HET GETTO
Het Getto

We hebben allemaal al eens gehoord over het getto. Maar welke impact heeft dit gehad op de muziek? Wel, lees verder…


collage_image
BARRY WHITE
collage_image
DONNA HATHAWAY
collage_image
GEORGE BENSON
collage_image
ARETHA FRANKLIN

Volgens het woordenboek staat het woord getto voor: een deel van een stad waarin leden van een minderheidsgroep samenleven, specifiek omwille van sociale, legale of economische druk. De oorsprong van de term “getto” komt van het Venetiaans Getto in Venetië, waarin Joden verplicht werden om samen te leven. Het woord “getto” betekent eigenlijk gieterij in het Italiaans, verwijzend naar de gieterij die op hetzelfde eiland gevestigd was als de Joodse nederzetting.

Uiteraard zijn we allen meer vertrouwd met de Nazi variante ervan. De overeenkomstige Duitse term was “Judengasse”, en kwam in zwang in bezet Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1944), wanneer de Joden verplicht werden om in getto’s samen te leven, vooraleer hun deportatie naar concentratie- en dodenkampen. De term “getto” heeft vandaag de dag nog steeds dezelfde betekenis, maar verwijst ook naar een bredere waaier van sociale situaties, zoals iedere stedelijke buurt, die door armoede getroffen is. Een getto kan op drie manieren ontstaan: 1) als ingangspunt voor raciale minderheden, of immigranten; 2) wanneer de meerderheid geweld of legale barrières gebruikt om minderheden in specifieke delen te dwingen; en 3) wanneer de meerderheid akkoord is om meer te betalen dan de minderheden om bij zijn eigen rasgenoten te leven.

Uiteraard bestaan er in verschillende landen getto’s (UK, Ierland, Scandinavië, Roemenië, Bulgarije), maar diegene die ik hier wil bekijken zijn die in de USA, omdat die muzikaal voor inspiratie zorgden.

De Ierse immigranten uit de negentiende eeuw waren de eerste etnische groep die etnische enclaves vormden in de Amerikaanse steden, gevolgd door de Italianen en de Polen, op het einde van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw. Ierse en Oost-Europese immigranten leefden toen nog meer gescheiden dan zwarten dat vandaag doen. Andere etnische getto’s in New York waren de Lower East Side in Manhattan, wat tot de jaren negentig voornamelijk Joods was, en uiteraard Spanish Harlem, de thuisbasis van een grote Puerto Ricaanse gemeenschap, die terugging tot de jaren dertig.

Tussen de afschaffing van de slavernij en de aanneming van de wetten op de burgerrechten tijdens de jaren zestig, dwongen discriminerende wetten de stedelijke Afro-Amerikanen om samen te leven in specifieke buurten, die bekend werden als de getto’s. Veertig jaar na de strijd om de burgerrechten (1955-1968) blijft de USA nog steeds een residentieel gescheiden gemeenschap, waarin zwarten en blanken in verschillende buurten, met een groot kwaliteitsverschil, samenleven. En die raciale segregatie kan leiden tot sociale, economische en politieke spanningen. De meeste van deze getto’s kwamen tot stand tijdens de Grote Migratie (1914-1950), tijdens dewelke meer dan één miljoen Afro-Amerikanen uit het agrarische Zuiden van de USA wegtrokken naar het Noorden. Ze wilden het racisme in het Zuiden ontlopen en noordwaarts een beter leven zoeken. Tijdens de jaren na de Tweede Wereldoorlog verhuisden veel blanke Amerikanen van de binnensteden naar de buitenwijken, een procedure die beter bekend staat als de “white flight”. Die kwam er als reactie op de verhuis van zwarten naar blanke stadsdelen, en blijft een belangrijke oorzaak in de verspreiding van stedelijke achteruitgang. Zwarten konden zich de huizen in de buitenwijken niet veroorloven. Discriminerende praktijken, bedoeld om de blanke buitenwijken te beschermen, belemmerden de mogelijkheid van zwarten om vanuit de binnenstad naar die buitenwijken te verhuizen. Als reactie op de massale aankomst van zwarten begonnen banken, verzekeringen en andere firma’s hun diensten op te slaan. Zo ontzegden ze de zwarten het gebruik van banken, verzekeringen, jobs, gezondheidszorg, supermarkten enz. Ook zorgde de bouw van snelwegen doorheen zwarte wijken voor isolatie. Niettegenstaande het algemeen gebruik van de term “getto” een arm, cultureel of rassengescheiden stadsdeel inhoudt, beleefden diegenen die er woonden het als positief. Voor vele Afro-Amerikanen was het getto een thuis, waar ze hun authentieke zwartheid en hun gevoel, passie of emotie, getrokken uit de strijd en het leed om zwarte te zijn in Amerika, konden uiten.

Uiteraard bestaan er ook nog andere getto’s, bvb. de Chinatowns, waarin de Chinese immigranten van de jaren 1850 in de Amerikaanse steden opdoken. En dan zijn er ook de Little Italy’s, met uiteraard Italianen. En tenslotte zijn er nog de Barrio’s, die een thuis vormen voor de Spaanssprekende minderheden (vooral Mexicanen en Latino’s).

Maar één van de meest bekende getto’s is Spanish Harlem, ook gekend als El Barrio of East Harlem. Het is een buurt met lage inkomens in Haarlem in New York City, meer bepaald in het noordoostelijk deel van Manhattan. Alhoewel het de grootste Latino gemeenschap is, omvat het voormalig Italian Harlem, en een kleine Italiaansamerikanisme gemeenschap langsheen Pleasant Avenue. Sinds de jaren vijftig overheersen echter de Puerto Ricanen, ook Nuyoricans genoemd. De buurt wordt begrensd door de Harlem rivier in het noorden, de East rivier in het oosten, East 96th Street in het zuiden en 5th Avenue in het westen. Historisch gezien ligt het centrum East 116th Street oostwaarts vanuit 5th Avenue tot de beëindiging met FDR Drive. Er wonen ongeveer honderd zeventienduizend mensen. Al decennia lang is East Harlem één van de armste wijken in de USA. Ongeveer de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens, en krijgt openbare steun.
De constructie van de verhoogde transit naar Harlem tijdens de jaren 1880 verstedelijkte de buurt, en er kwamen ook appartementsgebouwen. Eerst werd het bevolkt door Duitse immigranten, maar kort daarna begonnen Ierse, Italiaanse, Libanese en Russisch-Joodse immigranten zich te vestigen. In East Harlem domineerden al gauw de Zuid Italianen en de Sicilianen, en de buurt werd bekend als Italian Harlem. Puerto Ricaanse immigranten stichten na de Eerste Wereldoorlog een enclave in het westers gedeelte van Italian Harlem (rond 110th Street en Lexington Avenue), en dat werd bekend als Spanish Harlem. Maar wanneer na de Tweede Wereldoorlog stilaan de Italianen wegtrokken en de Latino’s aankwamen, waaierde dat gebied uit tot gans Italian Harlem. Spanish Harlem was één van de zwaarst getroffen gebieden tijdens de jaren zestig en zeventig, toen New York City kampte met geldtekort, rassenrellen, ontstedelijking, druggebruik, misdaad en armoede. En met de groei van de Latino bevolking, breidde het getto zich uit.
Vandaag de dag leven hier immigranten van overal ter wereld. Ze komen uit Yemen, uit de Dominicaanse Republiek, uit Centraal en Zuid Amerika, uit Korea, China of Haïti. Komt daarbij nog dat de yuppies het te duur vinden om in Manhattan te wonen en voordeel putten uit de lage huurprijzen.
Het is voor de bewoners zeer moeilijk om aan gezond voedsel te geraken, en volgens een rapport van het departement voor stadsplanning uit april van dit jaar, is Spanish Harlem het stadsdeel met het hoogste niveau aan ziekten die verband houden met een tekort aan vers voedsel. Dat komt uiteraard door een hoge bevolkingsgraad en een gebrek aan naburige supermarkten. De buurtbewoners hebben weinig toegang tot vers fruit en groenten. Buurtwinkels hebben slechts een beperkt aanbod aan fruit en groenten, en die zijn van mindere kwaliteit en soms nog duurder dan de producten uit de supermarkt. Ook betaalbare producten en vlees zijn niet genoeg voorhanden. Dit alles leidt tot ongunstig dieet, met een hoge graad aan zwaarlijvigheid en diabetes. Want in East en Central Harlem gaan de bewoners naar fastfood restaurants en kleine bodega’s. En gezien er geen fitnesscentra zijn, resulteert dat in gezondheidsproblemen en zwaarlijvigheid.
Sociale problemen die geassocieerd worden met armoede, zoals misdaad en drugsverslaving tieren welig. Het geweld zou verminderd zijn, maar toch blijft de misdaad in dit stadsdeel hoger dan in andere delen. Men gaat ook vroeger van school af, en studenten moeten doorheen metaaldetectoren en identiteitsscanners om binnen te raken. Drugsverslaving is er een serieus probleem. De meeste van de mannen zijn op één of ander punt in hun leven gearresteerd. En regelmatig zet de politie de buurt af om misdadigers op te pakken. Spanish Harlem is dan ook de thuisbasis voor heel wat gevangenen.
En gezien men een tekort heeft aan betaalbare plaatsen, is dakloosheid een groot probleem. Verschillende families wonen in hetzelfde appartement. Toch heeft het stadsbestuur, samen met verscheidene private organisaties, een aantal initiatieven op poten gezet om goedkoop te wonen.
Er zijn bewoners die denken dat de buurt een nieuwe naam moet krijgen, en dat is “SpaHa”, omwille van de overeenkomsten met SoHo en TriBeCa, die in Spanish Harlem de kop opsteken.

En nu muzikaal bekeken…

Heel wat bekende artiesten hebben hier geleefd en gewerkt, zoals Tito Puente (110th Street werd Tito Puente Way genoemd), en Ray Barretto. Maar de beste voorbeelden in popcultuur zijn de songs ‘Spanish Harlem’ van Ben E. King, en ‘Lucy’s Spanish Harlem’ van Louie Ramirez.

‘Spanish Harlem’ is een song die uitgebracht werd door Ben E. King in 1961 op Atco/Atlantic Records. Ze werd geschreven door Jerry Leiber en Phil Spector. Alhoewel King best bekend is voor zijn succesnummer ‘Stand by Me’, kwam ‘Spanish Harlem’ daarvoor. King woonde tijdens zijn jeugd ook in Harlem. De song was zijn eerste hit nadat hij de groep The Drifters, die hij jarenlang geleid had, in 1960 verlaten had. De Latino getinte ballade vertoont Spaanse gitaar, marimba en drum, en klom hoog in de charts. En de plaat kwam op de driehonderd negenenveertigste plaats terecht in de Rolling Stone’s 500 Greatest Songs of All Time. Aretha Franklin bracht een cover van de song uit in de zomer van 1971, die het nog beter deed dat het origineel, en tot nummer één doorstootte. De single ging dan ook voor goud. Dr. John speelde keyboards op haar versie. Aretha paste de tekst lichtjes aan van “A red rose up in Spanish Harlem” naar “The rose is black in Spanish Harlem”.
Later coverden nog tal van andere artiesten het liedje zoals o.a..The Mamas and the Papas (1966), Slim Smith (1968), Kenny Rankin (2002), Willy DeVille, The Cats, Geoff Love, Percy Faith, Janet Seidel, Chet Atkins, Laura Nyro, Rebecca Pidgeon, Neil Diamond, Cliff Richard, Bowling for Soup, Tom Jones en Herb Alpert’s Tijuana Brass.
Uiteindelijk nam Phil Spector zelf zijn versie van de song op, die staat op de cd ‘Wall of Sound Retrospective’ uit 2006.
In 1961 werd het nummer vertaald in het Frans als ‘Nuits d’Espagne’ door L. Salvet & L. Morisse, en het werd opgenomen door Dalida. Voor de Duitse versie was het wachten op Carl Ulrich Blecher met ‘Das ist die Frage aller Fragen’, en die werd dan weer opgenomen door Cliff Richard (nummer één in Duitsland en Oostenrijk) en door Howard Carpendale.

Heel wat Afro-Amerikaanse artiesten en muzikanten werden geboren en groeiden op in een getto, zoals o.a. wijlen Tupac Shakur, John Lee Hooker, wijlen Notorious B.I.G., Snoop Dogg, Dr. Dre, wijlen Nina Simone en Cab Colloway, om er maar een paar op te noemen. Heel wat van hun muziek komt voort uit hun eigen lijden en ervaringen met het leven in het getto, zoals bvb. Nina Simone’s ‘Mississippi Goddam’, John Lee Hooker’s ‘Rent Blues’, Grandmaster Flash and the Furious Five’s ‘The Message’, Donny Hathaway’s ‘The Ghetto, Pt. 1’, Huey’s ‘Nobody Loves the Hood’ en Calloway’s ‘Minnie the Moocher’. In de USA en in de UK is het woord getto in de populaire cultuur dikwijls verheerlijkt, en soms gebruikt als een adjectief om een bepaalde manier van kledij, spraak en gedrag te beschrijven, nl. “ghetto fabulous”.

Ik wil even dieper ingaan op de song ‘The Message’. Deze old school hiphopsong van Grandmaster Flash and the Furious Five werd door Sugar Hill Records uitgebracht als een single in 1982. Later kwam het op de elpee met dezelfde naam. De tekst ervan was één van de eerste om in het rapgenre te praten over de moeilijkheden van het leven in het getto. Het liedje werd geschreven door Sugar Hill sessiemuzikant Ed “Duke Bootee” Fletcher en Furious Five MC Melle Mel. Alhoewel de namen van de overige groepsleden ook op de plaat staan, waren ze niet geïnteresseerd in het opnemen van de song, en zijn ze niet terug te vinden op de definitieve track. Het nummer duurt zeven minuten en tien seconden. Het synthesizerarrangement eruit werd nadien gesampled door populaire rapartiesten zoals Ice Cube, Puff Daddy enz. De zin “Don’t push me ‘cuz I’m close to the edge’ uit het refrein werd één van de meest bekende in de rapgeschiedenis. De teksten eruit werden ook weer door andere rapartiesten overgenomen. Het nummer werd zelfs opgenomen voor verschillende videospelletjes. Vorig jaar werd Grandmaster Flash and the Furious Five de eerste hiphopgroep die opgenomen werd in de Rock and Roll Hall of Fame. En de plaat zelf kwam op de éénenvijftigste plaats terecht in de Rolling Stone’s 500 Greatest Songs of All Time.

Nu ga ik chronologisch enkele songs bekijken die als titel hebben “het getto”:

‘In the Ghetto’
Deze song werd geschreven door Mac Davis en was oorspronkelijk getiteld ‘The Vicious Circle’. Het nummer werd de hitparade ingezongen door rock and rollster Elvis Presley. Hij nam het op in 1969 als single, met op de achterkant de Bacharachcover ‘Any Day Now’. Het duurt twee minuten en vijfenveertig seconden. Nochtans staan op een verzamelelpee van Elvis als songwriters Scott & Davis vermeld. Het nummer gaat over een jongeman die geboren wordt en opgroeit in het getto, steelt en vecht, uiteindelijk neergeschoten wordt en sterft. Het was Elvis zijn eerste Top Tien hit in de USA in vier jaar, en ging tot nummer drie in de charts. Het werd opgenomen in de American Sound Studio in Memphis, Tennessee, samen met o.a. ‘Suspicious Minds en ‘Don’t Cry Daddy’. Oorspronkelijk vreesde men dat de song Presley’s reputatie voor politieke ongerichtheid zou schaden, maar hij hield van de song en nam ze toch maar op. Vele jaren later nam zijn dochter Lisa Marie Presley het op als een duet om geld in te zamelen voor de Presley Foundation. Die song kwam op iTunes terecht, en bereikte daar nummer één in de USA. Door de videoclip kwam er een controverse op gang, want er waren heel wat wapens in te zien. Na Elvis is het nummer heel wat gecoverd door o.a. Nick Cave and the Bad Seeds (debuutsingle in 1984), The Cranberries, Merle Haggard, Dolly Parton, Three Six Mafia, Frank Flynn en Natalie Merchant. Tevens bestaan er een aantal parodieën op, zoals bvb. Paul Shanklin’s ‘In A Yugo’, of Ian Stuart’s ‘In the Ghetto’, of El Vez’ ‘En el Barrio’. En Ashley Tisdale nam een herwerkte versie op met producer Timbaland.

‘Woman of the Ghetto’
De zwarte zangeres Marlena Shaw werd geboren in New Rochelle, New York in 1942. Ze werd ontdekt door Chess Records in 1966. Ze bracht haar twee eerste elpees uit op het Cadet label. De song ‘Woman of the Ghetto’ dateert uit 1969, en is terug te vinden op de elpee ‘Spice of Life’. Het nummer is geschreven door Richard Evans (de componist/producer/arrangeur van The Soulful Strings), Bobby Lee Miller, en door Marlena zelf. Zij is zelfverzekerd in haar vertolking als vrouw uit het getto, haar oplossing voor het praktisch probleem. Indien u niet naar het getto komt, dan zal Marlena het tot bij u brengen. Het arrangement in het nummer bouwt langzaam op, met een pulserende baslijn, en duurt meer dan vijf minuten. Maar succes op de hitparade zat er niet in.
Later zou er nog een Jamaicaanse versie komen van Marcia Griffiths, Hortense Ellis en Phyllis Dillon. Uiteraard is het ook gesampled door o.a. Lyrics Born en No ID.

‘The Ghetto Pt. 1’
Deze sociaal bewuste, grotendeels instrumentale funk/soulsong werd als eerste single getrokken uit de debuutelpee ‘Everything Is Everything’ van de Amerikaanse soulzanger Donny Hathaway. Het nummer was opgenomen in 1969, en kwam in 1970 uit op Atco/Atlantic Records. Op de achterkant van het singletje stond het vervolg, ‘The Ghetto Pt. 2’. De duur van de song was zes minuten vijftig seconden. Ze werd geschreven door Donny Hathaway en door zijn toenmalig kamergenoot aan de universiteit, Leroy Hutson, de latere leadzanger van de groep The Impressions. Donny speelde elektrische Wurlitzer piano en zong. Door de constante herhaling van de titel en het gebruik van conga’s, had de song een Afro-Cubaanse sound. Ook kwamen er stukjes dialoog in voor, van mannen die op de hoek van de straat stonden te praten, en tevens het gehuil van een baby. Toen ze uitkwam was er maar een beperkt hitparadesucces voor weggelegd. In 1972 kwam dan de elpee ‘Live’ uit, waarop Hathaway en zijn kompanen de song iets sneller speelden. Naar het einde toe liet Donny het publiek meezingen in vraag en antwoord. Het eerste deel van die ‘Live’ elpee werd overigens opgenomen in ‘The Troubadour’ in Hollywood. Ook nog op diezelfde ‘Live’ elpee staat het nummer ‘Little Ghetto Boy’, dat opgenomen werd in The Bitter End in New York City in 1971. Donnie had dit nummer opgenomen voor de soundtrack van de film ‘Come Back Charleston Blue’, maar het werd als enige single uit de elpee getrokken. In 1974 zou Leroy Hutson het nummer zelf opnemen en uitbrengen onder de titel ‘The Ghetto ‘74’. Sindsdien is de song meermaals gecoverd door hiphopartiesten, zoals door Too Short, waarop Gerald Levert het refrein inzingt. Ik bezit ook een versie van George Benson uit 2000, te vinden op zijn cd ‘Absloute Benson’, waarop Crusadersman Joe Sample piano, orgel en synthesizer speelt. Bovendien gaat dit nummer over in ‘El Barrio’, dat George schreef samen met Kenny Gonzalez en Louie Vega.

‘The World is a Ghetto’
Sinds de multiraciale Californische groep War zich distantieerde van leadzanger Eric Burdon, gingen ze de funky kant op. Met het nummer ‘The World is a Ghetto’ uit november 1972 op United Artists, haalden ze nummer één in de charts. Het nummer is geschreven door de groepsleden Papa Dee S. Allen (percussie), Harold Brown (drums), Morris “B.B.” Dickerson (bas), Leroy “Lonnie” Jordan (keyboards), C. Miller, L. Oskar en H. Scott . Het vertelde over de essentie van het leven in getto, en behaalde goud. De elpeeversie duurde meer dan tien minuten. Op die gelijknamige elpee (hun vijfde op rij), die funk mixte met blues, jazz en progressieve rock stonden nog meer songs met dat “getto” gevoel, zoals ‘The Cisco Kid’, ‘Where Was You At’, en ‘City, Country, City’. Het album zou heel goed verkopen en goed zijn voor drie maal platina in 1973. Het zou terechtkomen op nummer vierhonderd negenenveertig van de vijfhonderd beste albums aller tijden.
Het nummer werd later nog gecoverd door andere artiesten. Ik bezit de versies van George Benson uit 1976 op zijn elpee ‘In Flight’, en van Will Downing uit 1991.

‘Ghetto Child’
The Detroit Spinners, die ook bekend staan als The Spinners of als The Motown Spinners, was een soulgroep uit Detroit. Tot hun bekendste hits behoren ‘Ill Be Around’ en ‘Could it be I’m Falling in Love’ uit 1973. Beide nummers staan op elpee ‘The Detroit Spinners’ op Atlantic Records. Daarop vond ik tevens het nummer ‘Ghetto Child’, geschreven door het duo Linda Creed & Thom Bell uit Philadelphia.

‘Let’s Clean Up the Ghetto’
Dit nummer werd oorspronkelijk vooropgesteld als een track op een elpee van Lou Rawls, werd daarna weerhouden voor een grotere opzet. The Philadelphia International All-Stars brachten het in 1977 uit als onderdeel van een grote campagne. De sterren van het P.I.R. label Lou Rawls, Billy Paul, Archie Bell, The O’Jays, Teddy Pendergrass, en Dee Dee Sharp Gamble zongen het in. De song werd geschreven door de producers K. Gamble en L. Huff, samen met Cary Gilbert. Dexter Wansel zorgde voor de arrangementen. Ik herinner me nog steeds hoe Lou Rawls in de intro de toestand beschrijft: de vuilnisdienst was in New York City in staking, en het vuil stond meters hoog opgestapeld. Er liep ongedierte op straat, en ziekten lagen op de loer. Dat deed Lou beseffen dat ze niet langer konden beroep doen op de mannen uit de benedenstad, maar dat ze zelf het heft in handen moesten nemen. “You can no longer depend on the man downtown to take care of business...We have to do it for ourselves.” Het getto moest opgekuist worden met verf, hamer, nagels, borstel en dweil. Alles moet proper afgewassen worden, en daarna was het tijd om aan een nieuw leven te beginnen. Iedereen die er niet meer paste moest weg: drugsdealers, drugsgebruikers, dieven, misdadigers, pooiers, gangsters, enz. Dit alles paste in de campagne die door Kenneth Gamble opgezet was. Ik laat hem zelf aan het woord: “Dirty neighbourhoods and crime infested cities are not only physical conditions, they are mental conditions also. Anything physical has to first start as a thought, then it is manifested in reality. Our streets, which are called the Ghetto, are products of the mental conditions of this system-lack of education, lack of direction, mixed up priorities of the powers that be. The only way we can clean up the physical Ghetto is to first clean up the mental Ghetto. With the help of almighty God, we will be able to turn this community into a positive system. Our first step is cleanliness, ‘cause it’s the closest thing to godliness.” Hij beëindigde zoals steeds met “There’s a message in the music”. Zijn campagne sloeg over van Philadelphia naar Los Angeles, Atlanta en Chicago.
Aan de gelijknamige elpee werkten bovendien ook nog stalgenoten The Three Degrees, The Intruders en Harold Melvin & The Blue Notes mee.

‘Children of the Ghetto’
Deze track is afkomstig van de Britse groep The Real Thing, die in het begin van de jaren zeventig in Liverpool gevormd werd. Er waren verschillende keren personeelswijzigingen, maar het draaide hoofdzakelijk rond de broertjes Chris en Eddie Amoo. Op de achterkant van de maxisingle ‘Can You Feel The Force?’ uit 1979 vond ik het nummer ‘Children of the Ghetto’ uit 1977. De broers schreven het liedje.
Het werd daarna o.a. nog gecoverd door Courtney Pine (1986), door Philip Bailey, en door Mary J. Blige.

‘Out of the Ghetto’
In 1977 maakte Isaac Hayes de elpee ‘New Horizon’. Daarop staat o.a. de track ‘Out of the Ghetto’, een nummer dat hij schreef.

‘Ghetto Letto’
In 1980 maakte wijlen Barry White de elpee ‘Sheet Music’. Daarop staat o.a. de track ‘Ghetto Letto’, en dat nummer schreef hij samen met Paul Politi en Vella Maria Cameron. “The Letto” is eigenlijk het straattaaltje uit het getto.

‘Ghetto Heaven’
Deze song komt van The Family Stand, en dateert uit 1990. Het nummer werd geschreven door Peter Lord, Sandra St.Victor, en V.Jeffrey Smith, het trio dat de groep uitmaakt, die vroeger bekend stond als Evon Geffries & The Stand. Ze scoorden met dit nummer een grote radiohit in de zomer van 1990. De elpeeversie was vooral funk, maar de trendy remix van Jazzie B. & Nellee Hooper (het duo achter Soul II Soul) deed het veel beter. Hun bekwame reproductie gebruikte synthesizerarrangementen, een rattelende drumbeat en een baslijn, die doorspekt waren met wisselende stukjes zang. Zo kwam men tot een atmosferisch geluid dat “out-of-this-world” was, en veel aantrekkelijker dan het origineel. De song ging over de zoektocht naar het ultieme hoogtepunt of de “ghetto heaven”, met kleine aanhangsels die gingen over alcoholverslaving, liefde of drugs, bvb. “Sister needs her sugar/ To get her through the day”. Er zat wat R&B bewustzijn à la Marvin Gaye en Stevie Wonder in. De remix bereikte nummer drie op de R&B singles chart. In 2000 samplede rapper Common het voor twee verschillende versies voor de single ‘Geto Heaven’: één was een duet met D’Angelo en het ander was de remix met daarop Macy Gray.

‘Ghetto Supastar (That Is What You Are)’
Deze maxisingle werd de hitparade ingezongen door de Amerikaanse hiphopartiest Pras. De song komt ook voor op zijn debuutalbum ‘Ghetto Superstar’ uit 1998, en op de ‘Bulworth’ soundtrack. Ze bereikte nummer vijftien in de USA, en erop hoor je tevens Ol’ Dirty Bastard en Mýa, die het refrein zingt. Het nummer duurt vier minuten zesentwintig seconden en kwam uit op het Interscope label. Als auteurs werden opgegeven: P. Michel, W. Jean, R. Jones, B. Gibb, M. Gibb, R. Gibb, J. Brown, B. Byrd, R. Lenhoff. Achter de knoppen zaten Pras, Wyclef Jean, Che, Jerry “Wonder” Duplessis. Het refrein is een lichte herwerkte versie van dat uit het duet ‘Islands in the Stream’ van Kenny Rogers en Dolly Parton uit 1983, dat overigens gepend werd door de broertjes Gibb. De productie is gesampled uit Love Unlimited Orchestra’s ‘Under the Influence of Love’. Het liedje bevat tevens samples uit ‘Get Up, Get Into It, Get Involved’ van James Brown, en behaalde platina, en werd in 1999 genomineerd voor een Grammy Award als “Best Rap Performance by a Duo or Group”.
De videoclip ervan werd gedraaid door Francis Lawrence, en toont acteurs Halle Berry en Warren Beatty. Gelijklopend met het thema van de film, wat een blanke politicus is die zich gedraagt als een Afro-American, zie je Bulworth in de clip zijn mond openrekken, en zo zijn gezichtsmaker afrukken, tot Pras eronder zichtbaar wordt. Deze laatste is de eerste Afro-Amerikaanse president van de USA. Naar het einde zie je Wyclef Jean op de set basgitaar spelen.
De song kwam ook in bod in “Weird Al” Yankovic’s polkamedley, ‘Polka Power!’, op zijn album ‘Running with Scissors’.

‘Ghetto Square Dance’
De Grammy winnende rapper en acteur Coolio werd geboren onder de naam Artis Leon Ivey Jr. Hij werd bekend in 1995 door zijn hit ‘Gangsta’s Paradise’, een nummer dat hernomen werd op de soundtrack van de film ‘Dangerous Minds’. In 2002 maakte hij de song ‘Ghetto Square Dance’.

‘Ghetto’
Naar het einde van 2004, en officieel in 2005 werd de single ‘Ghetto’ uitgebracht van Akon. Het nummer geraakte tot tweeënnegentig in de Billboard Hot 100, en is terug te vinden op zijn debuutalbum ‘Trouble’. Er bestaan drie remixen van die song: een internationale remix met daarop Ali B & Yes R, twee Nederlands-Marokkaanse rappers; één met 2Pac en The Notorious B.I.G; en één met de teksten van 2Pac’s ‘Ghetto Gospel’. Bovendien bestaat er nog een Reggaeton remix met Tego Calderón. Het oorspronkelijke liedje duurt drie minuten zesenvijftig seconden en werd gereleased op SRC/Universal. De tekst beschrijft de cyclus van armoede zoals die beleefd wordt in de arme binnensteden. Daarnaast beschrijft het ook de fysieke en psychologische onderdrukking met dewelke de bewoners dagelijks moeten afrekenen.

‘Ghetto Story’
Deze dancehall/ragga single werd in 2006 opgenomen door dancehall artiest Baby Cham, voor Madhouse/Atlantic Records. Het was de eerste single die uit zijn gelijknamig album getrokken werd. Het nummer is beter bekend door de remix ervan, ‘Ghetto Story Chapter 2’ met Alicia Keys. Het duurt vier minuten zeventien seconden, en kreeg massale airplay op MTV2 en BET. Het gaat over opgroeien in het getto, en hoe het was voor Cham in zijn jonge jaren. De tekst tijdens de intro wordt gezongen door Alicia Keys en beiden leggen uit hoe het voelt om daar te leven. Het werd geproduceerd door Dave Kelly.
De videoclip werd opgenomen in Jamaica door Sanaa Hamari, en toont het verhaal van de tekst.

‘In the Ghetto’
Dit nummer is niet te verwarren met dat van Elvis Presley. Het was de vierde en laatste single voor Busta Rhymes uit zijn album ‘The Big Bang’, en erop is wijlen Rick James te horen. Het hiphopliedje gebruikt samples uit het nummer ‘Ghetto Life’ van Rick James uit zijn ‘Street Songs’ album, en werd geschreven door Rick James en Trevor Smith. Het kwam uit in 2006 als maxisingle op het Aftermath/Interscope label, en werd geproduceerd door DJ Green Lantern en Dr. Dre. Het duurt drie minuten en drieënvijftig seconden. Naar het einde van de song mixte Green Lantern een sample erin van Rick James tijdens de BET Awards in 2004, waarin die zegt: “Never mind who you thought I was... I'm Rick James bitch!”.
In de videoclip, die geregisseerd werd door Chris Robinson, zijn Snoop Dogg, MC Eiht, Westurn Union, Daz Dillinger, Warren G, Spliff Star, Rah Digga, DJ Green Lantern, Papoose en Ty James (de dochter van Rick) te zien.

‘Ghetto’
Deze song wordt gezongen door Kelly Rowland, en werd geschreven door Durrell “Tank” Babbs, Calvin Broadus, Joseph “Lonny” Bereal en Rowland zelf voor haar tweede studioalbum ‘Ms. Kelly’ (op Columbia) uit 2007. Je hoort er tevens rapper Snoop Dogg in. Het nummer werd geproduceerd door Tank, en werd als tweede single uit de cd getrokken. Dit R&B nummer duurt op de cd twee minuten en vijfenvijftig seconden.
De videoclip werd geregisseerd door Andrew Gura, en erin zijn rappers MC Eiht, Kam en Soopafly te zien. Rowland zei erover: “It’s ghetto. It's really fly. I feel like everybody has some sort of element of ghetto in them. Think about it. Right? Wouldn't you say so? And everyone knows what the ghetto is.”

Uiteraard zijn er nog tal van andere songs die het leven in de “inner city” beschrijven, zoals bvb. ‘Inner City Blues (Make Me Wanna Holler)’ van Marvin Gaye, ‘Pusherman’ en ‘Superfly’ van Curtis Mayfield, en ‘Theme from Shaft’ van mijn idool Isaac Hayes.

En zo komen we uiteraard terecht bij Blaxploitation. Daar ga ik echter nu niet meer over uitweiden, want jaren geleden schreef ik over die films al een artikel. Indien u het toch wil lezen, kan u onze hoofdredacteur hierom verzoeken.

Feit is zeker, dat alhoewel ik het getto best eens zou willen bezoeken, ik er mij toch niet op mijn gemak zou voelen.

Patrick Van de Wiele

ISAAC HAYES

De grote Isaac Hayes



Published: Dinsdag 12 augustus 2008 / 21:40u.
Print this Page