De Amerikaanse zangeres Patti Austin treedt al op
sinds de leeftijd van vier à vijf jaar. Ze werd
geboren op 10/08/1950 als dochter van Edna en
Gordon Austin, en is dus al meer dan vijftig jaar
thuis in de muziekbusiness met haar
interpretaties van soul, jazz, scat en adult
contemporary music.
Sommige bronnen geven 1948 op als haar
geboortejaar. Zijzelf gaf deze datum vroeg in
haar carrière op, omdat ze niet wou in botsing
komen met de wetten op kinderarbeid. “I
lied about my age and I kicked it up two years
because in those days it was a problem to work at
that age. [...] I think women are very foolish
when they say they're younger than they are
anyway.”
Patti is de peetdochter van muzieklegendes Quincy
Jones en Dinah Washington. Ze kreeg les van Harry
Belafonte, en stond voor het eerst op planken in
het Apollo Theater. Haar single ‘Family
Tree’ uit 1969 voor United Artists haalde
de R&B Top vijftig. Ze zong in het
achtergrondkoortje van James Brown op
‘It’s A Man’s, Man’s
World’ en nam haar debuutalbum ‘End
of a Rainbow’ op voor Creed Taylor’s
CTI label in 1976. Een jaar later volgde
‘Havana Candy’, en in 1980 kwam
‘Body Language’ uit, beiden ook op
CTI. Deze drie elpees waren allemaal te
catalogeren onder jazzfunk.
Tussendoor had ze de leadzang voor haar rekening
genomen voor de Japanse kotospeler Yutaka
Yokokura op ‘Love Light’ uit 1978,
zong ze het duet ‘It’s the Falling in
Love’ in met Michael Jackson op zijn
solo-elpee ‘Off The Wall’, en leverde
ze ‘The Closer I Get to You’ af op
Tom Browne’s album in 1979. Datzelfde jaar
(1979 dus) bracht Epic het live album ‘Live
at the Bottom Line’ uit.
In 1980 zong ze samen met George Benson de
duetten ‘Moody’s Mood for Love’
en ‘Keep your Dreams Alive’. Maar het
was haar werk met producer Quincy Jones uit het
begin van de jaren tachtig, dat haar de erkenning
die ze nodig had, zou bezorgen. Op Quincy’s
elpee ‘The Dude’ uit 1981 zong ze
‘Betcha Wouldn’t Hurt Me’ en
‘Razzamatazz’. Daardoor kreeg ze op
Quincy’s eigen label Qwest de kans om haar
eigen solo-elpee te maken. Dat werd ‘Every
Home Should Have One’. Daarop stond o.a. de
topper ‘Baby Come To Me’, een duet
met James Ingram. Dit was tevens het thema de ABC
soap opera ‘General Hospital’. De
opvolger ‘How Do You Keep The Music
Playing’ uit de film ‘Best
Friends’, ook weer een duet met James
Ingram, deed dat succes in 1983 nog eens over.
Tijdens de jaren tachtig en negentig zou ze met
verschillende producers samenwerken, en daarbij
verschillende stijlen aanpakken. Toch bleef het
grote succes uit. Je kan je afvragen waarom? Bvb.
met de elpees ‘In My Life’ uit 1983
en ‘Patti Austin’ uit 1984. In
datzelfde jaar kwam haar single ‘It’s
Gonna Be Special’ voor op de soundtrack van
de film ‘Two of a Kind’ met Olivia
Newton John en John Travolta. De prent werd niet
zo bekend als ‘Grease’, maar de
soundtrack ging voor platina. De single werd één
van haar grootste hits, en staat ook op haar
titelloze elpee uit dat jaar. De opvolger
‘Rhythm of the Streets’ piekte in een
remixversie van John Jellybean Benitez hoog op de
“high energy charts”, en Patti nam
hiervoor haar eerste muziekclip op.
Het volgende jaar zong ze samen met haar producer
Narada Michael Walden, de single ‘Gimme
Gimme Gimme’ de top veertig in.
Enfin, in 1986 scoorde ze haar grootste solohit
met ‘The Heat of Heat’ uit haar door
Jimmy Jam en Terry Lewis geproduceerde elpee
‘Gettin’ Away With Murder’.
Naast de titeltrack kwam ook nog de song
‘Honey for the Bees’ op single uit.
De elpees hadden allemaal te lijden onder zwakker
materiaal, dat teveel op haar stem steunde. Toch
vond ik ze heel goed in die tijd.
Patti trad voor de eerste maal op als actrice in
de prent ‘Tucker: The Man and his
Dream’ van Francis Ford Copolla.
Met de cd ‘The Real Me’ uit 1988
veranderde één en ander. Patti coverde
klassiekers zoals ‘Love Letters’,
‘Smoke Gets In Your Eyes’ en ging in
duet met producer David Pack op ‘True
Love’. Dit was een hint in welke richting
haar verdere carrière zou verlopen.
In 1990 verhuisde ze naar het GRP label en nam de
cd ‘Love Is Gonna Getcha’ op. Daarop
staan de singles ‘Through the Test of
Time’ en ‘Good in Love’. Het
jaar daarop volgde het album ‘Carry
On’, en in 1992 kwam ‘Live’
uit.
Het volgende jaar nam ze samen met Johnny Mathis
(nog zo’n idool van mij) het duet
‘You Who Brought Me Love’ op, dat op
veel succes kon rekenen. Hij inviteerde haar om
te gast te zijn in een tv-special.
‘That Secret Place’ dateert uit 1994.
Uit 1998 stamt ‘In & Out of Love’
uit.
In 1999 koos ze weer voor een andere koers. De cd
‘Street of Dreams’ werd een album met
interpretaties van jazzstandaards. ‘On the
Way to Love’ uit 2001 voor Warner Bros.
ging verder op dat pad. Ze oogstte nog meer
succes met haar eerbetoon aan Ella Fitzgerald,
nl. ‘For Ella’ uit het voorjaar van
2002. Dit waren waardige opvolgers voor
‘The Real Me’.
Patti was ook aanwezig op het tweede eerbetoon
dat Rendezvous Entertainment uitbracht ter ere
van wijlen Luther Vandross. Op ‘Forever,
For Always, For Luther vol. II’ zong ze het
nummer ‘So Amazing’ in. Zij heeft er
het volgende over te zeggen:
“The reason that I did it was because it
was in fact for Luther and I loved him madly and
we were dear friends, and it just gave me an
opportunity to pay homage to some of his work and
I was most happy to be asked to specifically sing
‘So Amazing’ because it’s
another one of those fabulous tunes that he had
written and which for some reason a lot of people
don’t know that Luther wrote a lot of his
own material.”
Patti leidde een nieuwe groep Raelettes voor de
opname in 2006 van een nieuw album dat ‘Ray
Charles + Count Basie Orchestra = Genius2’
heette. Hierin zaten ook sessiezangeres Valerie
Pinkston, en leden van de groep Perry.
Vier jaar later, dus in 2007, bracht ze het album
‘Avant Gershwin’ uit. Dit is haar
persoonlijke benadering van het materiaal van
Gershwin. Het werd een succes bij critici en bij
het publiek, en leverde haar daardoor dit jaar
tijdens de vijftigste Annual Grammy Awards, een
Grammy Award op voor “Best Jazz Vocal
Performance”. Het was al haar negende
nominatie voor die categorie! “On this
project we knew that we were dealing with some of
the best material in the world, so as long as we
didn’t mess it up, we would be O.K. -- kind
of like the Democrats. If we stayed out of our
own way, we were going to be alright. I’d
ultimately like to hold some master classes on
Gershwin. A lot of people think that I was
strictly reared on R&B since hearing songs
like ‘Baby Come to Me’. But this is
really the music I grew up on. So it’s not
as if I’m making any drastic changes to do
this.”
Tijdens een interview in 2007 ter promotie van
deze laatste cd keek ze terug in de tijd en
vertelde dat ze als teenager één van de laatste
optredens van Judy Garland bijgewoond had. Die
ervaring hielp haar beter te concentreren op haar
carrière : “She (Judy Garland) ripped my
heart out. I wanted to interpret a lyric like
that, to present who I was at the moment through
the lyric.”
Ook nog in 2007 nam ze een live cd op met het WDR
Orchestra uit Keulen. Datzelfde orkest trad ook
al aan voor het ‘For Ella’ project.
De laatste jaren is ze flink vermagerd tegen
vroeger toen ze er mollig voorkwam. Nochtans is
dit niet het gevolg van een chirurgische ingreep.
“It wasn’t a cosmetic thing. I did it
to save my life. I suffered from diabetes and
other health issues. I weighed 268 pounds.
I’m now 140 pounds. I went from a size
26-28 to a size 6-8. It took a doctor to help me
realize that over the years I had made terrible
choices that impacted my health. I had to
change.”
In haar carrière zong ze ook nog samen met Al
Jarreau, Rufus & Chaka Khan, wijlen Luther
Vandross op het duet ‘I’m Gonna Miss
You in the Morning’, Wynton Marsalis,
Ashford and Simpson, Peabo Bryson, Cleve Francis,
Narada Michael Walden, Steely Dan, Billy Joel,
Roberta Flack, haar doopmeter wijlen Dinah
Washington, El DeBarge & enz!
Onlangs zong ze het nummer ‘The Grace of
God’ in, dat het strijdlied is voor de
National Coalition Against Domestic
Violence
voor 2008/2009. En vorige week las ik het op Net
het nieuwtje dat ze met Siedah Garrett de handen
in mekaar geslagen heeft om een totaal
vrouwelijke versie van mijn favoriete track
‘The Secret Garden’ op te nemen.
Beide dames zijn nu op zoek naar twee soulvolle
dames om de nog twee openstaande plaatsen in te
vullen. Garrett zei: “We need a real DIVA
to take over that Barry White dirty lowdown
sexiness in the original track and that ain't
gonna be easy. Give me Jill Scott and Angie Stone
and we are set to go.” Ik ben alvast
benieuwd naar het resultaat!
Verder bestaan nog de volgende compilatie
cd’s van haar:
1994: The Best of Patti Austin (compilatie van
tracks op het CTI label uit 1977-79)
1995: The Ultimate Collection
1999: The Best of Patti Austin (compilatie van
tracks op het Warner Music label, alleen voor de
Japanse markt)
1999: Take Away The Pain Stain (Franse compilatie
van tracks op het Coral label, 1965-67)
2000: The CTI Collection
2001: The Very Best of Patti Austin (compilatie
van singles, meestal op het Qwest/Warner label)
2002: Collection
2003: Baby Come To Me And Other Hits
2007: Intimate Patti Austin
In Azië kwamen bovendien de twee onderstaande
cd’s uit:
1996: Jukebox Dreams (alleen in Japan) tracks
bijna identiek aan ‘In & Out of
Love’
1998: Street Of Dreams (alleen Zuid Korea en
Japan)
Patrick Van de Wiele
Foto’s: Met dank aan en © www.gettyimages.com en www.jalc.org en Carol Friedman
Published: Woensdag 02 juli 2008 / 12:00u.
Print this
Page






