Everybody, let’s dance...
Wie de naam Major Lance hoort, denkt meteen aan
Northern soul. De term “Northern soul”
werd overigens in het leven geroepen door journalist
Dave Godin, en gepopulariseerd in 1970 via zijn
column in ‘Blues and Soul’ magazine. Het
refereert naar zeldzame soulmuziek die door
dj’s gespeeld werd in nachtclubs in het noorden
van Engeland. De speellijsten bestonden uit obscure
Amerikaanse soulplaten uit de jaren zestig en begin
van de jaren zeventig met een sterk ritmisch gevoel,
zoals deze op Motown en op Okeh. En het is dat Okeh
label dat zo typisch verbonden is met Major Lance.
Over de geboortedatum van Major Lance bestaat er
discussie. Sommige bronnen situeren hem op 4/4/1939,
andere op 4/4/1941, en er zijn zelfs aanwijzingen dat
die in 1942 zou liggen. Hoe dan ook het gebeurde in
Winterville, Mississippi, USA. Over zijn jeugd is
weinig geweten, behalve het feit dat hij als kind
verhuisde naar Chicago (the windy city), daar
opgroeide aan de westkant van de stad, en daarna
verhuisde naar het noorden. Hij liep school aan de
Wells High School, waar ook Curtis Mayfield en Jerry
Butler naar toe gingen. In die tijd begon hij ook te
boxen. Maar zijn interesse ging nog meer uit naar
muziek en zo richtte hij de groep The Floats op, met
Otis Leavill en Barbara Tyson. Tevens was hij te zien
als danser op de lokale tv, in een programma van dj
Jim Lounsbury. Later zou hij ook met The Five Gospel
Harmonaires zingen.
Zijn release ‘I Got A Girl’, uit 1959 op
het Mercury label, was geschreven door en
geproduceerd door Curtis Mayfield, maar toch begon
zijn carrière pas wanneer hij drie jaar later tekende
bij Okeh Records. Ondertussen had hij verschillende
baantjes gehad om aan zijn inkomen te komen.
‘Delilah’ werd zijn eerste opname daar,
terwijl een andere Curtis Mayfield song ‘The
Monkey Time’ in 1963 nummer twee in de R&B
charts bereikte, en nummer acht in de pop charts. Dat
geluid werd voortaan aangeduid als “Chicago
soul”. Hun samenwerking liep nog verder tot
1965, en een reeks hits was daarvan het resultaat.
Uit die tijd dateren de nummers ‘Hey Little
Girl’, ‘Um, Um, Um, Um, Um, Um’,
‘The Matador’, ‘Rhythm’ en
‘Ain’t That A Shame’. Allemaal stuk
voor stuks gezellige en ritmische soultracks, die ik
pas ontdekte in het midden van de jaren zeventig,
toen ik uitging in de dancings. Daarna liep de
verstandhouding met Mayfield spaak en tegelijk stopte
ook het commercieel succes. Er volgden nog enkele
singles zoals ‘Investigate’ en
‘Ain’t No Soul (In These Rock
‘n’ Roll Shoes)’, die niet veel
deden. Major verliet Okeh en trok naar Dakar Records,
waar hij met ‘Follow The Leader’ een
bescheiden hitje had.
De jaren daarop zou hij voor andere labels nummers
opnemen, maar het grote succes bleef uit. Twee
releases voor Curtom, nl. ‘Stay Away From
Me’ en ‘Must Be Love Coming Down’
betekenden een hereniging met Curtis Mayfield. In de
discotheken werden die singles wel gedraaid, anders
zou ik ze niet leren kennen en gekocht hebben. Uit
die tijd stammen o.a.: ‘Too Hot To Hold’
(CBS), ‘Don’t You Know I Love You’
(Contempo 1974), ‘Gimme Little Sign’
(Supreme 1974), ‘You’re Everything I
Need’ (Osiris 1975, ik bezit deze single echter
op Pye Records, die bij ons verdeeld werd door
Vogue), ‘Crying In The Rain’ (Epic 1976).
Zo nam hij in 1974 voor Playboy Records een nieuwe
discoversie op van ‘Um, Um, Um, Um, Um,
Um’, en ik vond ze ook goed. Osiris had hij
zelf opgericht met Al Jackson, een ex-lid van Booker
T & The MG’s.
Ik vergat nog te vermelden dat hij ook de groep The
Artistics ontdekte.
In dat decennium was hij voor twee jaar naar de UK
verhuisd (1972 tot 1974), maar bij zijn terugkeer
naar de USA moest hij voor vier jaar de gevangenis in
wegens cocaïnebezit en verkoop. Na zijn vrijlating
begon hij door een heropleving van zijn muziek, op te
treden in het Beach Music circuit aan de kust van
Carolina.
Maar het noodlot sloeg toe in 1987 wanneer een
hartaanval hem ervan weerhield om zijn carrière
opnieuw te lanceren. In 1994 trad hij aan voor het
Chicago Blues Festival, en dat zou zijn laatste show
worden. Hij stierf op 3/9 van dat jaar aan de
gevolgen van een hartziekte in Decatur, Georgia. Hij
liet zijn vrouw, Christine Boular Lance en negen
kinderen na.
• Discografie:
Albums:
Monkey Time (Edsel 1963)
Um, Um, Um, Um, Um, Um (OKeh 1964)
Major Lance Greatest Hits (Embassy CBS UK 1967)
The Rhythm of Major Lance (OKeh 1968)
Major Lance's Greatest Hits - Recorded Live At The
Torch (Contempo 1973)
Now Arriving (Soul 1978)
The Majors Back (Kat Family 1983)
Live At Hinkley (1986)
Um, Um, Um, Um, Um, Um (Collectables 2003)
De Major voelde zich even goed thuis op het podium
als in de boksring. En de naam “Major”
was geen bijnaam, maar zijn echte doopnaam. Misschien
is de beste manier om hem en zijn fantastische muziek
te typeren, dit fragment uit zijn succesnummer
‘The Monkey Time’:
"There's a place right across town whenever your
ready, where people gather around whenever they're
ready and then the music begins to play, you feel a
groove comin' on its way are you ready, are you
ready"
Patrick Van de Wiele
Published: Zaterdag 20 september 2008 / 10:00u.
Print this
Page



