29 - 30 augustus 2008 • Ferstivalterrein Varenwinkel
Vorig jaar was de 10e
editie aangekondigd als een feesteditie, maar ook
als een afscheidseditie. Het festival was in de
loop der jaren uitgegroeid als één van de
grootste en gezelligste van ons land.
Gelukkig voor de bluesliefhebber kregen de 3
overgebleven bestuursleden een nieuw team bij
elkaar om deze 11e
editie te organiseren. Voor een buitenstaander
leek er weinig veranderd. De locatie, de grote en
kleine tent, de enthousiaste inzet van de
medewerkers, de gezellige sfeer, het leek nog
steeds hetzelfde.
Vrijdag stonden er 3 groepen op het hoofdpodium
geprogrammeerd. Het Limburgse Jim Cofey mocht om
19 uur de spits afbijten. Deze topmuzikanten had
ik voor de eerste keer in Peer gezien en ik was
toen niet overtuigd. Vandaag kwamen zij veel
beter uit de verf. Kwam het door dat
pianist-zanger Patrick Cuyvers nu centraal op het
podium zat, of dat de scratchende DJ 4T4 afwezig
was? Het geheel klonk minder chaotisch als in
Peer. Elke muzikant heeft een belangrijke rol in
de band, maar het zijn toch vooral
Patrick’s soulvolle stem en Igor Maseroli
zijn saxuithalen die opvallen. Ze bisten met een
schitterende funkinstrumental ‘It’s
gonna rain’ van Gentleman June Garner.
Ondanks dat deze muzikanten hun sporen verdienden
in bluesgroepen zouden zij beter op festivals
voor een ruimer publiek mikken. Hun dansbare
funk-jazzmix zou ook bij een jeugdig
Pukkelpoppubliek kunnen aanslagen.
De pauzes werden vanavond opgevuld door het duo
Roland en Gene Taylor. Deze veteranen hadden
duidelijk niets gerepeteerd. Het enige dat ze
afgesproken hadden was dat ze om beurten zouden
zingen. Voor elk nummer spraken ze een toonaard
af en dan zagen ze wel waar ze uitkwamen. Gene
koos meer voor het bekendere repertoire zoals
‘Shake rattle and roll’ en het mooie
‘Rainin’ in my heart’. Roland
had er vanavond zin in en bracht minder bekende,
maar knappe nummers zoals ‘Frankie and
Jonny’ en ‘Smuggler blues’.
Improvisatie houdt risico’s in, maar de
oude rotten kwamen er goed mee weg en toverden de
tent om in een juke joint.
Een groep die net zoals Jim Cofey het publiek aan
het dansen wilde krijgen waren de Nederlandsers
The Electrophonics. Deze 7 koppige band heeft in
haar thuisland al een hele reputatie opgebouwd
met hun aanstekelijke jaren 50 swingblues. Ze
brachten een knappe uptempo set met uitschieters
zoals ‘Catch that train’, ‘She
can be mine’, ‘I can’t lose
with the stuff I use en afsluiter ‘Safronia
B’. De Nederlandse Limburgers werken aan
een nieuw studioalbum en gaven het publiek al een
voorproefje met enkele nieuwe nummers. Of je nu
van ze houdt of niet, stil zitten was onmogelijk.
Het leek vandaag de avond van de grote
bezettingen, ook headliner Thorbjorn Risager
bestond uit 7 leden. Deze Deen was één van de
revelaties in Peer. Hij bracht ook vanavond weer
een set met knap uitgewerkte eigen nummers en
enkele covers. Hoogtepunten waren ‘You can
have it your way’, ‘Burning
up’, ‘Mister bad luck’,
‘Hold on’, ‘Here I am’ en
‘Ain’t nobody business’. Het
kippenvelmoment van de avond was toen hij het
ontroerende ‘Heart of the night’
bracht. Thorbjorn is goed bezig om een graag
geziene act te worden in ons land. Hij zal
opgejaagd wild worden bij de te boeken acts voor
het volgende festivalseizoen.
14 uur als aanvangsuur bleek zeer vroeg te zijn
voor het publiek en zanger Jan Bas van Rusty
Roots. Het publiek was nog niet zo talrijk en Jan
Bas sprak in zijn bindteksten steeds over
‘tonight’. Deze band uit Peer
veranderde dit jaar radicaal van koers met hun
nieuwe album ‘Electrified’. Van
jumpblues met sax transformeerden zij in
soulblues met een belangrijke rol voor de Hammond
B3 van JJ Louis. Volgens mij een zeer geslaagde
wijziging want hun nieuwe album is één van de
Belgische beste releases van de laatste jaren. Ze
brachten uit dit album o.a. de nummers
‘Electrified’, ‘It’s
yours to spend’, ‘Fingerlickin’
good’ en ‘Hidden charm’.. De
band bleek in hun BB King periode te zitten want
ze speelden ook de nummers ‘How blue can
you get’ en ‘Someday baby’. Jan
Bas leek op automatische piloot te spelen. Hij
versprak zich geregeld met ‘tonight’
en herhaalde te vaak na elk applaus ‘You
are too kind’. Half weg de set geraakte de
tent aardig gevuld en begon Rusty Roots op stoom
te komen. Zo konden zij alsnog hun sterke live
reputatie bevestigen.
De eerste 2 pauzes tussen de acts op het
hoofdpodium werden opgevuld door The Legendary
Johnny Trash. Deze band heeft als hoofdrolspeler
Koen Verbeek. Deze veelzijdige muzikant heeft een
verleden bij Donkey Diesel, Sin Alley, Hetten
Des, Runnin’Wild en nog vele anderen. Bij
Johnny Trash kan hij volledig zijn eigen ding
doen. In deze band ruilde hij het drummerstoeltje
voor de microfoon en de gitaar. Johnny Trash is
een synthese van al zijn eerdere projecten en
zijn liefde voor Johnny Cash. Je kan van hem een
mengeling van rockabilly, country en andere
rootsstijlen verwachten. Bluespuristen hebben
weinig boodschap aan zijn muziek, maar mensen met
een bredere smaak weten hem te waarderen.. Hun
set bestond uit 2 keer 45 minuten. Zij brachten
twee energieke sets met nummers zoals ‘Here
comes Johnny’, Motorhead’s ‘Ace
of spades’, ‘My way’,
‘Jambalaya’ en ‘Drinkin’
about you’. De gebrachte Johnny Cash
klassiekers waren ‘Falsom Prison’,
‘Ring of fire’ en ‘Sea of
heartbreak’ (origineel van Don Gibson).
Koen schuwt de humor niet toen hij zei: Johnny
Cash bracht op één van zijn laatste platen
‘Personal Jesus’ van Depeche Mode.
Als Johnny Cash Depeche Mode mag coveren dan
mogen wij zeker ‘I just can’t get
enough’ brengen. Zo zie je dat sterke
nummers ook in een ander (western) kleedje
overeind blijven. Zijn act werd nog
aantrekkelijker doordat er om de 4 nummers
animatie was van the Cherry Chix. Deze 2
schaarsgeklede dames brachten een erotische act
met een knipoog tijdens het nummer. Dit zag ik al
eerder bij de gogo danseres van Los Putas, maar
dit was origineler en aantrekkelijker om te zien.
Kijken mocht, maar handen thuishouden want de
griet met de meest natuurlijke rondingen is het
lief van frontman Koen.
De tweede act op het hoofdpodium was Eugene
‘Hideaway’ Bridges. Dit zwarte
zwaargewicht brengt Texaanse soulblues, in de
stijl van BB King en WC Clarke. Al in het tweede
nummer verliet de band het podium zodat hij a
capella zijn prachtige soulstem kon demonstreren.
Vervolgens ging hij de funky tour op met
‘Givin up on love’. Ook ‘Jump
The Joint’ was stevig en uptempo. Hij
speelde ook bluesnummers zoals ‘I got the
blues’ en ‘She wants to dance with
me’, maar het best kwam hij tot zijn recht
in de rustige soulnummers zoals ‘In your
arms tonight’ dat klonk als pure Sam Cooke
en Ben E. King klassieker ‘Stand by
me’. Ik zag hem reeds in 2005 op Spring
Blues te Ecausinnes. Toen was het potentieel al
duidelijk, maar was zijn set te clean. Nu was
zijn set veel beklijvender. Hij kreeg terecht
applaus van de volledige tent en was voor vele
toeschouwers de revelatie van het festival.
De act met de hoogste verwachtingen was
ongetwijfeld Rhythm & Blues Explosion feat.
Alex Schultz, Sax Gordon & Raphael Wressnig.
Met zo’n topmuzikanten kan het nooit fout
gaan zou je denken. Het was geen slecht optreden,
maar het werd niet het beste optreden van het
festival. De stermusici (waarvan vooral Sax
Gordon) bleken niet vertrouwd met het gebrachte
repertoire. Technisch werd er zeer knap
geïmproviseerd. Maar als 3 muzikanten tergelijker
tijd willen schitteren gaat de eigenheid van het
nummer verloren. Sax Gordon bleek tijdens het
samenspel tè dominant te spelen. Zijn instrument
valt op en daarbij komt nog dat hij een pure
showman-entertainer is, zodat de beste
hedendaagse bluesgitarist en meest talentvolle
hammondwizard tot begeleiders werden
gedegradeerd. Hoogtepunten waren ‘Last
train to Aalter’ waar Alex Schultz zijn
uitzonderlijke klasse mocht tonen,
Raphael’s prijsbeest ‘Banana
Boogaloo’ en het enige door Sax Gordon
gezongen nummer ‘Have horn, will
travel’. Voor saxliefhebbers was het een
feest om Sax Gordon te zien, maar bewonderaars
van Raphael’s hammondpartijen zullen zich
misdeeld voelen. Raphael deed een soortgelijke
R&B explosion met Enrico Crivellaro op
Duvelblues en toen kwam zijn klasse wel boven
drijven. Kortom het waren technische hoogstanden,
maar ook topmuzikanten moeten kunnen doseren om
zichzelf en hun medemuzikanten te laten
schitteren.
Vervolgens was het tijd voor good old
chicagoblues met John Primer. Er zijn honderden
artiesten die meegejamd hebben met Muddy Waters,
maar het aantal artiesten dat vast bandlid was
bij de koning van chigacoblues begint aardig uit
te dunnen. De 63-jarige John Primer is nog één
van de weinige originals. Hij was tevens 14 jaar
lid van Magic Slim and the Teardrops. Sinds 1995
werkt hij aan een eigen succesvolle solocarrière.
John komt geregeld over naar Europa, en speelt
vaak met een Nederlandse backingsband. Vanavond
had hij zijn eigen drummer en bassist bij zodat
hij zijn vertrouwde repertoire kon brengen en
zich niet moest beperken tot de platgespeelde
klassiekers. Op harmonica kreeg hij versterking
van de Nederlander Robbert Fossen. De
omstandigheden zaten John niet mee. Hij was zijn
eigen gitaar verloren tijdens deze tournee en de
slide die hij hanteerde was te groot voor zijn
pink. Daardoor speelde hij jammerlijk sporadisch
slide gitaar. Desondanks werd het toch een sterk
potje chicagoblues zoals alleen de grootmeesters
het kunnen brengen. De obligate ‘Sweet home
Chicagao’ afsluiter kon niet ontbreken.
Wanneer komt er eens een Chicago artiest die geen
‘Sweet home Chicago’ op de setlist
heeft staan?
De headliner voor deze avond was James "Super
Chikan" Johnson & The Fighting Cocks.
Vorig jaar ging de vriendenkring van
Gevarenwinkel naar het bluesfestival te Cognac.
Allen waren ze het eens dat ze Super Chikan op
hun festival moesten proberen te krijgen. In
Cognac had hij Amerikaanse vrouwen als
begeleidingsband. Vanavond werd hij ondersteund
door jonge muzikanten uit Bordeaux. Zij deden dit
verrassend goed, ze hielden het tempo hoog in de
set en leken een geöliede machine. Super Chikan
bleek een zeer enthousiaste performer te zijn.
Hij speelt op zelf gemaakte gitaren en maakte
gretig gebruik van slide en wah-wah pedaal. In
zijn setlist zaten veel aanstekelijke boogies
zoals ‘Hookin’up’, ‘Shoot
that thing’ en ‘Sippi’
seekan’ saw’. Bekende covers waren
Jimmy Reed’s ‘You don’t have to
go’ en Albert King’s ‘Crosscut
saw’. Dankzij de organisatie heeft niet
alleen het beperkte groepje Belgen dat naar
Cognac gaat, maar ook de modale bluesliefhebber
kennis kunnen maken met deze authentieke, pure
artiest.
Het nieuwe bestuur mag trots zijn op de
organisatie van hun festival, het was 2 dagen
genieten in Varenwinkel, the city of all places.
Kris Vermeulen
Foto’s: Alfons Maes ©
LINE-UP'S
Jim Cofey
Patrick Cuyvers: vocals, keyboards Igor Maseroli:
sax Rob Vanspauwen: gitaar Jan Ieven: bas Gert
Servaes: percussie Steve Wouters: drums
The
Electrophonics
Stephan Hermsen: vocals, harmonica Huub Goosen:
gitaar Ronald Roodbol: bas Peter Stienen: drums
Ivo Sieben: piano Andre de Laat: sax Nick Caris:
trombone
Thorbjorn Risager
Thorbjørn Risager: vocals, gitaar Svein Erik
Martinsen: gitaar Emil Balsgaard: keyboards Søren
Bøjgaard: bas Martin Seidelin: drums Peter Kehl:
trompet Kasper Wagner: sax
Roland
and Gene Taylor
Roland:
vocals, gitaar
Gene Taylor: vocals, piano
Rusty Roots
Mr. BeeJee: vocals, gitaar Mr. Tutt: drums Mr.
Body: bas Mr. Bob: gitaar Mr. JJ Louis:Hammond B3
Eugene
"Hideaway" Bridges
Eugene
Hideaway Bridges: vocals, gitaar
James Henderson: gitaar
Bart Kamp: bas
Ronald Oor: drums
Rhythm
& Blues Explosion feat. Alex Schultz, Sax
Gordon & Raphael Wressnig
Alex
Schultz: Gitaar
Sax Gordon: Sax, vocals
Raphael Wressnig: Hammond B3
Lukas Köfler:Drums
John
Primer & The Real Deal Bluesband
John
Primer: Gitaar, vocals Michael Morrison:
Bas Vernon Rodgers: Drums Robert
Fossen: Harmonica, vocals, gitaar
James
"Super Chikan" Johnson & The Fighting Cocks
James
Super Chikan Johnson: Gitaar, vocals
Mister Ttchang: gitaar
Jo Pento: bas
Sweet Bo: drums
Published:
Zaterdag 06 september 2008 / 12:00u.
Print this
Page










