JOSE FELICIANO

JOSE FELICIANO / FREDDY BIRSET /
‘T SCHOON VERTIER

Vrijdag 20 juli 2007 - Turnhoutse Vrij-dagen • Grote Markt Turnhout

stars

In Turnhout pakken de organisatoren vrijdag al uit met de vijfde aflevering van de zogenaamde Vrij-dagen van de editie 2007. Enkele uren voor het concert is de regen uitvoerig van de partij. Wellicht schrikt dat een aantal bezoekers af. Tijdens het voorprogramma klaart de hemel op. ’t Schoon Vertier, een plaatselijke brassband, met als blikvanger een stel jonge majoretten. Een show die letterlijk niet al te veel om het lijf heeft en duidelijk als opwarmer fungeert.

IMG_0051

Freddy Birset was al eerder te gast op de Turnhoutse Grote Markt. Een soort professor Gobelijn, die van op het barkrukje met enkel zijn gitaar als begeleiding op aanvaardbaar niveau Franse chansons en populaire deuntjes promoot. De man geniet enige bijval bij het oudere publiek met een selectie ’chansons Françaises très agréables’. Wie kent ze niet de oude hits zoals ’Champs Elysées’, ‘Aline’, Pour Un Flirt’, ‘La Maladie d’Amour’, aangevuld met (kas)krakers van Becaud en onze eigenste Adamo. Kortom, goed voor een halfuurtje, euh… ’schoon vertier’.

IMG_0087 kopiIMG_0058 kop

De avond wordt wel met een bijzondere muzikale gast afgesloten. José Feliciano passeert niet elke dag in onze contreien. De man bouwde sinds de jaren zestig een indrukwekkende internationale carrière uit. José ziet het levenslicht, in september 1945 in Lares, Puerto Rico. Zelfs dat wordt hem niet tenvolle gegund, hij wordt immers met een aangeboren afwijking (glaucoom) geboren en blijkt blind bij geboorte. Als het gezin in 1950 naar het Spanish Harlem district van New York City verhuist, begint de jonge José zich toe te leggen op muziek. Eerst op accordeon daarna volgt de gitaar. Zijn eerste concert geeft hij in de Bronx op 9-jarige leeftijd. Als teenager frequenteert hij het circuit van de koffiehuizen in Greenwich Village, waar hij de stiel met vallen en opstaan leert. In 1962 zegt hij de schoolbanken voorgoed vaarwel voor een vast clubcontract in Detroit. Twee jaar later neemt hij zijn eerste single ‘Everybody Do The Click’ op en staat op het podium van het Newport Jazzfestival. Het platendebuut ‘The Voice And Guitar Of José Feliciano’ wordt nog gedomineerd door flamenco. Na enkele uitsluitend Spaanstalige albums gooit hij het het roer om met enkele albums vol smaakvolle covers van ondermeer Bob Dylan, en The Beatles. Na het jazzy ‘Fantastic Feliciano’ volgt in 1968 de definitieve doorbraak met de melancholische, soulvolle uitvoering van ‘Light My Fire’. Deze Doorsklassieker slaat bijzonder goed aan in de door mainstreampop overspoelde hitparade. Later volgen nog hits zoals het zelfgeschreven ‘Rain’ en ‘No Dogs Allowed’, een reactie op de weigering van de autoriteiten van zijn blindengeleidehond op Britse bodem. Daarna wordt het wat stiller, maar Feliciano blijft actief in de Spaanstalige muziekwereld. De man is ondertussen al even de zestig gepasseerd, maar oogt nog uiterst vitaal, zo bleek vrijdagavond. Eens op het barkrukje geïnstalleerd deponeert Feliciano meteen een gloedvolle versie van ‘Chico’, bekend van de gelijknamige tv-serie ‘Chico & The Man’. Het van zijn recentste werkstuk ‘ The Soundtrax Of My Life’ geplukte ‘She’s In My Blood’ loopt naadloos over in Latijnse ritmes waaruit de Michael Jackson’s ‘Billy Jean’ opduikt. Slechts sporadisch komt het Spaanstalige repertoire aan bod. ‘Rain’ kabbelt rustig verder gevolgd door een verbluffende prestatie fingerpicking. Feliciano is een veelzijdig artiest en de vijfkoppige begeleidingsband gaat even voluit in het ‘elektrische’ deel van de show.
Met zijn transparante gitaar overtuigt José in Dylans ‘Knockin’ On Heaven’s Door’, en het schrijnende bluesepos ‘The Thrill Is Gone’ van B.B. King. Maar het is vooral de uitgesponnen ode aan dat andere Latijns-Amerikaanse snarenfenomeen Carlos Santana, met een glansrol voor het percussionistenduo dat echt imponeert. ‘Soul Sacrifice’, het bekende Woodstock–nummer van Santana geeft de gelegenheid voor het muzikale gezelschap om uitgebreid los te gaan. Het publiek volgt en de kasseien van de Grote Markt lijken even te dansen op het zwoele ritme. In de outtro wordt tussen flarden ‘Jingo’ een bassolo verwerkt. Daarna krijgen we nog een akoestisch intermezzo voorgeschoteld met ondermeer ‘Classical Gas’ en Big Boy Crudup’s ‘That’s Allright Mama’, waarmee ene Elvis destijds scoorde. Het fraaie tweeluikje uit de sixties kan ons meer bekoren. ‘California Dreamin’’, fraai verweven met het ontroerende ’Light My Fire’, is de ultieme afsluiter van een niet onaardig concert. Daarna volgt voor de nostalgen nog een plichtgetrouwe uitvoering van ‘Ché Sara' en mag José zich nog eens uitleven op de batterij percussie-instrumenten tijdens het van Ray Charles geleende ‘What I’d Say’.
José Feliciano blijft anno 2007 een muzikant die naam méér dan waardig, dat werd met dit voortreffelijke én exclusieve concert nog eens ondubbelzinnig geïllustreerd.
Cis Van Looy

Foto’s: © Alfons Maes

PAUL RODGERS

PAUL RODGERS
Zaterdag 19 mei 2007 • The Club (The Cannery Hotel & Resort) Las Vegas

stars

Als u in het buitenland op reis bent en u kunt dan nog een concertje meepikken van een van uw grote idolen, kan uw verlof niet meer stuk. Dit is wat ik meegemaakt hebt want net voor mijn verlof vroeg ik twee guesttickets aan en die heb ik ook gekregen.
The Cannery is een vrij jong hotel gelegen aan de uiterst noorderlijke rand van Las Vegas, dus geen Striphotel.

The Club is een vrij grote zaal die deels overdekt, deels openlucht was want in Las Vegas is het nu eenmaal uitstekend weer, ook ‘s avonds.
Naar dit concert had ik reeds lang uitgekeken en binnen de kortste tijd waren alle stoelen bezet. Waarom ik dit zeg leest u straks wel.

pr

Voor dit concert kon Paul rekenen op enkele briljante muzikanten waaronder Howard Leese (gitaar en ex-Heart), Lynn Sorensen (bas) en Jeff Kathan (drums en ex-Mark Farner en Montrose). Natuurlijk nam Paul, zoals gewoonlijk, ook enkele instrumenten voor zijn rekening gezien hij een allround muzikant is.

Openen deed hij met het Bad Company nummer
Good Lovin’, Goin’ Bad en alsof bij de eerste tonen van dit nummer een speciale magie op het publiek neerkwam stond iedereen plots recht en dat bleef zo voor de rest van het concert. Dus alle stoelen waren zo goed als leeg. Vreemde zaak wanneer men tickets met genummerde plaatsen verkoopt.
Tussen de nummers in liet Paul niet veel tijd verloren gaan en meteen klonken de eerste tonen van
Radio-Active (The Firm) uit de luidsprekers. Het publiek zong gretig mee want achter mij klonken de woorden voordat Paul ze alsnog kon zingen. U mag niet vergeten dat Paul Rodgers in Amerika een grote ster is, iets wat hij eigenlijk in zijn eigen land niet écht was.

Howard Leese, die goed de riffs van wijlen Paul Kossoff (Free) kon naspelen was enkele jaren terug een eerste keuze voor Paul en Howard liet meermaals zijn kunnen horen. Scherpe solo’s kwamen op het publiek af alsof Kossoff of Mick Ralphs (Bad Company) ze zelf speelde.

prstage2

Andere nummers waarop we getrakteerd werden waren natuurlijk allemaal songs uit zijn roemrijke verleden waaronder Bad C°, Feels Like Makin’ Love, het prachtige Wishing Well, Can’t Get Enough Of Your Love enz…

Maar toen Paul het laatste nummer aankondigde en het podium verliet, brak eigenlijk het échte concert aan. Na zijn eerste bisnummer
All Right Now, wat eigenlijk voor de hand lang, werd de band nog driemaal teruggeroepen maar bij een Paul Rodgers concert is dan geen rariteit maar veleer een standaardformule. De man weet hoe hij zijn publiek moet verwennen. Als allerlaatste nummer bracht Paul solo het wondermooie Seagull en daarmee werd het prachtige concert finaal beëindigd.

Een Paul Rodgers concert zult u niet snel vergeten omdat dat een elektrisch geladen belevenis is, een stroomstoot waar u niet aan kunt ontsnappen en die u regelrecht in het hart treft. Gelukkig maar en hopelijk doet Paul dit concert nog eens over binnen enkele maanden op het Nederlands Bospop.
Dit is genieten van de eerste tot de laatste noot en zeker wanneer een man dat brengt die al meer dan veertig jaar meedraait en toch nog geen sleet op zijn stembanden heeft.
Paul ziet er dan ook nog niet zo oud uit.

Als buitenlands fotograaf komt u daar niet aan de slag. Deze gelegenheid is exclusief weggelegd voor de persoonlijke fotograaf van de muzikant en voor de lokale krant en/of de organisator. Spijtig maar het is nu eenmaal zo.

Alfons Maes

DE PRE HISTORIE IN CONCERT

DE PRE HISTORIE IN CONCERT
Zaterdag 10 maart 2007 • Ethias Arena Hasselt

stars

John Watts (ex-Fischer-Z) en Marc Almond (Ex-Soft Cell) nemen de rest van de cast op sleeptouw…

Op 10 maart presenteerden Lion Productions en Radio 2, wat misschien het voorsmaakje was van een lange reeks sequels, een reisje doorheen de nostalgie van de hedendaagse rockgeschiedenis. Alhoewel de sterren meer dan twintig jaar geleden bekend werden, zijn ze nog actief want ze maken nog steeds nieuwe platen. Maar ook op het podium zijn sommige nog steeds een act om u tegen te zetten.

De avond ging van start met Jimmy Sommerville die nog steeds niets van zijn overbekende danspasjes is verleerd. De man heeft nog steeds die swing die anderen ook aanzet tot dansen, maar ook zijn vocale artisticiteit mocht er nog best wezen. Met Small Town Boy sloegen de eerste vonken reeds over op het publiek maar het was met You Make Me Feel (Mighty Real) en natuurlijk Don’t Leave Me This Way dat het publiek al rechtop veerde. Maar zou dat zo blijven met de volgende act?

IMG_0044
- JIMMY SOMMERVILLE -

The Stranglers hadden alle moeite van de wereld om de spanning die Jimmy had gecreëerd aan te houden. Met hun Golden Brown sloeg dit aan, doch Skin Deep kreeg niet die verwachtte respons. Maar de heren speelden het slim en eindigden hun set met de Kinks-cover You Really Got Me wat dus wél zorgde voor een verhoging van temperatuur in de reeds zeer warme Ethias Arena.

IMG_0101
- THE STRANGLERS -

Een man waar ik naar uitkeek (en lees ook het artikel van onze medewerker Eddy op Keys & Chords website) was de vroegere frontman van Fischer-Z, een band die het in eigen land nooit heeft gemaakt maar razendpopulair was in België. Dat John nog steeds een voorliefde voor ons landje heeft is een feit en de man bewees met drie nummers dat hij de sterkste act van de avond ging worden. Wie kon de heerlijke nummers van Fischer-Z, So Long, The Worker en Marliese niet uit volle borst meezingen? Watts weet wat zijn publiek wil en dat gaf hij tenvolle : een stuk vakmanschap dat niets aan tijd heeft ingeboet. Groot showman, die Watts.

IMG_0195
- JOHN WATTS -

Niet aangekondigd waar wel uitvoerig besproken op de zaterdagnamiddagprogramma’s van Radio 2 was het optreden van Guy Swinnen, de voormalige zanger van The Scabs, die door Guy De Pré omschreven werden als de ‘Vlaamse Stones’. Ja, zeg, nu mag je naam Guy De Pré zijn, maar zo’n vergelijking gaat niet op hoor.
Toch liet Swinnen horen dat hij zijn Scabs-jaren nog niet ontgroeid was en met Hard Times en Don’t You Know kregen de échte Scabs-fan nog wat nostalgie te verwerken. Zeker niet slecht, na al die jaren.

IMG_0225
- GUY SWINNEN -

Met Dr. Hook, de afsluiter van het eerste deel, kregen we weer wat informatie over zanger Ray Sawyer en zijn ooglapje. De man ziet dus nog maar uit een oog maar hij is ook volledig doof aan één kant. Of dat een hinderpaal was, neen, hoor, Dr. Hook trok alle registers open maar moesten af en toe vocaal ingrijpen om de tekortkomingen van de oude Ray wat bij te trekken. Maar het geheel was zeker niet slecht en When You’re In Love With A Beautiful Woman, Sylvia’s Mother, Cover Of The Rolling Stone, en Baby Makes Her Blue Jeans Talk waren nummers die het publiek niet koud liet. Een staande ovatie, dat wel, maar daarom niet beter, maar wel bekender, dan John Watts.

IMG_0269
- DR. HOOK -

Na de pauze kregen we een deel dat dankzij Marc Almond nog een beetje respect kon afdwingen.
Paul Young en The Machines hadden beter niet op deze affiche gestaan.

Almond, nog steeds in zijn outlook uit de jaren tachtig was nog goed bij stem en ook hij liet ons nog eens proeven van zijn gekende danspasjes. Torch was de aanzet, zeg maar warmloper, maar met Something’s Gotten Hold Of My Heart (alleen Gene Pitney ontbrak hier) kreeg Marc meteen het publiek op zijn hand. Hier en daar een traan wegpinkend publiek en dan meteen uitpakken met zijn monsterhit Tainted Love en het publiek kon niet meer blijven stilzitten.

IMG_0344
- MARC ALMOND -

Dan de tweede Belgische act. Wie The Machines niet (meer) kent heeft met dit optreden niets moeten missen en eerlijk gezegd vond ik dat Paul De Spiegelaere beter zou kunnen stoppen met dit soort van optredens. Net hetzelfde onderging The Wallace Collection vorig jaar op The Golden Years in Antwerpen: de overbruggingsfase was te lang. Hij mag dan een voortreffelijk producent zijn, maar daar blijft het dan ook bij. Van écht zingen was hier geen sprake meer en de teksten van Don’t Be Cruel en I See The Lies moest hij aflezen van een blad. Van professionaliteit gesproken. Dan had ik liever een Irish Coffee op deze affiche gezien.

Paul Young, de lieveling van de dames maar kennelijk nu met een gezicht dat sterke tekenen vertoonde van diverse facelifts kreeg ook nog aandacht maar alleen van de dames. Cadeau’s en bloemen werden hem overhandigd maar ook enkele bustehouders belandden op het podium. Gaat hij de weg op van Tom Jones die nog steeds slipjes krijgt bij zijn optredens in Las Vegas? De man had alle moeite van de wereld om zijn songs in goede toonmaat te kunnen zingen, hij probeerde maar... Ja Paul, ook voor jou staat de tijd niet stil. Beter stoppen in schoonheid dan… Tear Your Playhouse Down, Everytime You Go Away en Come Back And Stay waren inderdaad grote hits voor Paul maar laat die laatste niet bewaarheid worden aub.

Top of the Bill was (helaas) Hot Chocolate of wat er nog van overbleef. Hun huidige zanger, een man die door de overige bandleden ontdekt werd via een playback en/of soundmixshow nadat Errol Brown er de brui aan gaf, probeert zijn zielsgenoot al reeds meer dan vijftien jaar te imiteren maar zo’n man valt gewoonweg niet te kopiëren. Hoe dan ook, mijn aandacht ging snel verloren door deze houding want de muziek van deze band kon mij niet (niet) meer bekoren. Met Emma, You Sexy Thing, So You Win Again, Girl Crazy en It Started With A Kiss nam ik afscheid van een avond waar ik gemengde gevoelens aan overhield.

IMG_0256
- DR. HOOK -

Als huisorkest een voortreffelijke en schitterende De Laatste Showband die de solo-artiesten écht op een professionele manier begeleidden. Doch wel zonder een Jan Hautekiet en Patrick Riguelle… We hebben toch nog klassemuzikenten in huis hoor.

Wat de organisatie betreft moet ik zeggen dat het allemaal puik geregeld was. De fotografen konden hun hartje ophalen want hier waren géén beperkingen opgelegd. Ook geen dronken, dansende VIP-personen die steeds in de weg liepen…

Of hier nog nieuwe edities van komen, weet ik niet maar we hopen van wel. Dankzij een sterke John Watts, een swingende Jimmy Sommerville en Marc Almond, die alle zitjes even een rustpauze toekende, was dit een zeer geslaagde avond. We want more…

Alfons Maes + © Foto’s

BELGIAN ROOTS NIGHT 12

BELGIAN ROOTS NIGHT 12
Vrijdag 20 april 2007 • Hof Ter Lo Antwerpen

stars

Dit indoor festival, dat zo’n zeven jaar geleden zijn eerste editie beleefde, loopt de laatste tijd wel erg hard. Oorspronkelijk was het een jaarlijks evenement maar de laatste jaren verhoogde de frequentie naar twee, zelfs drie. Niet echt verwonderlijk, de formule met een gevestigde waarde als hoofdact aangevuld met vaak evenwaardig jonger binnenlands talent blijft werken. In het verleden zagen we naast The Fabulous Thunderbirds, ook Jason Ringenberger en Wanda Jackson voortreffelijk begeleid door de onvolprezen Seatsniffers.

De benaming roots opent uiteraard perspectieven voor een breder muzikaal aanbod, Dick Dale, Lee Rocker… De wisselwerking tussen oude rotten en jong talent leverde in het verleden al haast even fraaie concertjes op dan de kleurige vintage-layout van de affiches.

Vrijdag prijkten The Electric Kings op die affiche. Niet onterecht, dit Antwerpse combo blijkt na al die jaren nog de vaandeldrager van de Belgische blues en oogstte succes tot ver buiten de landsgrenzen. De respectievelijke leden speelden ondertussen bij en met al wat naam heeft in de blueswereld. In ’95 kwam de doorbraak met Not For Sale. Twee jaar later bevestigde Electronic de intrinsieke klasse. Daarna werd het combo enkele jaren op non-actief gezet wegens een te drukke agenda. Een reünieconcert op aanvraag op Peer 2005 resulteerde in een dampende liveregistratie. Vorig jaar was er een korte Amerikaanse tour en een optreden in de schaduw van Brabo op de laatste editie, althans in openlucht, van het R&B festival. Vrijdag stonden de Kings opnieuw voor hun eigen kritisch -lees Antwerps- publiek. Het werd dus een avond met hoofdzakelijk muzikanten uit de plaatselijke scène. Hoe verscheiden en eigenzinnig het respectievelijk repertoire, de constante was een sterke frontman die naam waardig.

IMG_0219
- MARC 'T' THIJS (Electric Kings) -

Dat is ook zo bij onze Noorderburen Cuban Heels. Het hechte team trapte het festival in de nog lege zaal zaal op gang met een welgemikt Gutbucket, de trashy titelsong van hun recentste en alom bejubelde werkstuk.
Jan Hidding en kompanen weten ondertussen hoe je een zaal aan de kook moet brengen. Met hun rafelige garageblues, ondersteund door de broeierige rauwe harmonica en gruizelig snarenspel, beukten ze er op los. “You Set My Soul On Fire” zong Hidding in een strak rockend You Know How. De gloedvolle zang vertoonde onmiskenbare gelijkenissen met Paul Rodgers ten tijde van Free. Ook meer bluesgetint werk zoals Going Over The Hill en het op dezelfde leest geschoeide van Fred McDowell geleende en van The Stones bekende You’ve Got To Move overtuigden. Toch bleek deze, weliswaar sterke set, nog maar een voorproefje. Nog even vermelden dat Rico Gerfen die avond voortreffelijk werd vervangen door Mischa den Haring van T99.

Durango leverde zo’n vier jaar geleden met Shipwreck Party een spraakmakend debuut af vol duistere, vaak experimenteel getinte blues. De opvolger was iets minder spectaculair en avontuurlijk. Slechts sporadisch kon je een concert van de groep meepikken. Het werd even angstvallig stil rond het kwartet. In de luwte werd echter hard gewerkt aan een vernieuwd repertoire. Vrijdagavond werd alvast een tipje van de sluier gelicht. Fred ‘Mambo’ Verhaegen opende met een solospotje. Vanaf de barkruk debiteerde hij Freight Train, een slome swaprocker zoals we die kennen van ene Tony Joe White. Lang bleef Fred niet op zijn stoeltje zitten als de groep op het podium klom. Het fraaie Turn Back Time dreef op een onderhuidse bijna tastbare spanning. Maar toen Fred zijn jasje losknoopte en gulzige harpscheuten in de zaal slingerde terwijl hij zijn lange slangenlijf in alle mogelijke en onmogelijke bochten wrong, ging de zaal volledig plat.
Het tergend slepend Japanese Train blijft een belevenis en vormde samen met Wishing Well en Running Man een sterk drieluik. In dat laatste nummer pootte de ritmesectie, onlangs versterkt met klassedrummer Maxine Lenssens, inventieve structuren neer. De totale ontlading volgde in het magistrale White Nights en het dorstige publiek trok na deze uitputtende set naar de foyer.

Daar onderhield Bjorn ‘Wolf’ Eriksson ons met zijn project Big Maxon Blitzegga. Een eigengereide cross-over van blues, country en elektronische pop. Met een glansrol voor de trompettist in het experimentele klanktapijt verwerkte de voormalige Zita Swoon gitarist vernuftig een streepje Americana en zelfs ragtime.

IMG_0234
- LUKE ALEXANDER (Electric Kings) -

In de ondertussen behoorlijk gevulde zaal toonden The Electric Kings nog eens ondubbelzinnig aan dat ze hun koninklijke naam niet gestolen hebben. “We gonna play some Muddy Waters for you” vertrouwde Big Dave de hondstrouwe aanhang toe. Bij een andere bluesgroep zou ik even de wenkbrauwen fronsen, maar de Kings verstaan de kunst om zelfs platgespeelde klassiekers te reanimeren met hun instinctieve aparte benadering. De soepele swing moest plaats ruimen voor strakke funk. Zo duurde het even eer ik doorhad dat ik Scratch My Back, of was het toch een ander nummer, hoorde. Een tegenpruttelende versterker gooide even roet in het eten maar eens dit euvel verholpen, schitterde de gitaartandem als vanouds. De achter een zonnebril verscholen gitarist Mark Tee hanteerde bijzonder kwistig het wahwah-pedaal terwijl Luke Alexander antwoordde met vlijmscherpe ritmische soli.
Een perfect team evenals de oerdegelijke ritmesectie die de hitsige dansfunk in goede banen leidde. Ondertussen ontpopte Dave zich als een volleerd volksmenner met zijn voortreffelijke zang- en harpspel in de vaak slopende jams zoals in het pregnante Howlin’ Wolf’s Commit A Crime. Een onweerstaanbare Bo Diddley-beat herinnerde er terloops aan dat de legendarische gitaarslinger binnenkort (4 mei) op hetzelfde podium staat. Indringende blues zoals je die zelden van blanke groepen hoort. Wie dacht dat de Electric Kings een eindpunt bereikt hadden, dient zijn mening alsnog bij te stellen. Met deze fikse soulfunk-injectie kan het illustere gezelschap weer voor een tijdje verder. Al was niet iedereen dezelfde mening toegedaan.
Cis Van Looy
Foto’s: Alfons Maes ©

(GE)VARENWINKEL BLUES & ROOTS FESTIVAL 2007

(GE)VARENWINKEL BLUES & ROOTS FESTIVAL 2007
24 – 25 – 26 augustus 2007 • 10é Editie • Varenwinkel

stars

Dat ook dit festival zich gelukkig mocht prijzen, bleek reeds op de openingsavond waar The Catsmokes, een Belgische band, onder een gezellige en warme zon het festival mochten ontkurken. Dat The Catsmokes reeds kunnen bogen op een verdienstelijke carrière, daar getuigt hun persoonlijke bio van. En als je dan een Robert Theys (Vulgus, ooit nog op het podium van Jazz Bilzen naast Deep Purple e.a.) en een Jan Vermeulen (Kathleen Vandenhoudt) in je gelederen hebt, weet je dat je muziek krijgt van een band die garant staat voor sterke imponerende rock ‘n’ roll . En dat kregen we ook van dit viertal. Rock ‘n’ Roll van Belgische bodem om U tegen te zeggen.

Dan kon ook gezegd worden van The 5 O’ Clock Shadow maar daar lag het accent meer op de gitaar van Kris ‘Kirri’ Valvekens en meteen mocht Jan Vermeulen zijn tweede set spelen. Als je de naam Kirri hoort, weet je ook meteen dat de band lokaal is en dat Kris en Jan in een vorig leven bij The Moose zaten. Ongewild liet Kirri en zijn kornuiten mij terugdenken aan de beroemde Kooper/Bloomfield/Stills-sessies zonder hier echter een vergelijking met deze grootheden te maken. Maar toch vond ik dat er duidelijk sporen aanwezig waren van deze muziek. Gelukkig voor de liefhebber van deze knappe bluesmuziek. Maar Kirri moet toch eens leren om enkele seconden stil te blijven staan zodat de fotografen ook hun werk kunnen doen.

IMG_0120
- BEAU WEAVIL -

Chilly Willy, en vraag mij aub niet om hun volledige naam hier te melden, was de volgende act in lijn en alsof het niet op kon werden we weer getrakteerd op een uurtje supercoole muziek van een band die al enkele jaartjes circuleert in de bluessien. Wim, nog steeds een frontman met ontzettend veel charisma, wist in een mum van tijd de tent op zijn hand te krijgen. En of ze nu ‘Bo Diddley’, ‘Little Girl’ of ‘Checkin’ Up With My Baby’ speelden, alle nummers waren een streling voor het oor. Dat Wim daarbij ook nog voor de nodige visuele show zorgde kon je vergelijken met de nodige kers op een taart. Gewoonweg schitterend...

Als afsluiter op vrijdag, een dag die toch kon rekenen op betrekkelijk véél publiek (ik had de indruk dat er op zaterdag én zondag niet zoveel bezoekers waren...) had Bruno gekozen voor een internationaal gezelschap, de Fred Starks Band. Een Amerikaan die o.a. met Ike Turner, Rufus Thomas, Vaya Con Dias en onze eigen Arno toerde en speelde hoeft eigenlijk geen introductie meer. Maar zijn bijdrage aan dit festival was onvervalste soulmuziek uit de sixties. Als je na een denderende Chilly Willy nog de kop wil opsteken, moet je inderdaad met een bijzondere playlist op te proppen komen. En zo werden we meteen ondergedompeld in de sound van Otis Redding (Dock Of The Bay), Wilson Pickett (Mustang Sally) en ga zo maar het rijtje af. Dat het publiek dit wist te smaken werd meteen duidelijk gemaakt met de nodige danspasjes. Maar er zat een addertje onder het festivalgras. Bij momenten deed Starks wel vreemd: hij zong en drumde maar die twee acties vloeiden niet altijd even vlot in elkaar. Pure onvervalste Staxmuziek gepresenteerd live op een podium in 2007. Je moet het maar durven.
Conclusie, Varenwinkel pakte uit met een zéér sterke vrijdag. Nu kijken wat zaterdag ons zal brengen.

Op zaterdag waren de eerste hemelaanblikken vreselijk om te aanschouwen. Ging men weer, net als op enkele andere edities, af te rekenen krijgen met lekkende hemelsluizen... gelukkig bleef het maar bij wat dreigende wolken en kon Jeremy & The Groovebreakers de zaterdag inzetten. Voor mij een eerste ontmoeting met deze kerels en ik was onder de indruk van het gitaarspel van deze jonge snaak. Dat de gitaarslinger van Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan houdt, steekt hij niet onder stoelen of banken. We kregen een sterke set met knap gitaarwerk. Mogen we hem vergelijken met ene Eric Steckel. Ja, ik dacht van wel gezien hun leeftijd niet ver uit elkaar ligt en beiden weten wat ze allemaal uit hun zes snaren kunnen toveren. Dat deze band groeipotentieel heeft én internationaal kan doorbreken staat als een paal boven water. Uiteraard liet Jeremy ons proeven van zijn versie van ‘Voodoo Chile’, een nummer van grootmeester Jimi. Een minpunt van Jeremy is zijn stem: hij heeft niet echt een leuke stem om te zingen, vond ik, maar misschien zal dit beteren wanneer hij echt de baard in de keel krijgt.

IMG_0033IMG_0034
- DANNY BRYANT -

The Rhythm Bombs, ook een naam die je de laatste maanden op zowat iedere affiche ziet prijken mochten na hun Nederlandse collega’s de bühne bezetten. Ook hier op Varenwinkel zetten zij weer een sterke set neer. De meeste nummers die ze brachten hadden we al gehoord op vorige festivals maar ondanks deze herhaling blijven ze sterk uit de hoek komen.

Lightnin’ Willie (Hermes) groeide op in het diepe Texas en dat hoor je aan zijn muziek. Wat hij presenteert is een allegaartje van diverse muzikale stijlen en wat hem betreft maakt het allemaal niet veel uit hoe die stijlen genoemd worden. Voor zolang zijn muziek maar voeling heeft met de traditionele Americana stroming... En dat was ook hier in Varenwinkel zo. Lekkere Texmex, een beetje rockabilly gemengd met een stevige portie blues en ja hoor, we mogen zeggen dat de act van deze cowboy meer dan geslaagd was. Ook bassist Fergie Fulton, inclusief zonnebril, wist met zijn performantie een visuele meerwaarde te geven aan de show. ‘Met ‘I Couldn’t Do Nothing’ en ‘Walking Man’ kregen de meeste bezoekers toch waar voor hun geld.

Uit een ander hout gesneden was Sugar Blue want hij wordt ook weleens de Jimi Hendrix en/of Charlie Parker op de mondharmonica genoemd. Of hij die naam eer aan deed, ja hoor, want de tent leek helemaal klaar voor zijn stomende act. Na enkele solonummers van de band kwam de man op het podium en zorgde meteen dat de temperatuur enkele graden de hoogte inschoot. Het nummer waar het publiek de meeste aandacht voor had was de Muddy Waters cover ‘Hoochie Coochie Man’. Inderdaad, de man wist hoe hij zijn smoelenschuiver moest gebruiken. Zo goed zelfs dat hij achteraf door Sharrie op haar set werd geroepen om mee wat te ‘jammen’.

Sharrie Williams was de afsluiter op zaterdag. Nog steeds een groot muzikaal talent en dit was niet anders dan op deze editie. Maar omdat we haar de laatste maanden al vrij vaak op een Vlaams podium konden bewonderen hebben we van de nood een deugd gemaakt. Diep in mijn innerlijke krochten ging er een signaal op dat me waarschuwde aan een leegte die moest gevuld worden. Gelukkig was daar nog de friettent die soelaas bracht.

Op zaterdag speelden in de zijtent Smokestack Lightnin’ en voor de tweede keer The Pine Box Boys. Deze gigs heb ik niet echt bijgewoond maar wat de heren ook brachten, het publiek bleek keer op keer onder de indruk. Is het dan toch zo, want geruchten doen de ronde, dat de beste sfeer van dit festival zich steeds in zijtent bevindt? Of kwam het door Smokestack’s knappe vertolking van Tony Joe White’s ‘Polk Salad Annie’?

De eerste zondagblikken in de lucht voorspelden wéér niets goed. Dreigende donderkoppen trokken over de festivaltent en gelukkig zonder één druppel te morsen. De zon was nu de sterkste partij hier en in een mum van tijd had zij haar warme, krachtige stralen, als een bewaarengel, over de weide gespreid.

IMG_0235
- ENRICO CRIVELLARO -

Last Call’s zanger Henk en Voodoo Boogie Jan vormen samen het nieuw muzikale collectief The John Henry Orchestra. Het is inderdaad een heel orkest (wat je hoort) maar ze zijn maar met hun tweetjes en presenteren een volle sound. Niet gemakkelijk maar wat John en Henry hier deden was muziek voorschotelen om van te snoepen.
Niet echt blues, alhoewel er hier en daar een bluesy nummer door de microfoons klonk, brachten ze er echt de sfeer in toen ze enkele rockklassiekers van Creedence Clearwater Revival en Steve Miller Band op een alsmaar voor méér verlangend publiek loslieten. Nog steeds kreeg het aanwezige publiek er niet genoeg van en eigenlijk werden ze ‘gedwongen’ om nog enkele songs uit hun mouw te schudden… wat ze ook prachtig deden.

Nog een man die de laatste maanden vrij vaak op een Vlaams podium terug te vinden was is Danny Bryant met zijn RedEye Band. Slechts met zijn drieën presenteert Danny steeds een mooi klankpalet waarbij hij put uit eigen werk maar ook nummers van andere muzikale talenten serveert. Dat Walter Trout al een prachtige versie maakte van Dylan’s ‘Girl Of North County’ werd hier door Danny nog eens over gedaan en vreemd genoeg hoorden we geen Bryant maar wel een Walter Trout. Enkele van zijn eigen, schitterende nummers die uit de luidsprekers galmden waren ‘Steel In My Hand’, ‘Always With Me’ e.a. Wederom een feilloos optreden van Bryants RedEye Band. Moeder Bryant stond weer in voor de verkoop van zijn cd’s en T-shirts terwijl vaderlief voor de nodige baslijnen op het podium zorgde.

Enrico Crivellaro is kind aan huis hier. Het was dus niet zijn debuut op dit festival en ditmaal had hij van zijn band een trio gemaakt. En wie Raphael Wressning nog niet kent kon hier kennismaken met een nieuw groot talent op de B3 Hammond. Hun set bestond voornamelijk uit muzikale uitstapjes in een jazzy, én meer funky dan blues getinte omgeving. Maar uiteraard bleef het niet bij deze instrumentale nummers want Matyas Pribojzski (vorig jaar hier nog op de bühne met zijn band, inclusief korte haardos) stond in voor de zang en smoelenschuiver. Na hun set doken hier en daar wat geruchten op dat het trio het ook best afkon zonder de inbreng van hun Hongaarse zanger. Ikzelf was onder de indruk van deze internationale band inclusief vocalist. Maar nogmaals, gelukkig verschillen smaken. Enkele van hun nummers waren ‘Beauty Queen’ en ‘Banana Boogaloo’. Niet slecht en weer een nieuw bewijs (zie ook John Henry) dat we het niet altijd in Engeland of in de States moeten gaan zoeken.

IMG_0137IMG_0185
- LIGHTNIN' WILLIE -

Paul Oscher is dan weer een naam die je hier zélden tegenkomt maar in zijn thuisland is hij een grote naam. Veel visuele show was hier niet te bemerken gezien de brave borst zijn set al zittend deed. Had hij ook last van een evenwichtstoornis? Ook hier nam ik de kans waar om andere dingen te doen. Enkele nummers die ik opgepikt heb waren ‘Driftin’ Blues’ en ‘Sail On’.

In de zijtent kregen we de heropstanding van de Franse Bo Weavil en Stinky Lou & The Goon Mat. Beau Weavil tapte voornamelijk uit hun nieuwe cd en Stinky Lou... ach ja, zowat iedere trouwe bluesfanaat kent hun repertoire nu wel uit het hoofd.

En voor hen, waaronder ik mezelf mag rekenen, begon het weekend zijn tol te eisen. De eerste, echte vermoeidheidssignalen staken de kop op en dan kun je eigenlijk nog maar een ding doen: gaan rusten maar dat kon niet gezien er nog één leuke band als zondagsafsluiter de revue moest passeren.

Woman of Chicago oftewel Zora Young, Deitra Farr en Grana Louise, nog drie echte Chicago bluesvrouwen van het eerste uur. Zij werden bijgestaan door een knappe band met aan de B3 natuurlijk weer een schitterende Raphael Wressning.
Grana Louise mocht het publiek opwarmen voor haar collega’s met ‘Bulldog’ en ‘You’re Lose A Good Thing’, terwijl Deitra Farr ‘When They Really Love You’ en ‘Bad Company’ samen met Zora Young voor een schitterend einde van dit festival zorgden. Van haar kregen we nog ‘Rock Me Baby’ en de B.B. King klassieker ‘The Thrill Is Gone’.

Is er een mooiere song om dit festival, dat kennelijk aan zijn ‘laatste’ editie toe was, te besluiten? Inderdaad, ‘The Trill’ was er voor sommige medewerkers finaal uit en op het podium werd nog een woord van dank geuit aan alle medewerkers die zich tijdens deze tien jaar belangeloos hadden in gezet om dit festival telkens te doen slagen.

IMG_0333
- SHARRIE WILLIAMS -

Wat krijgen we volgend jaar? Bruno Verhoeven wou hier nog geen details over kwijt maar één ding is zeker: er zal muziek blijven klinken uit Herselt en Aarschot, zij het in een wat andere vorm.

Ook alvast onze dank, beste Bruno, voor de tien schitterende jaren dat we het festival hebben mogen meemaken. Het was een zeer speciale belevenis die je niet onder woorden kunt brengen. Misschien dat de song ‘Five Long Years’ nu beter ‘Ten Long Years’ zou moeten genoemd worden...

Alfons Maes

© Foto’s: Alfons Maes

R&B FESTIVAL PEER

R&B FESTIVAL PEER

13-14-15 juli 2007 • Festivaltent Peer

stars

Vooraanstaande weergoden op bezoek in Peer !

Inderdaad, alsof de weergoden een all areapasje hadden gekregen, kon Break-away zich geen beter weekend permitteren. Het festival, dat nog steeds verder door evolueert in die nieuwe richting, een breder publiek aansprekend door ook niet blues-gerelateerde acts zoals Arno, Garland Jeffreys enz., op de affiche te plaatsen, had ook dit jaar voor een zeer gevarieerd programma gezorgd.
Maar de échte bluespuristen bleven in grote getale weg omdat zij zich wederom op bepaalde manier bekocht voelden. Maar kennelijk heeft dat geen indruk gemaakt op de organisatie want een opkomst van om en nabij de 20.000 bezoekers is niet niks, en zeker niet op een dag dat de bezoekers een equivalent werden van wat de hamburger-en worstentent aan te bieden had.

Maar er was ook muziek, en op vrijdag waren dat reeds enkele voltreffers van formaat.

Een serieuze greep uit het Vlaamse aandeel bluesperformers moest niet zorgen voor een oververhitte tent, (daar had de zon overdag al voor gezorgd), maar The Baboons mochten openen en dit slechts voor een handjevol bezoekers.
Een fenomeen de laatste jaren is dat haast iedere bezoeker een ‘stoeltje’ meebrengt. Menig bezoeker zocht zijn ‘plaatsje’ voor het weekend op de tonen van ‘Messin’ With The Kid’ en de kids van Turnhout bedachten de ouderen onder ons met ‘Green River’ van CCR. Is dit festival dan toch aan ’t groeien naar een eentje in de richting van Rimpelrock? Hoe dan ook, beide festivals zijn zéér gezellige muzikale happenings en daar kun je niet omheen.

Uit Antwerpen zakten de Belbouchos af. Zij pakten het publiek in met hun smakelijke covers van ‘Wait On Time, waarmee de fabulous Thunderbirds destijds nog scoorden maar als snel kregen we ook wat jazzy tunes te verwerken via een klassieker van Duke Ellington, ‘Caravan’.

Bass Papa, of laat ons het maar noemen het antwoord op Blunk, die vorig jaar in Peer nog schitterden.
Mario Pesic, in een ander leven nog muzikant bij Camden en Axl Peleman, heeft dit nieuwe muzikale collectief leven ingeblazen. Vorige maand nog in Rijkevorsel (De Singer) en nu op het podium van een internationaal bluesfestival. Buiten Pesic zitten ook nog Jan Meyers, verantwoordelijk voor de baslijnen bij Blue Blot, en drummer Steve Wouters (Last Call) in deze bezetting. En ook deze band kon het niet laten om een dame als leading lady te introduceren. Met een naam als Larry creëer je vragen bij het publiek. Hoe Larry ook haar best deed, ze kon niet echt het publiek helemaal overtuigen van haar ‘talenten’. Met nummers als ‘Baby I Love You’, even geleend van ‘soullady number one’ Aretha Franklin, en andere lovenswaardige nummers ging het de verkeerde kant uit. Gelukkig was er daar nog een Mario Pesic die ons wederom verraste met een knap opgebouwd ‘If You Go’. Mario zou Mario niet zijn moest hij wéér niet de reddende engel zijn. Maar de oren van de toeschouwers moesten er bij Bass Papa wel aan geloven. De klank van de bas was zo slecht afgesteld dat een permanent gebrom door de luidsprekers galmde.

Het deksel op het vrijdagse potje waren The Juke Joints. Zoals steeds diezelfde act en niets vernieuwend. Ik heb nooit enige affiniteit met deze band gehad maar gelukkig is dat een persoonlijke kwestie. Als je houdt van haringrootsmuziek, zit je met de Juke Joints goed. Misschien ooit begonnen als een Kwadendams balorkest en helaas zijn ze, volgens mij toch, deze periode (nog) niet ontgroeid.

IMG_0056ttt

ARNO

Zaterdag was de temperatuur toegenomen maar voor de Rhythm Bombs was dat geen obstakel, zeker niet voor hun zanger Wouter Celis, want hoe warmer het werd, hij dacht er niet aan om iets aan zijn kledij te herschikken. Van discipline gesproken!
Enkele jaren geleden, in 2002 om precies te zijn, besloten deze jongens de vrijdagavond en dat deden ze op een knallende manier. Wederom een mix van swing, jump en blues en dat leidde alleen maar tot een climax in de tent.

Waarom men deze Bob Zabor, of beter gekend als het éénmansorkest Jawbone, op de affiche plaatste, God mag het weten maar de man was meer met het afstellen van zijn instrumenten bezig dan dat bij nummers bracht. Kennelijk zijn er nog veel muzikanten (!?) die denken dat ze zomaar in de huid van een Don Partridge kunnen kruipen. En de ouwe hippies van weleer weten wie ik bedoel.

Nog zo’n kerel die denkt dat hij een kloon is van één van de vele doordeweekse gitaarslingers van het moment is deze Britse Scott McKeon. Van één ding kunnen we hem niet beschuldigen: er zit nog leven in deze jongen als was het soms maar zeer zijdelings waar te nemen. Dat verschil heeft hij met zijn geestesgenoot Eric Steckel. Maar hij kon wel zingen én gitaarspelen. De nummers die we gepresenteerd kregen kwamen voornamelijk van zijn cd ‘Can’t Take No More’. Toch wist hij het respect van de tent af te dwingen en dat zette zich om in een denderend applaus.

Gelukkig voor het publiek was de volgende act The Mofo Party Band. De gebroeders John (zang, harmonica) en Bill Clifton (gitaar), bijgestaan door hun bluesbroeders Cobra Finney (bas) en Daniel Burt op de ketels wisten toch voor de nodige ambiance te zorgen. Inderdaad, met deze kerels is het steeds party time en ook hier in Peer moesten ze daar aan geloven. Stevige West Coast jump, gemengd met wat ingrediënten Chicago blues, dat was de schotel die ons allemaal wel smaakte en ook het zittend publiek want voor het eerst veerden de oudjes recht uit hun stoeltje...

Een buitenbeentje dit jaar was Amar Sundy. Algerijn van afkomst maar tegenwoordig residerend in Parijs. Hij heeft er ook al een hele carrière opzitten want in een recent verleden toerde hij als vaste begeleider van Jimmy Johnson, Otish Rush en Sunnyland Slim. Als dat geen referenties zijn... Maar je moet wel van dit soort blues houden: stevige gitaarblues, zéér westers maar de ritmes vertonen wel wat fragmenten van zijn thuisfront. Sommigen vinden deze man niets, anderen prijzen hem de hemel in. Ik hou het hier wel op een aangename kennismaking maar met goesting naar meer.

IMG_0064

Dan de man die we de zondag daarvoor al in Zottegem aan ’t werk zagen, Garland Jeffreys. (foto boven)
Al vanaf zijn eerste nummer kon hij niet op het podium blijven en verdween weer even tussen het publiek.
De kenners weten dat Jeffreys (63) vroeger reeds scoorde met nummers als ’96 Tears’, ‘Matador’, ‘Wild In The Streets’ en ‘Hail Hail Rock ‘n’ Roll’. Tijdens Song City vorige week kregen we hier al een voorsmaakje van maar helaas was het Peerse publiek niet klaar voor de stomende performantie van deze kleine Newyorkse singer-songwriter. Hij werd omringd door enkele uitstekende muzikanten. Mirko Banovic (bas bij Arno), Yves Baibay (drums), Rudi Genbrugge (keyboards) en de jonge Gentse gitarist Bruno Fevery brachten het er beter vanaf dan de Clouseau-muzikanten een week daarvoor. Ook nu kregen we deze hits, die wonderwel nog niets aan kwaliteit en impact hebben ingeboet, op een gouden bordje gepresenteerd.
Spijtig voor Garland maar de meer reggae-getinte nummers hadden de échte bluesliefhebbers op andere gedachten gezet.

Een ware verademing was Mavis Staples . Iedereen was het hier mee eens. Dit was de grote act op deze editie. Zij is afkomstig uit een zeer muzikale familie, denk maar aan The Staples Brothers en hun handelsmerk is nog altijd de gospel protestsong want wij, blanken, kunnen ons geen beeld vormen van hoe het moet geweest zijn tijdens de échte racistische jaren in het Zuiderlijke Mississippi.
Aan de gitaar de getalenteerde Rick Holmstrom en ritmetandem Jeff Turmes (bas) en Stephen Hodges (drums) zorgden voor de nodige ritmes bij deze explosieve mix van gospel en blues.
Maar nummers als ‘For What’s Worth’ (Buffalo Springfield) en het immer sentimentele ‘The Weight’ lieten het kwik in de tent naar een ongekende hoogte schieten. Met het ontroerende ‘Will The Circle Be Unbroken’, kwam een einde aan een set die véél te kort was.

Voor de échte bluesliefhebber was deze dag een feit, ze hebben de warmte getrotseerd maar in het kader van de vernieuwing kregen we nu onze eigenste Arno.
Van meteen bij het begin liet Geoffrey Burton horen welke bizarre klanken hij uit zijn gitaar kon halen en vreemd genoeg ging het resterende publiek (misschien allen Arno-fans van het eerste uur) door de knieën. Zelden hebben we dit op een festival van dit genre meegemaakt.
Burton, die zichzelf haast geen rustpauze tussen twee nummers in gunde, en Arno die nog steeds als een dertigjarige het podium bewerkte, werkten een set af met nummers die natuurlijk nog tot onze verbeelding spreken: ‘Hit The Night’, ‘Oh La Lala’ en ‘Putain Putain’. Maar kennelijk had het publiek er na negentig minuten nog niet genoeg van. Een hels fluitconcert stak plots de kop op en hield aan totdat Kathleen Vandenhoudt (presentatie) kwam aankondigen dat het toch finaal afgelopen was.

Zondag beloofde qua muziek een hoogtepunt te worden en alle beloftes werden ingelost. Vermits de weergoden kennen op vrijdag en zaterdag genoten hadden van de muziek op een in de zon blakende wei, beloonden deze de toeschouwers met wat extra graden. Alsof dat nodig was!

John Hiatt, Gov’t Mule, de North Mississippi Allstars, Larry Garner, allemaal namen die garant stonden voor een brok onvervalste en melodieuze blues en rock.
De aftrap werd gedaan door de alweer schitterende act van Howlin’ Bill die zich zeker niet onderuit lieten halen door de intense warmte in de tent.
Maar ook nu weer trok Little Chris het laken naar zich toe met zijn knappe, virtuoze gitaarsolo’s. Ja, dat Chris uit zijn gitaar wondermooie riffs kan produceren, weten we al langer dan vandaag.

IMG_0102

MAVIS STAPLES

En tegen deze klassenbakken moesten de Zweedse Kingbees het afleggen. Gelukkig spelen deze Zweden niet dezelfde muziek als Howlin’ Bill en konden daarom niet echt rekenen op een grote respons van het publiek dat zich wederom in zijn zitjes had laten zakken in afwachting van het meer grotere geweld dat er in de vorm van Johnny Mastro aankwam.

En inderdaad, van geweld gesproken, maar dan met klasse, begonnen de Mama’s Boys aan een stomende set. Dave Melton (gitaar) perste zowat uit zijn gitaar wat er uit te persen viel en dat werd gesmaakt door het publiek. Maar meneer Johnny kwam met zijn intrigerend harmonicaspel de tent helemaal op zijn kop zetten. Alsof dat nog niet genoeg was kregen we een echte Amerikaans/Belgische samenwerking tussen Mastro en onze eigen Big Dave wat uitmondde in een ‘battle of the harmonica's. Dat deze band enige affiniteit heeft met Peter Wolf van The J. Geils Band was alom duidelijk te horen in sommige van hun nummers.
De weg naar de andere, leuke sets werd op sublieme manier door Johnny Mastro geplaveid...

Een man waar ik reeds lang naar uitkeek was Larry Garner. Voor hem een eerste kennismaking met dit festival maar eentje die hij niet snel zal vergeten. De man vergastte ons op een indrukwekkende set waarbij hij meermaals zijn gitaar tot het uiterste dwong, gelukkig voor ons was zijn gitaar zeer gehoorzaam. Meer funk, met ‘Make It Funky’, dan blues bij de opening van zijn opmerkelijke act maar Garner moet zich op het laatste moment herinnerd hebben dat hij op een bluesfestival stond te spelen. Daarom kregen de fans nog een lekker potje kwaliteitsblues over hen heen. De luidsprekers spuwden de aanstekelijke gitaarriffs richting publiek zonder omwegen.

Op Ecaussines hebben de Campbell Brothers reeds laten horen tot wat ze in staat zijn.
Nu werd de groep versterkt met een extra zangeres en of dat voor een meerwaarde heeft gezorgd. Wees maar gerust!
Verwacht niet meteen de alom bekende gospelsongs met een Hammondorgel als begeleiding; wat je eigenlijk krijgt is wat zij Sacred Steel Music noemen. Dankzij de snerpende klank van hun lap- en pedalsteel, en het visuele gedeelte, de gospeldanspasjes, kregen we een show die alleen maar kan gebracht worden door mensen van dit kaliber. En alsof het nog niet genoeg was kwam North Mississippi’s gitarist Luther Dickinson even hun rangen versterken. Even opwarmen, moet hij gedacht hadden, want na de Campbells werd het podium omgebouwd voor de act die we vandaag tweemaal zouden zien.

Inderdaad, de North Mississippi Allstars zouden tweemaal spelen, één keer als band zelf én een tweede maal als begeleidingsband voor John Hiatt. Hij moest eigenlijk het festival sluiten maar Warren Haynes en kompanen (Gov’t Mule) waren kennelijk niet echt opgezet met het anderhalf uur dat ze kregen en vroegen om meer. Daarom werden de laatste twee acts omgewisseld. Of Hiatt hier tevreden mee was, weten we niet... Dacht Haynes misschien dat hij nog voor rekening van de Allman Brothers Band speelde?

De North Mississippi Allstars zijn zeer jonge muzikanten. Luther Dickinson (gitaar), Cody Dickinson (drums) en de vreemde eend in de bijt, Chris Chew aan de bas. De Dickinsons komen uit een muzikale familie. Hun vader was nl. de beroemde uit Memphis opererende producer Jim Dickinson en dat hoorde je meteen van bij het begin van hun indrukwekkende set. Wat het publiek voornamelijk te horen kreeg was een melange van soul, rock en countryblues. Invloeden van Ry Cooder en Jim Keltner kwamen om de hoek kijken. Maar de jongens kennen ook hun oude klassiekers en zo kregen we een ietwat uitgesponnen versie van de Cream’s hit uit de jaren zestig, ‘Sunshine Of Your Love’... En John Hiatt stond aan de zijlijn van de bühne als een gelukkig man toe te kijken...
Voor deze band was het nog niet afgelopen want na een korte pauze moesten ze alweer de verzengende hitte op het podium trotseren als begeleiding voor singer-songwriter John Hiatt.

IMG_0018

JOHN HIATT

En welk festival droomt er niet van om zo’n naam op zijn affiche te kunnen plaatsen?
Ook hier weer een restrictie voor de fotografen: de eerste drie nummers mochten we foto’s maken maar af en toe werden de (verdomde rode) lichten (bewust) op de fotografen gericht en niet op John Hiatt. Toeval, wie zal het zeggen.
Met zijn recentste boreling ‘Master Of Disaster’ is Hiatt dus op promotoer en neemt de North Stars als backing band mee op sleeptouw.
Het begin van zijn set was qua klank abominabel slecht te noemen en dit dankzij de soundjongens. Daarom bereikten zijn hits ‘Perfectly Good Guitar’ en ‘Your Dad Did’ de achterste regionen van de tent niet. Gelukkig werd dit auditieve probleem snel verholpen en konden we allemaal optimaal genieten van ‘Tennessee Plates’, ‘Riding With The King', ‘Have A Little Faith in Me’ en ‘Slow Turning’.
Allemaal klassenbakken van nummers die door velen in de tent werden meegezongen... John Hiatt is nog steeds een grote meneer, een welkome gast op dit festival.

Als hekkensluiter dus Gov’t Mule. In Europa nog niet echt zo bekend als in hun homeland Amerika maar stilaan gaan de wegen meer en meer open voor deze formatie. Hard, rockend en af en toe een knappe blues er doorheen, dat was het dessert van dit festival. Wie deze jongens al bezig zag (vorig jaar nog op het Nederlandse Bospop), weet wat hem te wachten staat en doet er beter aan, wanneer je dicht bij het podium staat, van oordopjes te gebruiken. Ook hier kregen de fotografen af en toe af te rekenen met een slechte belichting.

Peer 2007 is een feit en kende deels indrukwekkende bands en eigenlijk maar enkele mindere acts. Nu nog maar 362 dagen wachten op de volgende editie...

Alfons Maes + (©) foto’s

GARLAND JEFFREYS

GARLAND JEFFREYS

Volgende maand op het Rhythm & Blues festival van Peer en in augustus op de bühne van de Lokerse Feesten!!

stars

Garland Jeffreys ijvert in zijn repertoire voor gelijke rechten over de grenzen en volkeren heen. In tegenstelling tot veel activisten wordt dit thema eerder subtiel verpakt in aanstekelijke soepele reggaebeat en strakke rock. De zanger vindt al ruim 35 jaar de juiste balans tussen woord en muziek en passeert in nauwelijks één jaar al voor de vierde keer in ons land.
Garland Jeffreys geldt zowat letterlijk als de verpersoonlijking van het fenomeen smeltkroescultuur zoals je die destijds vooral in New York aantrof.

Op 29 juni 1943 zag de zanger, die zowel zwarte als blanke genen draagt, aangelengd met wat Cherokee en Puertoricaans bloed, het levenslicht in Sheepshead Bay, Brooklyn. In deze voorstad van New York City groeide hij op in zo’n typisch gezin uit de lagere middenklasse. Het gezin woonde in een buurt die vooral bevolkt was door Italiaanse en Joodse families. Als kind wordt hij blootgesteld aan de meest uiteenlopende muziek. Zijn jonge moeder, ze was amper zestien toen ze beviel, luisterde veel naar muziek. Duke Ellington, Count Basie, Sinatra, Dinah Washington waren destijds populair. De jonge Jeffreys zoog al deze muzikale invloeden op. In de jaren vijftig was het al R&B, doowop wat de klok sloeg The Moonglows, Sam Cooke, Jackie Wilson. Later volgde rock ‘n roll Chuck Berry, Little Richard, Bo Diddley. “Here Comes Gene Vincent, Buddy Holly and Jerry Lee” (uit ‘Hail Hail Rock ’n Roll’).
De andere grote fascinatie is kunst in al haar aspecten. Op de Syracuse Universiteit volgt Garland de richting kunstgeschiedenis, op de campus ontmoet hij Lou Reed.

IMG_00681

The Band
Jeffreys speelt in die periode al in talloze lokale groepen zoals Train Romeo. Met de laatste uit het rijtje, Grinder’s Switch, neemt hij in 1969 de gelijknamige langspeler op voor het Vanguard-label. Zowat alle composities zijn van de hand van Jeffreys zelf. De uitvoering is minder persoonlijk getint. Blijkbaar hadden ze iets te aandachtig en uitvoerig naar ‘Music from Big Pink’ geluisterd. Invloeden die overduidelijk te horen zijn. Met name de drieledige zangpartijen van Jeffreys, gitarist Ernest Corallo en Stan Szelest leunen angstvallig dicht aan bij de verrichtingen van The Band. Niet echt verwonderlijk. Szelest vinden we later terug bij The Band op het in ’93 uitgebrachte ‘Jericho’ waar hij de betreurde Richard Manuel verving. Overigens figureerde Szelest als zeventienjarige snaak samen met andere Bandleden bij Ronnie Hawkins’ Hawks tot hij vervangen werd door Manuel. Bovendien heeft ook drummer Sanford Sonikoff een verleden bij The Hawks. De kiemen van de ontluikende singer-songwriter in Jeffreys zijn in enkele songs duidelijk al aanwezig maar het gebrek aan eigen identiteit speelt duidelijk parten.
Jeffreys allervroegste creatie werd voor het eerst door een soort muzikale drievuldigheid vertolkt in The Ballroom Farm, een plaatselijke club. Vriend Lou krijgt daarbij assistentie van John Cale en ene Eric Burdon. Cale is blijkbaar onder de indruk. Even later prijkt niet alleen de song ‘Fairweather Friend’ op Cale’s soloplaat ‘Vintage Violence’ maar ook enkele groepsleden van Grinder’s Switch fungeren als begeleiders in de studio. Jeffreys, die de hoesnota’s verzorgt, heeft ondertussen het besluit genomen voluit voor de muziek te gaan. Zelfs een langdurige studiereis naar Italië, waar hij zich in Florence in de renaissance verdiept, kunnen hem niet van zijn voornemen afbrengen.

IMG_00701

Wild In the Streets
Blijkbaar is de lokroep van de muziek én Manhattan te sterk. Hij keert terug en profileert zich als soloartiest in het clubcircuit. In 1973 levert hij het titelloze solodebuut af. Het is een destijds schromelijk onderschat werkstuk waar de verhalen over het New Yorkse straatleven verder uitgediept worden, een repertoire dat thematisch vergelijkingen oproept met het toenmalige werk van Lou Reed en Bruce Springsteen maar minder geapprecieerd werd door het platenkopend publiek. Het rockende, oorspronkelijk enkel op singleformaat uitgebrachte ‘Wild In The Streets’ wordt wel een radiohit en krijgt een herkansing op ‘Ghost Writer’.
Naast de rock, soul en jazzinvloeden zijn eveneens meer exotische stijlen met een merkwaardige souplesse verwerkt. In het op een aanstekelijk reggaedeun gebouwde ’I May Not Be Your Kind’ worden de interraciale verhoudingen afgetast. ‘Why–O’ is een onverholen aanklacht tegen het virulente racisme. De hypnotische titeltrack ‘Ghost Writer’ is een superieure reggae voortgestuwd door de onwrikbare ritmetandem Steve Gadd-Anthony Jackson. ‘Spanish Town’, ingeleid met een intro op Spaanse gitaar van Hugh McCracken, is een eerbetoon aan de familiale roots. De overige tracks trekken de kwaliteitslijn door. Een absoluut muzikaal meesterwerk waarbij de opvolgers verbleken. Het een jaar later uitgebrachte ‘One Eyed Jack’ wordt door een te gesofisticeerde, smetteloze productie genekt. ‘American Girl & Boy’ luiden een voorzichtige remonte in. De conceptplaat met een ruwe schets van het problematische dagelijkse leven van twee opgroeiende New Yorkse straatkinderen, bevat naast sterk werk zoals ‘Bring Back The Love’ de megahit ‘Matador’. De roem blijft echter beperkt tot Europa en de zanger verbreekt zijn platencontract en overweegt zelfs even zich in Parijs te vestigen.

IMG_00761

Escape from your past, escape from Brooklyn, escape at last...
Het schrijnende, autobiografische ‘Christine’ waarbij Jeffreys een pijnlijke liefdeshistorie in de lichtstad van zich afschreeuwt vormt samen met ’96 Tears’ (een aanstekelijke strakke remake van de sixties-hit van Question Mark & The Mysterians) de smaakmaker van ‘Escape Artist, het sterkste werkstuk sinds ‘Ghostwriter’. Het samenwerkingsverbond met de ritmesectie van The Rumour, aangevuld met de klavierspelers van Springsteens E-Street Band en oude gabber Alan Freedman op gitaar, blijft na al die jaren nog steeds onweerstaanbaar. Er volgt nog een Live-registratie, eveneens met de van Graham Parker overgelopen begeleiders. ‘Guts For Love’ uit 1983 betekent de artistieke zwanenzang. De sociaal geëngageerde onderwerpen als onderdrukking (El Salvador) en persoonlijke emoties beklijven minder dan voordien. Toch nog een fraaie bewerking van Jr. Walker’s ‘What Does It Take’. In de bijbehorende grappige videoclip figureren oude vriend Lou Reed als professor en acteur Harvey Keitel als bevriende nachtclubbezoeker. Een luchtig tegengif voor de wrange realiteit van ‘El Salvador’. Met deze kritische beschouwing kan Jeffreys het in thuisland Amerika helemaal schudden. Het wordt angstvallig stil rond de New Yorker. Een stilte die zo’n negen jaar zal aanhouden. Na zes langspelers in amper zeven jaar is het de hoogste tijd voor een retraite. Met vrienden en familie pendelen tussen Amerika en Europa. Eindelijk ruimte om te schrijven en lezen en tussendoor een beetje aan demo’s prutsen. De literatuur met ondermeer de biografie van Malcolm X en de muziek van Curtis Mayfield werken blijkbaar erg inspirerend.

IMG_00851

Armani
De stilte wordt in ’91 doorbroken met ‘Don’t Call Me Buckwheat’ een schitterende studie van de complexe raciale spanningsvelden in songs zoals ‘Welcome To The World’, ‘Color Line’, ‘I Was Afraid Of Malcolm’, ‘Racial Repertoire’, ‘Murder Ju