27 juli 2008 • Hof ter Lo Antwerpen
Wegens contractuele problemen tussen de
oorspronkelijke promotor (OLT/Openluchttheater
Rivierenhof, Antwerpen) en het management van The
Reverend Horton Heat verhuisde de
16e
editie van Rootsnight naar Hof ter Lo. Jammerlijk
dat de voorverkoopkaarten van het Rivierenhof
niet geldig waren voor de concerten in Hof ter
Lo. Rootsliefhebbers moesten hun tijdig
aangekochte kaartjes terugbrengen in het
voorverkooppunt en konden enkel de nieuwe
kaartjes krijgen via FNAC.
Het Rivierenhof is een schitterende locatie,
zeker bij mooi weer. Maar de programmeerde acts
waren geen groepen voor een zittend publiek.
Punk, rockabilly, psychobilly en nog andere
moeilijke te beschrijven trashy muziek komen
beter tot hun recht bij een staand publiek.
Opener waren Los Putas. Deze vier gasten hun
muziek wordt omschreven als psycho-/garage
rock’n’ roll. Hun muziek bleek een
groot punkgehalte te hebben. Het was strak en
snel gespeelde muziek zonder franjes. Om hun act
toch iets aantrekkelijker te maken hebben ze Inga
als go-go danseres. Ze kwam bij een vijftal
nummers dansen in afwisselende kledingsetjes.
Mijn favoriet was haar tijgerbikini en
–slip. Niet alles van wat ze zongen was
goed verstaanbaar, maar de liedjes ‘Go fuck
you’ van Hank Williams III en ’26
years of pain’ bleven hangen in hun korte
set. Ze mochten nog bissen met het feestnummer
‘Blitzkreig Bop’ van The Ramones.
Muzikaal verfijnder was Runnin’ Wild. Deze
rockabilly boys richtte Runnin’ Wild
zo’n 15 jaar geleden op. In de loop der
jaren kenden ze wel enkele lange breaks, maar dit
jaar zijn ze terug herenigd voor hopelijk een
lange periode. Hun comeback wordt ondersteund
door hun onlangs verschenen album ‘I
dressed in black today’. Iemand die
rockabilly in elke vezel van zijn lichaam heeft
is frontman Patrick Ouchene. Het trio werd
vanavond aangevuld met Renaud Crols op viool en
Madé J op slidegitaar.
Met ‘All I want’, ‘Guitar
Breaker’, If you wanna be my baby’ en
‘That’s what I like’ werd er
gretig geplukt uit hun recente album.
Ook drummer/banjospeler Koen Verbeek zong vele
nummers. Spijtig dat naar het einde van de set
toe te veel werd geïmproviseerd. Er was niet veel
gerepeteerd met de 2 special guests en daardoor
werd het op het einde nogal rommelig. Hopelijk
gaan wij Runnin’ Wild nog vaak tegen komen
in het festivalcircuit. Want ondanks hun mindere
finale blijven ze toch één van onze allerbeste
rockabilly bands.
De eerste buitenlandse groep voor deze avond was
Nashville Pussy. Deze greasy rockband bestaat uit
de kleine, op Lemmy van Motorhead lijkende,
Blaine Cartwright op zang en gitaar, zijn
rondborstige vrouw op gitaar, een drummer en de
moordgriet Karen Cuda op bas.
Deze vier unieke exemplaren brachten hun muziek
met volle overgave. Zij hadden het effect van een
pletwals over het publiek. Tussen hun smerige
sound herkende ik nummers zoals ‘Say
nasty’, ‘High as hell’,
‘Hate and whiskey’, ‘Come on,
come on’, ’Struttin’cock’
en ‘Nutbush city limits’. Vuile
teksten en smerige muziek zijn de kenmerken van
Nashville Pussy. Ze waren zo overweldigend dat
een bis overbodig was. Na hun show bleken ze
sympathieke mensen te zijn en mengden zij zich
tussen het publiek. De jacht op de bassiste was
geopend...
De groep waarvoor alles naar Hof ter Lo moest
wijken was The Reverend Horton Heat. Alle lichten
gingen uit en er werd een tape met een pratende
stem afgespeeld. Na enkele minuten wandelde het
trio van The Reverend Horton Heat het podium op.
Zij brachten in country gedrenkte punkabilly. Het
genre vereist niet echt grote muzikale kennis,
maar al deze leden waren topmuzikanten.
Zanger/gitarist Jim Heath speelde knappe,
inventieve solo’s. Maar ook de drummer en
de bassist waren indrukwekkend. Het was duidelijk
dat deze heren een goed draaiende machine waren
die gemiddeld 150 optredens op een jaar doen. Het
was knap gebrachte muziek die de talrijke
vetkuiven tot pogo deed bewegen. Tijdens de
bissen mocht Nashville Pussy zanger Blaine
Cartwright een stomende versie van ‘Ace of
spades’ brengen. The Reverend Horton Heat
kreeg een staande ovatie van het volledige
publiek. Zij waren een headliner die zeker niet
ontgoochelde.
Misschien dat deze 16e
editie van de Rootsnight minder
‘roots’ kende, maar ze blijven
kwalitatief hoogstaande bands programmeren. Dus
wij kijken met plezier uit naar de volgende
editie.
Tekst en foto’s: Kris Vermeulen ©
Line-up:
Los Putas
Yves Puta: vocals
Patrick Puta: gitaar
Tom Puta: bas
Lucien Puta: drums
Inga: go-go danseres
Runnin’
Wild
Patrick Ouchène: vocals, gitaar
Koen Verbeek: drums, banjo, vocals
Renaud Crols: viool
Madé J: gitaar, vocals
Lenn Dauphin: contrabas
Nashville
Pussy
Blaine Cartwright: gitaar, vocals
Ruyter Suys: gitaar, backingvocals
Jeremy Thompson: drums
Karen Cuda: bas
The
Reverend Horton Heat
Jim Heath (aka The Rev): gitaar, vocals
Jimbo Wallace: contrabas
Paul Simmons: drums
Published:
Zondag 03 augustus 2008 / 18:00u.
Print this
Page






