11 mei 2008 • Hof ter Lo Antwerpen
Mr. Bob (Rusty
Roots)
Iris Smithuis
(Cowboy Angels)
Yurek Onzia
(Cowboy Angels)
Tineke
Schoemakers (Barrelhouse)
Filip Casteels
(Sammy Cuba)
Little Chris (Howlin' Bill)
Als je als échte muziekfanaat jezelf kunt
overtuigen om op een zéér warme dag, en in een
steeds warme zaal, een avondje te gaan zweten in
goede rootsmuziek, dan ben je een speciaal
persoon.
Dit was het geval voor alle bezoekers van deze
avond die de warmte lieten voor wat ze was en
zich onderdompelden in de muziek van de bands die
daar vandaag geprogrammeerd stonden. Top of the
bill was niemand minder dan de legendarische
Amerikaanse albinoster Johnny Winter die
kennelijk aan een van zijn laatste tournees bezig
is.
Maar de vooravond werd ingezet door onze vrienden
uit Peer, Rusty Roots. Zij wisten, ondanks een
vrij zwakke opkomst zo vroeg op de dag, toch
voldoende ambiance te scheppen dat iedere
bezoeker met aandacht elk nummer op een
bijzondere manier kon ondergaan. Dit hadden ze
voornamelijk te danken aan de introductie van hun
Hammondspeler, en eerlijk gezegd, dit is de beste
zet die ze tot nu toe hebben gedaan. Hun muziek
klonk al zeer speciaal maar dankzij hun
keyboardspeler Jo Reniers krijgt de Rusty Roots
muziek een nog diepere impact. Houwen zo,
jongens, fantastisch !!!
De warmte zorgde er ook voor dat de tapkranen in
de bodega geen seconde dicht bleven en het
goudgele vocht vloeide zoals een waterval... Goed
voor ons maar té veel van dit vocht zou wel eens
tot nare situaties kunnen leiden en dat was zeer
opmerkzaam enkele uren later in de zaal zelf.
Maar om de gemoederen weer een beetje op te
hitsen, dat was spek voor de bek van Filip
Casteels (ex El-Fish).
Met zijn nieuwe band, en waar Luk Janssens (The
Electric Kings, Last Call,...) kennelijk ook
plots deel van uitmaakte, kregen we een set die
voor afwisseling zorgde. Niet dat het hier ging
om de nieuwste revelatie maar toch moeten we
Sammycuba volgen. Deze band heeft potentieel om
door te breken, net als The Electric Kings want
deze band heeft kwaliteit zat. Van Sammycuba gaan
we in de toekomst nog veel meer horen (en zien).
Wie Barrelhouse niet kent (of kende zoals ik),
kreeg een pracht van een set te beluisteren.
Barrelhouse speelt de blues zoals het hoort.
Eigen nummers en fantastische covers wisselden
elkaar af en ik moet toegeven dat Nederland,
buiten de echt grote acts van weleer (Brainbox,
Flavium, Cuby & The Blizzards,...) de dag van
vandaag ook nog sterke bluesacts heeft. Net als
The Twelve Bar Blues Band mogen we zonder enige
gereserveerdheid deze band bij de beste van
Nederland plaatsen. Hun dampende set zette de
échte tendens is voor wat nog volgen zou.
Barrelhouse is een act die je moet gezien hebben,
gelijk op welk festival...
Ondertussen was de zaal al helemaal volgelopen en
de Cowboy Angels was de volgende act die het
zweet van toeschouwers in emoties moest omzetten.
Ikzelf ben niet echt een fervente fan van dit
soort muziek maar ik moet wel toegeven dat ze
toch in zo’n warme zaal verfrissend
overkwamen.
Yurek Onzia, bezieler van de band, liep met zijn
plan, om een Gram Parsons tribute band in het
leven te roepen, al enkele jaren rond en dat doet
hij nu nog steeds met veel plezier. Gelukkig
heeft men de vorige zangeres Martine Van Hoof
vervangen door Iris Smithuis, een veel betere
zangeres en met een leuke act de présence.
Uiteraard moet je ook Piet De Houwer
(Seatsniffers) in ’t oog houden want hoe
die man steeds achter zijn drumkit zit, je krijgt
een show apart...
Raf Timmermans is de perfecte gitarist om het
werk van Gram Parsons te vertalen naar een groot
publiek en dat deed hij nu vanavond ook weer.
The Cowboy Angels hadden een verrassing bij: Big
Dave was ook van de partij en mocht hier een
nummertje zingen. Toch nam ik tijdens deze act de
tijd om mijn innerlijke mens wat te versterken.
Een steeds graag geziene gast, en een band om U
tegen zeggen is onze Antwerpse Howlin’
Bill.
De jongens waren er weer helemaal klaar voor.
Little Chris liet zijn fans weer genieten van een
knappe gitaarshow en de zeer indrukwekkende
solo’s die hij bij de nummers op het
publiek afvuurde. Hij denkt tenminste ook even
aan de fotografen die een leuk plaatje willen
schieten waarvoor dank Chris. Uiteraard, en dat
wordt Bill een beetje vergeven, konden we al
gissen welke nummers we te horen kregen. Deze
werden, zoals steeds, op een zeer ludieke manier
aangekondigd.
Frankie Pauwels (drums) heeft, ondanks de hitte
in de zaal, weer voor de nodige opjuttende
drumpartijen gezorgd. Zeer voortreffelijk
drummer... Tja, ik ken hem al jaren want hij was
mijn plaatsvervanger in de jaren zestig bij St.
John’s Blues Band (met Mr. Morefun Benny De
Mey). Voornamelijk werk uit hun cd’s
‘Strike’ en ‘Cool It’
vulden de zaal maar ook ander werk weerklonk door
de luidsprekers.
De grote apotheose kwam van niemand minder dan de
legendarische Johnny Winter, die de laatste jaren
vrij vaak in Europa toert.
De man is een levende legende maar het was
dankzij mijn favoriete zanger/gitarist Michael
Bloomfield dat Winter beroemd werd. Kooper en
Bloomfield introduceerden de piepjonge Johnny
Winter op hun Fillmore sessies in ’68 in
New York. ‘It’s My Own Fault’
was het nummer waarmee voor Johnny Winter de
hemelpoorten opengingen. Vanaf dat moment sprak
iedere muziekliefhebber over de ‘jonge
albino die goed met een gitaar overweg
kan’!
Was dat ook nog het geval vandaag in Antwerpen?
Zeer zeker, maar Johnny is niet zo vitaal meer
dat zijn act vanop een stoel moest gebeuren.
Johnny’s gitaarspel is nog steeds optimaal
maar dat kan niet meer gezegd worden van zijn
stem. Hoe dan ook, zo zie je maar dat een
(levende) legende (die toch al een veertig jaar
actief meedraait), nog best op een podium mag
gezet worden. Hij werd dan ook ondersteund door
zijn sterke band die voor de nodige en juiste
ritmes zorgde.
Algemeen beschouwd een zeer geslaagde editie in
de serie Rootsnights’, nog steeds een leuk
initiatief van de Stad Antwerpn (wat zouden we
doen zonder hen op dit gebied?) en we kijken
reeds met volle teugen uit naar de volgende
editie. Hopelijk presenteren ze weer een levende
legende want die zijn er nog zat.







