LABADOUX 2008
- 3 mei 2008 • Festivalterrein Ingelmunster -
De maand mei is traditioneel wellicht de drukste
festivalmaand. Tussen al die andere activiteiten toch
even naar Ingelmunster gependeld. Daar was het Labadoux
Festival ondertussen aan de twintigste editie toe. Het
gezellige festival hanteert al enige tijd een
eigenzinnige formule met verschillende podia. Dit jaar
was er in de clubtent plaats voor de ondertussen enorm
populaire stand up comedians. Zaterdag voerde Nigel
Williams het woord tussen de muzikale acts in de grote
concerttent. We arriveerden juist op tijd op het
zonovergoten terrein om nog een stukje van
Rangeela
mee te pikken. Dit Indische zigeunergezelschap draagt
een eeuwenoude traditie verder uit en omkadert de
muzikale verrichtingen op een exotisch instrumentarium
met dans en de onvermijdelijke fakir.
De naam
Valravn
klinkt een beetje folkliefhebber wellicht niet onbekend
in de oren. Vorig jaar was de Deense formatie een
onbetwist hoogtepunt op grote festivalbroer Dranouter.
En ook nu klonk de fusie van traditionele folk en
elektronische elementen (waaronder een Apple iBook
laptopcomputer) onweerstaanbaar.
Valravn graaft diep in het verleden van de
Scandinavische folk en vermengt eigen werk met
muziekjes uit IJsland en andere mysterieuze oorden.
Het repertoire pendelt tussen dramatisch opgebouwde
evocaties met heftige percussieritmes en feeërieke
sensuele taferelen met een hoofdrol voor de zangeres.
In de prachtige zang van de charismatische zangeres
klinken bijwijlen echo’s van Sinead
O’Connor en Björk door.
Met de combinatie van ongepolijste akoestische folk,
die naadloos verweven wordt met elektronische beats,
creëert Valravn toch een eigen meeslepende sound die
een niet onaanzienlijk deel van het jonge publiek
meezoog in een bij momenten tranceverwekkende set.
Guy Forsyth
kennen we vooral van zijn vaak spraakmakende passages
langs het bluescircuit. Sinds enige tijd manifesteert
de gitarist uit Austin (Texas) zich met een
gevarieerder oeuvre. Niet echt verwonderlijk, Forsyth
beperkte zich geenszins tot de strikt afgebakende
bluesrock en bij The Asylum Street Spankers kwam naast
prewar blues ook jazz en vaudeville aan bod. Al die
muzikale elementen kwamen aan bod. Geassisteerd door
een hardwerkende ritmesectie werkte de man zich door
een intrigerende set waarbij het bottleneckstaafje
kwistig gehanteerd werd. Intrigerende verhaaltjes zoals
‘Children Of Jack Kerouac’ dreven op fraaie
fingerpicking en bleken slechts aan een handvol kenners
besteed. De demonstratie met de zingende zaag lokte al
wat meer volk in de tent. Tijdens de tempoversnelling
in het op een stevige Bo Didley-beat drijvende
‘Mona’ hees menig festivalbezoeker zich
zelfs uit de stoeltjes voor een voorzichtig danspasje.
Even later liep de grote tent wel moeiteloos
voor
10cc.
De Britse popformatie stond zo’n vijf jaar
geleden al op het podium van Labadoux. Hoe relevant is
een groep met slechts één enkel origineel lid in de
rangen nog kan je je afvragen. Bassist Graham Gouldman
en zijn begeleiders appelleren uiteraard aan meer
nostalgische motieven van de luisteraar en
zanger/gitarist Eric Stewart is er helaas al een tijdje
niet meer bij. Gouldman, die in de jaren zestig met The
Mockingbirds niet buiten Manchester geraakte, was wel
uiterst succesvol met zijn songs voor The Hollies, Jeff
Beck,Yardbirds. Je kan het hem niet kwalijk nemen dat
hij ruim twintig jaar na het vertrek van Stewart nog
met de oude parels van 10cc on the road is. Mick Wilson
leverde als vervanger van Stewart en Lol Creme puik
werk. Overigens zit multi-instrumentalist Paul Burgess
al sinds ’76 bij 10cc na het vertrek van Lol
Creme en Kevin Godley en gitarist Rick Fenn is eveneens
een oudgediende. Dat was duidelijk te horen vanaf de
opener ‘The Wall Street Shuffle’ tot en met
het bisnummer ‘Rubber Bullets’. Het
dankbare publiek werd met voortreffelijke uitvoeringen
uit het rijk geschakeerde repertoire vergast.
Zo klonken ‘Arts For Arts Sake’,
‘Silly Love’ en ‘Life Is A
Minestrone’ op het podium vitaler dan ooit. Het
was heerlijk wegdromen bij het epische ‘I’m
Mandy Fly Me’ en de ultieme dansvloersleper
‘I’m Not In Love’ blijft een
romantisch pareltje. Kortom een foutloos parcours en
een perfecte jukebox. Niet meer maar zéker niet minder.
Het uitgebreide combo dat onder de naam
The African Tribute To James Brown
opererende bleek een perfect geoliede muziekmachine.
Opgebouwd rond Pee Wee Ellis (foto onder), de
legendarische saxman bij James Brown in de jaren zestig
en zeventig. De pionier omringde zich met een
collectief uitmuntende musici met ondermeer trombonist
Joe Bowie (Defunkt), dat onder het motto van
‘Still black, still proud’ een eerbetoon
aan The Godfather of Soul’ bracht. Tussen het
instrumentale werk deponeerden de flamboyante zangeres
Martha High (foto onder) en haar mannelijke evenknie
versies uit het imposante oeuvre van James Brown. Brown
is natuurlijk niet te evenaren maar het ondertussen al
flink uitgedunde publiek kon zich als dansend opwarmen
op hitsige old school soul R&B en Funk.
Gastmuzikant N’Faly Kouyate voegde een exotisch
tintje toe met zijn authentiek Afrikaans
instrumentarium. Het was blijkbaar te laat en te koud
geworden in de grote tent om nog een feestje te bouwen.
Cis Van Looy
© Foto’s: Alfons Maes





