CIS VAN LOOY
Mijn eerste muzikale ervaringen gaan terug tot ergens in
jaren zestig. Overdag stond het transistorradiootje op de
piratenzenders Radio Veronica en Noordzee afgestemd.
’s Nachts betekende de vaak stiekem beluisterde
Radio Luxemburg 208 een openbaring.
In de plaatselijke cinema Nova pikte Brian (en The High
5) met ‘Poinciana’ en ‘Give And
Take’ de zusters van mijn vriend in. Wij raakten
meer onder de indruk van de verrichtingen van Jess &
James and The J.J. Band en The Pebbles.
Het begon al in het St. Gummarus college van Lier. Op de
vaak pijnlijk confronterende ouderavonden vertelden
verontwaardigde leraars: “Uw zoon is te veel met
die ‘Beatlemuziek bezig.” Afgezien van
felicitaties van de leraar Nederlands naar aanleiding van
een spreekbeurt over Bob Dylan en enkele opstelletjes zag
het voltallige lerarencorps me liever vertrekken. Ik
volgde hun advies en vertrok naar het verre Limburg, in
de zomer van ’70. Op de weide van Jazz Bilzen zag
en hoorde ik naast Badfinger, The Kinks, Arthur
Conley… en werd met de ‘duivelse’
muziek van Black Sabbath, die ‘Paranoid’
introduceerden, geconfronteerd. Dezelfde zomer heerste
het hitsige ‘Sexmachine’ op de dansvloer van
de jeugdclubs. In het voorjaar van ’71 stond James
Brown op de planken van de Arenahal in Deurne. In een
wedstrijd muziekfragmenten herkennen op de radio,
bemachtigde ik twee tickets. Het avondconcert was taboe,
gelukkig was er een matineevoorstelling gepland. Zo
aanschouwde ik de ‘Hardest Working Man In
Showbizz’. Ook de concerten van Creedence
Clearwater met Tony Joe White in het voorprogramma
blijven onvergetelijk. De zuurverdiende platencollectie
groeide ondertussen sterk aan met een gekregen collectie
Stax- en Atlantic singeltjes. In het plaatselijke café
’t Rood Licht’ vonden we naast de
gestroomlijnde Motown-catalogus de rauwe soul van Wilson
Pickett en Joe Tex op de Rowe AMI machine. Een nooit
eindigende zoektocht was begonnen. In het Antwerpse
Sportpaleis bezocht ik concerten van The Rolling Stones
en Eric Clapton. De authentieke zwarte blues ontdekte ik
in Turnhout waar ik ondertussen school liep. Zo herinner
ik me nog levendig Freddie King. Dat was het eerste
concert dat ik samen met mijn toenmalig lief bezocht.
Meer dan dertig jaar later nog steeds mijn levensgezellin
en muze. In haar platencollectie bespeurde ik destijds
naast de evidente Beatles, Stones en Dylan Peter
Green’s Fleetwood Mac, James Brown en… Tony
Joe White, dat kon geen toeval zijn.
Ondertussen begon ik een beetje over muziek te schrijven
in schoolkrantjes en dergelijke. Later volgen opdrachten
op de cultuurpagina’s van de Rode Vaan, De Groenen
en Markant. Vrij snel stapte ik over naar ‘Gazet
Van Antwerpen’ waarvoor ik jarenlang als freelancer
blues en aanverwanten op de voet volgde. Sinds 1991 lever
ik kopij voor het Nederlandse bluesmagazine Block dat
ruim dertig jaar bestaat. Favoriete genres? Naast
authentieke soul, jazz, blues, country en
singer-songwriters hou ik van de meest uiteenlopende
muziekjes als er maar originaliteit of bezieling, bij
voorkeur de combinatie, in huist.
