MARC MOULIN
Marc Moulin

1942 - 2008

M Moulin

Marc Moulin (links op de foto)



Afgelopen vrijdag is de Brusselse componist, journalist en muzikant Marc Moulin op 66-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van keelkanker. Het nieuws raakte pas dinsdag bekend na afloop van zijn begrafenis in intieme kring in Elsene.

Moulin was zonder twijfel één van de meest baanbrekende en invloedrijke tenoren in de Belgische muziek.
Augustus 1971, voor de tweede keer in mijn leven spoor ik naar een festival. Op de zevende editie van Jazz Bilzen prijken ronkende namen als Family, Rory Gallagher en Al Stewart, de blues wordt vertegenwoordigd door Dave Kelly en Reverend Gary Davis. Jazz is al even naar de achtergrond verdrongen. Niettemin is het een Belgische muzikant die in die sector enige indruk maakt. Marc Moulin’s
Placebo brengt met zijn fusie van jazz, rock en soul een volstrekt unieke stijl. Er volgen nadien nog enkele projecten, zoals het meer experimentele ‘1973’ uit hetzelfde jaar dat de mini-moog introduceert en een titelloos werkstuk een jaar later. Een vierde werkstuk blijft onuitgebracht als Placebo in ’76 wordt opgedoekt.

Het initiële album ‘Ball Of Eyes’ blijft een te koesteren pareltje. De instrumentale composities van Moulin worden gedomineerd door piano en een arsenaal elektronische toetseninstrumenten zoals clavinet, Wurlitzer en harpsichord. De studiosessies vinden plaats in dezelfde zomermaand als het concert in Bilzen. Overigens onthuld de binnenkant van de klaphoes een foto van de pianist achter zijn Höhner clavinet op het Limburgse podium. Moulin omringt zich met muzikanten zoals saxofonist Alex Scorier, met wie hij eerder samenwerkte in het jazzcircuit. Scorier wordt geflankeerd door de baritonesax van Johnny Dover en Nic Fisette op trompet. De muzikale tijdsgeest is prominent aanwezig, zo hoor je in ‘Aria’ onmiskenbare invloeden van de vroege Chicago en Blood, Sweat & Tears met gesofisticeerde blazersbijdragen. Het uitgesponnen ‘Showbiz Suite’ is een eerbetoon aan de progressieve jazzrock van Soft Machine. Naast aanstekelijke miniatuurtjes zoals het onverslijtbare ‘Humpty Dumpty’ en ‘Planes’ prijken ook interpretaties van twee belangrijke namen uit de R&B. Het zijn overigens de enige nummers waarin gezongen wordt. De opener ‘Inner City Blues‘ van Marvin Gaye en de Isaac Hayes’ compositie van ‘You Got Me Hummin’’, waarmee Sam & Dave destijds scoorden, blijven ook in het eigenzinnige gitaarloze Placebojasje overeind. Later experimenteert de groep met funk elementen. Maar op ‘1973’ vinden we N.W. terug, een onvervalste ode aan de onvolprezen en onlangs overleden Norman Withfield, boegbeeld van Motown en de psychedelic soul. De geest van The Temptations waart rond in dit, met inventief snarenwerk van oude vriend Philip Catherine, opgeluisterde muzikale epos. Naar verluidt is Moulin zelf niet bepaald wild over de Placebo-periode en hoort hij vooral de fouten. Typerend voor de bescheidenheid van de man.

Halverwege de jaren zeventig is er een eerste soloplaat ‘Sam Suffy’. De zwart-wit cover toont een afbeelding van het Brusselse justitiepaleis middenin de duinen met daarvoor het bordje ‘Sam Suffy’. Een langspeler gevuld met muzikale miniatuurtjes die samen een improvisatoir lappendeken vormen.

Ondertussen ontdekken we ook de geniale radiomaker Moulin met voortreffelijke programma’s als ‘King Kong’ ,’Cap Du Nuit’ en later in de jaren zeventig en tachtig met Radio Cité dat het pad effende voor meer geprofileerde muziekprogramma’s op de openbare zenders en als voorloper van Studio Brussel beschouwd wordt. In Vlaanderen was hij destijds als muzikant minder bekend, toch hoorden we zijn muziek, zij het op de achtergrond, bijna dagelijks in ’76. Moulin drukte immers als pianist en arrangeur zijn stempel op ’Jus d’Orange’ van Lieven (Coppieters), één van de beste Nederlandstalige langspelers en bij mijn weten de enige waarvoor ook interesse was in de V.S. Als producer is zijn naam met de meest uiteenlopende figuren verbonden: Lio en Alain Chamfort aan Franstalige kant en Bowling Balls, Anna Domino, Sparks. Om uit het enge kringetje van jazzconnaisseurs te breken houdt hij zich tot halverwege de jaren tachtig bezig met
Telex. Telex is een trio, met naast Moulin moog-fanaat Dan Lacksman en Michel Moers, dat zijn door synthesizers gedomineerde electropop met disco-elementen aangelengd met een behoorlijke dosis humor. In volle New Wave-periode scoren ze met hits als ‘Twist à Saint Tropez’, ‘Moskow Diskow’, ‘En Route Vers De Nouvelles Aventures’ met een avontuurlijk, typisch Belgisch soort Kuifjes gevoel. Telex is vooral bekend door hun fel gecontesteerde deelname aan het Eurovisiesongfestival en in 1980 laatste te eindigen in Den Haag met het door vocoders gezongen ‘Euro-Vision’. Arstistieke erkenning voor het oeuvre volgt later als Moby en Daft Punk Telex als niet onbelangrijke inspiratiebron erkennen.
Na het ontbinden van Telex zet Moulin zijn radio- en producerswerk verder, componeert filmmuziek en jingles, werkte aan toneelstukken en enkele boeken.

In 2001 keert hij in het zog van de loungerage terug met zijn muziek op de voorgrond. Het prestigieuze Blue Note biedt hem een contract aan om te doen waarin hij goed was. ‘Top Secret’ vormt in 2001 de aanzet van een sublieme trilogie waarin de mengeling van electronica ondergedompeld in een loungesfeertje met jazzelementen overheerst, met een hoofdrol voor dat Miles Davistrompetje en de stem van Christa Jérôme op het vorig jaar uitgebrachte ‘I Am You’, dat een voorlopig sluitstuk vormt. Voorlopig, amper enkele weken geleden onderbreekt Marc Moulin wegens gezondheisdsredenen zijn samenwerking met Télémustique, waarvoor de artistieke duizendpoot onder de titel ‘Humoers’ wekelijks een bijdrage leverde. Hoewel hij ‘I Am You’ als de eindetappe van zijn muzikale omzwervingen beschouwt, zal hij ondertussen wel niet stilgezeten hebben en horen we de neerslag daarvan wellicht postuum.

Cis Van Looy


Marc


Met dank aan Philippe Mathijs voor de foto ©


Published: Donderdag 02 oktober 2008 / 09:30u.
Print this Page