We gaan terug in de tijd, naar het begin van de
jaren zeventig, toen soft soul hoogtij vierde, en
heel wat groepen hits scoorden. Zo’n groep
was The Chi-Lites uit Chicago, de stad waar
normaal gezien blues en R&B vandaan komt.
Lees verder en u ontdekt hun biografie.
Op het einde van de jaren vijftig werd in Chicago
de doo wop groep The Chanteurs opgericht. Eugene
Record, Robert “Squirrel” Lester en
Clarence Johnson waren de groepsleden. In 1959
brachten ze één single uit op Renee Records. Kort
daarna kwamen Creadel “Red” Jones en
Marshall Thompson, die beiden bij The Desideros
gezongen hadden, de groep versterken. Onder de
naam The Hi-Lites brachten ze gedurende de
volgende vier jaar op lokale labeltjes enkele
singles op de markt. In 1964 veranderden ze hun
naam naar Marshall & The Chi-Lites, waarbij
de toegevoegde C refereerde naar hun thuisstad
Chicago. Naar het einde van dat jaar verliet
Clarence Johnson de groep en opnieuw veranderde
groepsnaam. Die werd nu afgekort tot eenvoudigweg
The Chi-Lites. Tijdens de volgende vier jaar
bleef de groep optreden en onafhankelijke singles
uitbrengen, en kwam Eugene Record stilaan naar
voor als leadzanger, songwriter en producer.
In 1968 tekenden ze bij het grote indie label
Brunswick Records uit Chicago, en het jaar daarop
werd het nummer ‘Give It Away’ hun
eerste nationale hit in de USA. Die single
bereikte nummer tien in de R&B charts. De
opvolger ‘Let Me Be The Man My Daddy
Was’ had maar matig succes, en de groep was
niet in staat om opnieuw een grote hit te scoren.
Totdat in het begin van 1971 ‘Are You My
Woman? (Tell Me So)’ uitkwam, en in de
R&B tot de tiende plaats klom. Daaraan
gekoppeld volgde een resem top tien hits, die
aanving met de protestsong ‘(For
God’s Sake) Give More Power To The
People’, dat de eerste hit werd die
oversprong naar de popcharts. De ballades
‘Have You Seen Her’ (door Record
samen geschreven met Barbara Acklin) en ‘Oh
Girl’ volgden, en bereikten beiden de top
van de R&B charts. ‘Have You Seen
Her’ brak voor het eerst met de traditie
dat een vijfenveertig toerensingle de duur van
drie minuten niet mocht overstijgen. Daarenboven
werd ‘Oh Girl’ ook nummer één in de
popcharts in de lente van 1972. Het liedje
‘Are You My Woman (Tell Me So)’ is
ondertussen een eigen leven gaan leiden. Producer
Rich Harrison samplede een blazerarrangement uit
de intro en gebruikte het in 2003 in de song
‘Crazy In Love’ van Beyonce Knowles.
Maar het succes van The Chi-Lites bleef niet
duren. Na vier jaar en kort na de release van de
hit ‘Stoned Out of My Mind’ in 1973,
begonnen er zich scheuren voor te doen. Jones
verliet de groep en werd vervangen door Stanley
Anderson. Maar al gauw werd deze laatste ook weer
vervangen door Willie Kensey. De nieuwe
groepsbezetting had drie top tien hits en dat
waren: ‘Homely Girl’, ‘There
Will Never Be Any Peace (Until God is Seated at
the Conference Table)’ en
‘Toby’. Daarna werd ook Kensey
vervangen door Doc Roberson.
Kort daarna kwam het Brunswick label in serieuze
financiële problemen, die het weerhielden om
promotie te maken rond de nieuwe plaat. Record
verliet gefrustreerd de band en ging solo opnemen
voor Warner Bros.
Het overblijvende trio werd verstrekt met David
Scott en Danny Johnson (die in 1977 vervangen
werd door Vandy Hampton). De groep tekende bij
Mercury, maar het hitsucces bleef uit. Op dat
moment viel de groep volledig uiteen, maar kwam
in 1980 terug bijeen. Het kwartet Record,
Thompson, Jones en Lester was weerom verenigd, en
de groep begon op te nemen voor Eugene
Record’s label, Chi-Sound. Maar alhoewel
hun eerste singles succesvoller waren dan die
voor Mercury Records, bleef een hit uit 1982.
Toen bereikte de single ‘Hot on a Thing
(Called Love)’ nummer vijftien in de
hitparade.
Het jaar daarop verhuisden ze naar Larc Records,
waar ze hun laatste top tien hit ‘Bottoms
Up’ uitbrachten. Later dat jaar verliet
Creadel Jones de groep en ging met pensioen. De
groep ging voor de rest van dat decennium door
als trio. Creadel Jones stierf kort nadat hij de
groep verlaten had (op 25/8/1994) en zijn zoon
Darren beweerde dat Marshall Thompson en Buckeye
Records royalty’s achtergehouden hadden.
Eugene Record verliet de groep opnieuw in 1988 om
solo te gaan. Record werd een “born again
Christian” en bracht later op zijn eigen
label, Evergreen Records, de gospelelpee
‘Let Him In’ uit. Hij werd binnen de
groep vervangen door Frank Reed. In deze
bezetting deden The Chi-Lites het oldies en
soulcircuit aan.
In het begin van de jaren negentig verliet ook
Reed de groep, en Anthony Watson werd ingelijfd
als nieuwe leadzanger. Toch hierbij even
vermelden dat het Lester was die de leadzang op
‘Oh Girl’ voor zijn rekening nam,
terwijl Watson dat deed op de andere songs.
Tijdens die jaren negentig zou Watson tweemaal de
groep verlaten, en telkens werd hij als
leadzanger vervangen door Frank Reed.
Aan het begin van het nieuwe millennium bestond
de groep uit Marshall Thompson, Robert Lester,
Anthony Watson en zelf uit een vrouw, Tara
Henderson.
In 2001 vloog Thompson de gevangenis in, wegens
het verkopen van politiebadges. Frank Reed keerde
tijdelijk weer om zijn plaats in te nemen. Bij
Thompson’s terugkeer werd Watson uit de
groep gezet, en weerom nam Reed de taak van
leadzanger op zich. Thompson’s vrouw werd
toen ook de vrouwelijke zangeres.
Hun website kwam on line in 2003. Dat jaar waren
ze samen met andere legendarische artiesten te
zien in de docufilm ‘Only the Strong
Survive’ van Miramax films. Record kwam
terug bij de groep om de PBS special
‘Superstars of Seventies Soul’ te
filmen.
In 2005 werd de groep opgenomen in de Vocal Group
Hall of Fame. Voormalig leider Eugene Record
overleed op vierenzestig jarige leeftijd op 22/7
van dat jaar, na een lange strijd tegen kanker.
Momenteel nemen ze op voor Marshall
Thompson’s label, Marance Records, dat
verdeeld wordt door Sumthing Distribution. Ook
toeren ze overal ter wereld met ‘The
70’s Soul Jam’.
• DISCOGRAFIE •
- Albums:
1969 Give It Away (Brunswick)
1970 I Like Your Lovin' (Do You Like Mine?)
(Brunswick)
1971 (For God’s Sake) Give More Power to
the People (Brunswick)
1972 A Lonely Man (Brunswick)
1972 The Chi-Lites Greatest Hits (Brunswick)
1973 A Letter To Myself (Brunswick)
1973 The Chi-Lites (Brunswick))
1974 Half a Love (Brunswick)
1974 Toby (Brunswick)
1976 Happy Being Lonely (Mercury)
1977 The Fantastic Chi-Lites (Mercury)
1980 Heavenly Body (Chi-Sound)
1981 Me and You (Chi-Sound)
1983 Bottom's Up (Larc)
1991 Just Say You Love Me (Ichiban)
1998 Help Wanted (Heroes Are in Short Supply
(Copperson)
2004 20 Greatest Hits (Brunswick)
- Singles:
1969 Give It Away
1969 Let Me Be The Man My Daddy Was
1969 The Twelfth Of Never
1970 24 Hours of Sadness
1970 I Like Your Lovin’ (Do You Like Mine)
1971 (For God's Sake) Give More Power to the
People
1971 Are You My Woman? (Tell Me So)
1971 Have You Seen Her
1971 I Want To Pay You Back (For Loving Me)
1971 We Are Neighbors
1972 Oh Girl
1972 We Need Order
1972 A Lonely Man
1972 The Coldest Days Of My Life (Part 1)
1973 I Found Sunshine
1973 My Heart Just Keeps On Breakin’
1973 Stoned Out Of My Mind
1973 A Letter To Myself
1974 Homely Girl
1974 There Will Never Be Any Peace (Until God Is
Seated At The Conference Table)
1974 You Got To Be The One
1975 That’s How Long
1975 Toby
1980 Heavenly Body
1981 Have You Seen Her (nieuwe opname)
1981 Me and You
1982 Hot on a Thing (Called Love)
1983 Bottom’s Up
1997 Help Wanted (Heroes Are in Short Supply)
Hold on to Your Dreams
Patrick Van de Wiele
Published:
Zaterdag 20 september 2008 / 10:00u.
Print this
Page


