coolio werd
geboren onder de naam Artis Leon Ivey Jr. Hij werd
bekend in 1995 door zijn hit ‘Gangsta’s
Paradise’, een nummer dat hernomen werd op de
soundtrack van de film ‘Dangerous Minds’.
In 2002 maakte hij de song ‘Ghetto Square
Dance’.
‘Ghetto’
Naar het einde van 2004, en officieel in 2005 werd de
single ‘Ghetto’ uitgebracht van Akon. Het
nummer geraakte tot tweeënnegentig in de Billboard
Hot 100, en is terug te vinden op zijn debuutalbum
‘Trouble’. Er bestaan drie remixen van
die song: een internationale remix met daarop Ali B
& Yes R, twee Nederlands-Marokkaanse rappers; één
met 2Pac en The Notorious B.I.G; en één met de
teksten van 2Pac’s ‘Ghetto Gospel’.
Bovendien bestaat er nog een Reggaeton remix met Tego
Calderón. Het oorspronkelijke liedje duurt drie
minuten zesenvijftig seconden en werd gereleased op
SRC/Universal. De tekst beschrijft de cyclus van
armoede zoals die beleefd wordt in de arme
binnensteden. Daarnaast beschrijft het ook de fysieke
en psychologische onderdrukking met dewelke de
bewoners dagelijks moeten afrekenen.
‘Ghetto
Story’
Deze dancehall/ragga single werd in 2006 opgenomen
door dancehall artiest Baby Cham, voor
Madhouse/Atlantic Records. Het was de eerste single
die uit zijn gelijknamig album getrokken werd. Het
nummer is beter bekend door de remix ervan,
‘Ghetto Story Chapter 2’ met Alicia Keys.
Het duurt vier minuten zeventien seconden, en kreeg
massale airplay op MTV2 en BET. Het gaat over
opgroeien in het getto, en hoe het was voor Cham in
zijn jonge jaren. De tekst tijdens de intro wordt
gezongen door Alicia Keys en beiden leggen uit hoe
het voelt om daar te leven. Het werd geproduceerd
door Dave Kelly.
De videoclip werd opgenomen in Jamaica door Sanaa
Hamari, en toont het verhaal van de tekst.
‘In the Ghetto’
Dit nummer is niet te verwarren met dat van Elvis
Presley. Het was de vierde en laatste single voor
Busta Rhymes uit zijn album ‘The Big
Bang’, en erop is wijlen Rick James te horen.
Het hiphopliedje gebruikt samples uit het nummer
‘Ghetto Life’ van Rick James uit zijn
‘Street Songs’ album, en werd geschreven
door Rick James en Trevor Smith. Het kwam uit in 2006
als maxisingle op het Aftermath/Interscope label, en
werd geproduceerd door DJ Green Lantern en Dr. Dre.
Het duurt drie minuten en drieënvijftig seconden.
Naar het einde van de song mixte Green Lantern een
sample erin van Rick James tijdens de BET Awards in
2004, waarin die zegt: “Never mind who you
thought I was... I'm Rick James bitch!”.
In de videoclip, die geregisseerd werd door Chris
Robinson, zijn Snoop Dogg, MC Eiht, Westurn Union,
Daz Dillinger, Warren G, Spliff Star, Rah Digga, DJ
Green Lantern, Papoose en Ty James (de dochter van
Rick) te zien.
‘Ghetto’
Deze song wordt gezongen door Kelly Rowland, en werd
geschreven door Durrell “Tank” Babbs,
Calvin Broadus, Joseph “Lonny” Bereal en
Rowland zelf voor haar tweede studioalbum ‘Ms.
Kelly’ (op Columbia) uit 2007. Je hoort er
tevens rapper Snoop Dogg in. Het nummer werd
geproduceerd door Tank, en werd als tweede single uit
de cd getrokken. Dit R&B nummer duurt op de cd
twee minuten en vijfenvijftig seconden.
De videoclip werd geregisseerd door Andrew Gura, en
erin zijn rappers MC Eiht, Kam en Soopafly te zien.
Rowland zei erover: “It’s ghetto. It's
really fly. I feel like everybody has some sort of
element of ghetto in them. Think about it. Right?
Wouldn't you say so? And everyone knows what the
ghetto is.”
Uiteraard zijn er nog tal van andere songs die het
leven in de “inner city” beschrijven,
zoals bvb. ‘Inner City Blues (Make Me Wanna
Holler)’ van Marvin Gaye,
‘Pusherman’ en ‘Superfly’ van
Curtis Mayfield, en ‘Theme from Shaft’
van mijn idool Isaac Hayes.
En zo komen we uiteraard terecht bij Blaxploitation.
Daar ga ik echter nu niet meer over uitweiden, want
jaren geleden schreef ik over die films al een
artikel. Indien u het toch wil lezen, kan u onze
hoofdredacteur hierom verzoeken.
Feit is zeker, dat alhoewel ik het getto best eens
zou willen bezoeken, ik er mij toch niet op mijn
gemak zou voelen.
Patrick Van de Wiele
Published:
Dinsdag 12 augustus 2008 / 21:40u.
Print this
Page
