Keys & Chords


Music was our first love... and it will be our last.



• Feel Like Going Home: uitgezonden op 07 januari 2010

Deze eerste aflevering werd door Martin Scorsese (regisseur van ondermeer (‘The Last Waltz’ en ‘Taxi Driver') zelf geregisseerd. Hier zien we hoe de jonge bluesmuzikant Corey Harris naar het voorbeeld van Alan Lomax optrekt met mensen zoals Taj Mahal (foto), Otha Turner, Willie King en Keb’ Mo’. Met de ervaring die hij hen heeft opgedaan trekt hij dan naar het Afrikaanse Mali waar hij onder meer Salif Keita, Habib Kaité en Ali Farka Touré ontmoet. Corey Harris toetst hun muziek aan hetgeen Son House, Muddy Waters en vooral John Lee Hooker op plaat hebben geregistreerd en is van oordeel dat de oorsprong van ‘The Blues’ zich wel eens in Mali zou kunnen situeren. Deze eerste aflevering bevatte kippenvelmomenten bij de vleet.

TajMahalnew

• The Soul Of A Man: uitgezonden op 14 januari 2010

Deze film werd geregisseerd door Wim Wenders, die we kennen van onder meer ‘Paris, Texas, waarbij hij muziek van Ry Cooder gebruikte voor de soundtrack.

skipjames

Dit is opnieuw een schitterende aflevering, die ons dank zij zeldzame zwart-wit beelden meer inzicht geeft in het leven van Blind Willie Johnson, Skip James (foto) en J.B. Lenoir. We hoorden ook heel wat hedendaagse vertolkingen van hun nummers door onder anderen Jon Spencer & The Blues Explosion, Nick Cave & The Bad Seeds, John Mayall, Alvin ‘Youngblood’ Hart en Bonnie Raitt.

• The Road To Memphis: uitgezonden op 21 januari 2010

Misschien wel de beste film uit de reeks tot nu toe, geregisseerd door Richard Pearce (gekend van ‘The Long Walk Home’). We maken hier de terugkeer van B.B. King in de studio’s van het radiostation WDIA mee. Hij begon daar zijn carrière als disc jockey en maakte reclame voor vitaminen flacons van sponsor ‘Pep-Ti-Kon’.

bbking

We zien ondermeer zwart-wit beelden van Howlin’ Wolf, die offstage een beminnelijk persoon was, maar eens op het podium kon hij het publiek de stuipen op het lijf jagen.
Het absolute hoogtepunt van deze aflevering heeft in ieder geval plaats wanneer Sam Phillips in de Sun studio’s duidelijk laat merken dat hij geen boodschap heeft aan het gevlei van Ike Turner. Dit is, ook voor wie geen bluesfan is, heerlijke televisie; gewoon fantastisch om naar te kijken.
Ook heel mooi is het hoofdstuk Bobby Rush, die een duet aangaat met een arme blanke blueszanger. En dan zwijgen we nog over Rosco Gordon die zijn spijt over de teleurgang van Beale Street uitdrukt. Uiteindelijk komen al deze artiesten, met ook onder anderen nog Little Milton en Reverend Gatemouth Moore, bij elkaar met het oog op de uitreiking van de W.C. Handy Awards in Memphis.

iketurner

Ik heb hier een beetje trachten weer te geven hoe ik de eerste drie afleveringen van ‘The Blues’ heb ervaren en ik profiteer van de gelegenheid om de bluesfans warm te maken voor de reeks, die zéér sterk aanbevolen is.

De volgende afleveringen hebben we nog te goed:

    op 04 februari 2010
      op 11 februari 2010
        op 18 februari 2010.

        Ik zal zeker opnieuw aan mijn beeldbuis gekluisterd zitten en ik zal u dan ook heel graag mijn bevindingen per twee afleveringen meedelen.

        • Warming By The Devil’s Fire: uitgezonden op 28 januari 2010

        Deze vierde film uit het rijtje van ‘The Blues’ werd geregiseerd door Charles Burnett (gekend van ‘To Sleep With An Angel’).
        Hier wordt het verhaal verteld van Charles Burnett zelf (weliswaar vertolkt door Nathaniel Lee Jr.), hoe hij als elfjarige knaap op bezoek gaat bij zijn oom Buddy Taylor (vertolkt door Tommy Hicks). Voor alle duidelijkheid, het gaat hem hier inderdaad over een film met goed afgelijnde rollen vertolkt door filmacteurs.
        Oom Buddy Taylor houdt er een nogal liederlijke levenswandel op na. Hij is zeker niet vies van enig vrouwelijk schoon en hij knijpt nogal graag de katjes in het donker.

        WC HANDY
        W.C. HANDY

        Charles Burnett komt dan ook in een weinig stichtende omgeving terecht. Oom Buddy heeft echter een indrukwekkende verzameling 78-toeren platen en hij laat de jongen uitgebreid kennis maken met ‘The Blues’ en de levensstijl die dit muziekgenre met zich meebrengt. Charles Burnett wordt dan ook heen en weer geslingerd tussen de Gospel, muziek van de Heer die hij van thuis uit meekreeg en de muziek van de duivel die hem door oom Buddy Wordt ingepompt. Buddy neemt Charles onder andere mee naar ‘The Crossroads’ waar Robert Johnson ooit zijn ziel aan de duivel heeft verkocht om een betere gitarist te worden.
        Telkens wanneer oom Buddy Taylor een plaat oplegt vloeit dit moeiteloos over naar mooie, zeldzame bewegende zwart-wit beelden van de betreffende artiest. We krijgen op die manier beelden te zien van kleppers als Sister Rosetta Tharpe, Victoria Sipvey, Bessie Smith, Mamie Smiths, Sonny Boy Williamson, Mississippi John Hurt, Big Bill Broonzy. Er werd wel nadruk gelegd op het feit dat de eerste bluesvertolkers met vedetten status zangeressen waren.
        Het meest van al was ik onder de indruk van gekleurde filmopnamen met Sam Chatmon (een broer van Charley Patton). Ik moet tot mijn scha en schande bekennen dat ik nog nooit eerder bewegende beelden van Sam Chatmon had gezien.

        29bygone_t607

        We kwamen ook wat meer te weten over W.C. Handy, die feitelijk uit Florence, Alabama kwam en als allereerste een song op muziekpartituur uitgaf waarin het woord ‘Blues’ in voorkwam, namelijk ‘St. Louis Blues (I Hate To See The Evening Sun Go Down)’
        We hebben nog drie afleveringen van ‘The Blues’ te goed ‘ en ik raad iedere bluesliefhebber aan om vrijdag verlof te nemen en aldus ten volle van de serie te kunnen genieten, zoniet van uw DVD toestel voor opname te programmeren.

        Ivan Van Belleghem

        • Godfathers And Sons: uitgezonden op 4 februari 2010

        Er waren tijden dat ik na een zware werkweek hardop naar de vrijdagavond verlangde. Nu is donderdagavond mijn favoriete stek, met dank aan Canvas.

        howlinwolf

        Howlin' Wolf

        ‘Godfathers And Sons’ werd geregisseerd door Marc Levin, die tevens verantwoordelijk is voor films als ‘Slam’ en ‘Whiteboys’. We kregen opnieuw een aflevering voorgeschoteld om duimen en vingers af te likken, net zo sterk als pakweg ‘The Road To Memphis’.
        We hebben ons nog niet helemaal in onze zetel neergevleid of we zitten meteen midden in de ‘Koko Taylor’s Celebrity’ in augustus 2001, waar ook Magic Slim en zijn ‘Teardrops’ flink van jetje aan het geven waren.
        De rode draad doorheen de ganse film is Marshall Chess, zoon van Leonard, in 1950 samen met zijn broer Phil, de oprichter van het legendarische ‘Chess Records’.
        We komen natuurlijk heel wat over ‘Chess Records’ te weten en we genieten van uiterst zeldzame zwart-wit shots van ondermeer Bo Diddley, Muddy Waters, Willie Dixon en Howlin’ Wolf.
        Marshall Chess trekt er met Chuck D van ‘Public Enemy’ op uit om hem de ‘Bluesside’ van Chicago te laten zien en een eerbetoon aan de Chicago blues te organiseren.

        sam lay

        Sam Lay

        Het Chicago Bluesfestival is juist aan de gang en Marc Levin heeft daar mooie beelden van geschoten. Er zijn te veel hoogtepunten om ze allemaal op te noemen, maar de ontmoeting van Marshall Chess met Sam Lay en zijn band (met onze goeie vriend Chris James op gitaar), was zo warmhartig dat ik er kippenvel van kreeg.
        Marc Levin verklaarde achteraf: “Toen we Sam Lay en zijn band aan het filmen waren heb ik mijn ogen gesloten en ik werd meteen terug in de tijd getransporteerd, toen ik als vijftienjarige knaap in de kelder bij mijn vriend thuis voor het eerst de ‘Paul Butterfield Bluesband’ (met Michael Bloomfield) hoorde spelen. Mijn leven werd er helemaal door veranderd en vijfendertig jaar later zit ‘The Blues’ nog altijd in mijn ziel.”
        Maar het hoogtepunt was opnieuw voorbehouden voor Ike Turner, die na een ‘quatre mains’ met die andere legendarische pianist Pinetop Perkins, op het podium in tranen uiteenspat.
        Ter gelegenheid van het festival floreren er veel legendarische bluesmuzikanten in de stad en Marshall Chess maakte daarvan gebruik om mensen als Phil Upchurch, Gene Barge en alle andere muzikanten, die op ‘Electric Mud’ van Muddy Waters (voor de bluespuristen de slechtste bluesplaat aller tijden, red) hebben gespeeld, op te trommelen en samen met enkele hiphoppers, waaronder Chuck D, te laten jammen. Iedereen amuseerde zich te pletter en het wederzijds respect tussen de oude knarren en de jonge honden was enorm. Chuck D zal zeker wel gelijk hebben wanneer hij verklaart dat Hiphop een neefje is van ‘The Blues’…

        • Red, White and Blue: uitgezonden op 11 februari 2010

        Mike Figgis, bekend van de kaskraker ‘Leaving Las Vegas’, heeft ooit in een bluesband samengespeeld met Bryan Ferry. Hij laat ons in deze zesde aflevering zien hoe Britse muzikanten de Amerikaanse blues in de jaren zestig als het ware uit het slop hebben geholpen.

        eric burdon
        Eric Burdon

        Ik hoor je denken: ‘Britse Blues kan nooit zo interessant zijn als het Amerikaanse origineel’. Wel, dit is verkeerd gedacht want Britse bluesmannen zoals Eric Clapton, Stevie Winwood, Chris Farlowe, Albert Lee, Eric Burdon en Peter Green verklaren de ganse aflevering door hun liefde en respect voor hun Amerikaanse voorbeelden. Al die aandoenlijke verklaringen worden door B.B. King met en al even spontaan ‘Thank You’ beantwoord. Hij vermeldt er ook nog bij dat de Britse bluesjongens vele deuren hebben geopend voor Amerikaanse artiesten, die daardoor hun platenverkoop zagen gestimuleerd.

        PeterGreen10
        Een piepjonge Peter Green en een al even jonge Danny Kirwan

        In Groot-Brittannië is deze muzikale omwenteling begonnen bij de Jazz in clubs zoals ‘The Flamingo’ in Londen. Daar speelden mensen als Humphrey Lyttelton, Chris Barber en Lonnie Donegan, een grote fan van Leadbelly, jazzmuziek, die stilaan doorneigde naar New Orleans trad, skiffle en tenslotte blues. Pikant detail: de piano intro bij ’Lady Madonna’ van ‘The Beatles’ is noot voor noot gejat van de pianopartij in ‘Bad Penny Blues’ van Humphrey Lyttelton en daar is nooit enige verwijzing naar gemaakt.
        In ‘The Flamingo’ werd er meer en meer blues gespeeld door ondermeer John Mayall, The Yardbirds, Alexis Korner, The Rolling Stones en Georgie Fame, die een grote bewonderaar was van Ray Charles. Meteen was de Britse bluesboom een feit.
        In deze episode valt Mike Figgis om de zoveel tijd terug op een jamsessie in de studio’s van Abbey Road, waarbij Tom Jones, Jon Cleary, Jeff Beck, Van Morrison en Lulu zich kostelijk amuseerden. De film eindigt trouwens bij Lulu, die een verrassend mooie versie van ‘Drowning In My Own Tears’ ten beste geeft. Dit ligt inderdaad mijlenver verwijderd van het verschrikkelijke onding ‘Boom Bang-a-Bang’, waarmee ze in 1969 Eurosong won.

        chrisfarlowe
        Chris Farlowe

        Ik vermeld nog graag de bloedstollend mooie versie van ‘Stormy Monday’ van de zwaar onderschatte Chris Farlowe (wat heeft die een mooie donkerbruine stem, zeg) samen met gitaarvirtuoos Albert Lee als een soort kers op de taart.
        Laat de term ‘Britse Blues’ u niet afschrikken, ‘Red, White and Blue’ was een aflevering die de gestelde verwachtingen nog geen klein beetje overtrof.

        Lulu
        Lulu, nu zestig, maar nog steeds een zeer mooie vrouw

        Ivan Van Belleghem