• KWALITEIT MAAR ZONDER HITS •
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Inderdaad, zo verging het deze Britse band. Ze
maakten wel enkele voortreffelijke platen maar daar
bleef het ook bij. Hits zaten er niet in maar het
beste referentiepunt naar deze band is het nummer
‘Surrender To The Rhythm’, het dwepende
nummer dat door niemand minder dan Nick Lowe gepend
werd.
Om hun roots te ontdekken duikelen we de geschiedenis
in en begeven ons naar Turnbridge Wells, Kent waar
ene zeker Nick Lowe en Brinsley Schwarz, twee
schoolvrienden, de idee opsteken om een rockbandje op
te zetten.
Samen met keyboardsman Barry Landerman en drummer
Pete Whale, vormden ze Kippington Lodge, een sixties
combo. Al snel krijgen ze een platendeal bij EMI en
maakten een 10-tal singles waaronder ‘Shy
Boy’, ‘Lady On A Bicycle’,
‘And She Cried’, ‘I Can See Her
Face’, maar de verkoopcijfers sloegen zo tegen
dat Landersman er de brui aangaf en zijn piano en
orgel tendienste stelde van het toen meer bekendere
Vanity Fair.
Dit leek de doorbraak te worden voor Bob Andrews die
Landerman aan het klavier verving. Maar de kerels
waren blijkbaar niet onder de indruk van hun naam en
al snel veranderden ze deze in Brinsley Schwarz, naar
hun zanger/gitarist. Net voor die naamsverandering
kregen ze nog te kampen één personeelswissel: drummer
Peter Whale stapt op en de In Amerika geboren Billy
Rankin neemt zijn plaats in achter de ketels.
Maar niet alleen hun naam veranderde, ook hun
muziekstijl. Gedaan met de popgeörienteerde nummers.
Ze hielden het nu meer op een mengeling van country
en rock wat in hun later werk zeker goed tot uiting
komt. Vreemd genoeg was dit genre nog een echte cult
in de UK desondanks het grote succes dat The Eagles
begin jaren zeventig hiermee boekten. Met andere
woorden, Brinsley Schwarz mag gerust de eerste Britse
countryrock band genoemd worden. Maar we merkten nog
een speciale verandering in de band: Nick Lowe, die
tot op heden op de achtergrond bleef als zanger, trad
nu meer en meer op het voorplan. Hij werd zowaar de
leadzanger van de band.

Maar het liep niet allemaal volgens plan en ze
zochten naar hun grote doorbraak. Plots merkten ze
een advertentie op van een bedrijf met als naam de
Famepushers. Die naam zegde genoeg. Zij zochten nieuw
talent dat ze graag wilden promoten. Een van de
karakters achter deze naam was Dave Robinson die
reeds met Jimi Hendrix gelinkt werd. Maar goed,
Famepushers kreeg diverse bands over de vloer maar
blijkbaar voldeed geen enkele van hen aan de gestelde
eisen. Toch werd de naam van Brinsley Schwarz even in
beraad gehouden want Robinson voelde een speciale
band met hen.
Famepushers stak veel geld in hen en er werd ook een
langspeler gemaakt. Schwarz zou haar debuut spelen in
de New Yorkse Fillmore die dan gevuld zou zijn met de
grote jongens uit de Britse Media... maar de plaat
moest eerst verkocht worden aan een groot platenlabel
en net die toonden niet voldoende interesse in deze
nieuwe band.
Maar het geluk bleek te keren in de vorm van ene
Andrew Lauder, een jonge pr-man bij Liberty/United
Artists en hij kon zijn bazen overtuigen om de groep
binnen te halen. Dankzij dit event konden de jongens
toch hun debuut spelen in New York, samen op dezelfde
affiche van Van Morrison en Quicksilver Messenger
Service. Zoals reeds gezegd zou dit concert
bijgewoond worden door diverse persjongens uit
Engeland. Maar of je het nu gelooft of niet, wederom
sloeg het lot toe. Het vliegtuig waarmee de perslui
moesten overvliegen liep een zodanige vertraging op
dat wanneer ze arriveerden Schwarz reeds gedaan had
met spelen.
Hun langspeler, waarvan ze dachten goede kritieken te
krijgen, werd op negatieve manier in de pers
weergegeven. Enfin, de gehele opzet begon echt op een
uit de hand gelopen grap te lijken. De pers wees de
organisatie achter dit alles aan als het zwarte
schaap, wat achteraf ook bleek te zijn, maar dit ging
allemaal toch ten koste van de band zelf.
Dan maar terug naar Engeland, moeten ze gedacht
hebben, waar hun wonden zouden helen bij het maken
van een opvolger. Dit album klonk stukken beter dan
hun debuut en de dag van vandaag kun je deze nog
steeds draaien zonder het gevoel te hebben dat de
muziek ‘out of date’ is. Met als titel
‘Despite It All’, waarmee naar hun
avontuur in de Fillmore werd verwezen, kregen we een
album dat voornamelijk nummers bevatte van Nick Lowe.
Hoe dan ook, ook dit album werd door de pers niet
goed onthaald. Of de heren van de kranten en
magazines deze langspeler wel beluisterd hebben is
nog maar de vraag want dit verdiende Brinsley Schwarz
niet.
Net voor ze hun tweede album afwerkten had de groep
zich getransformeerd in een vijftal en Ian Gomm
(gitaar, zang) werd in de familie opgenomen.
Al vrij snel begon men Brinsley Schwarz het label op
te kleven als rockband die de spits vormde van een
nieuwe beweging in de rockwereld, nl. de pubrock. Zij
waren dan ook de eerste band die op zulke plaatsen
vrij vaak speelde. En dankzij dit fenomeen begonnen
ze een schare van fans te krijgen.
Voor de herbergiers en cafébazen braken gouden tijden
aan want dankzij bands als Schwarz gingen hun zaken
er serieus op vooruit. En het bleef niet alleen bij
deze band want in hun voetsporen volgden groepen als
Dr. Feelgood, Eggs Over Easy, Bees Make Honey enz...
Dus Brinsley Schwarz had toch voor een zekere
heropleving in het uitgangsleven gezorgd.

In 1972 was Brinsley Schwarz een gevestigde waarde in
en buiten Engeland maar het platenkopend publiek, en
dit nog steeds met het ‘slechte’
resultaat van hun twee vorige langspelers in geachte,
negeerde nu ook hun derde album ‘Silver
Pistol’ alhoewel het nationaal als hun beste
album tot dusver werd beschouwd. Dit album werd in
een mobiele studio opgenomen ergens in het noorden
van Londen.
Maar de jongens van Schwarz kenden het woord
‘opgeven’ niet en zeven maanden later,
nadat ‘Silver Pistol’ niet in de
hitlijsten geraakte, lanceerden ze hun volgende
project, ‘Nervous On The Road’. Eigenlijk
was deze titel een onjuiste beschrijving van de
huidige situatie van de band want uiteindelijk wisten
ze nu wat ze gingen doen en waar ze stonden.
Dit nieuwe album werd opgenomen in de Rockfield
Studio's in Wales en Kingsley Ward en volgens
insiders had de eigenaar van deze studio's ook
gezorgd voor een betere sound. Maar helaas, en vreemd
genoeg na een prachtige recensie in het tijdschrift
New Musical Express, faalde ook dit album om in de
billboards door te breken. Maar kennelijk tilden
Schwarz daar niet meer zo zwaar aan omdat ze
ondertussen reeds een serieuze reputatie als
‘universiteits’-band hadden opgebouwd en
ze mochten van Paul McCartney & Wings mee op
tournee als supporting act. Dus zo slecht was
Brinsley Schwarz dus niet als een Paul McCartney zich
over hen ontfermde.
1974 was het jaar dat ze hun vijfde langspeler
uitbrachten en het zit hun nog steeds niet mee want
ook dit album komt niet verder dan in de bakken van
de uitverkoop en goedkope aanbiedingen. Maar ook hun
‘Original Golden Greats’ wordt in
datzelfde jaar als een goedkope plaat op de markt
gebracht. Je kon die voor minder dan één Engels pond
aanschaffen wat dus vrij goedkoop was. Dit album
bestond voornamelijk uit ouder werk dat hier en daar
wat aangepast werd, nummers die ze voordien onder een
andere naam, zoals The Hitters, hadden uitgebracht.
Hun volgende album, waarvoor niemand minder dan Dave
Edmunds achter de knoppen kroop, kreeg de titel
‘The New Favourites Of Brinsley Schwarz’
en het was dankzij deze Edmunds dat de Brinsleys, als
The Electricians’, in de speelfilm
‘That’ll Be The Day’ te zien waren
aan de zijde van rockzanger én charmejongen David
Essex. Of deze film nu hun eigenlijke doorbraak zou
kunnen betekenen? Neen hoor, want ook dit nieuwe
album kon niet rekenen op een commerciële toekomst en
was gedoemd om in tweedehandszaken terecht te komen.
Maar aan hun geduld was nu eindelijk een einde
gekomen en in 1975 hielden ze het voor bekeken. Ze
hebben hun strijd tegen een unfaire behandeling
opgegeven en in de herfst van 1975 stopte het leven
voor de groep Brinsley Schwarz.
Dit was meteen ook de tijd dat de eerste sporen van
de punkbeweging vorm begonnen aan te nemen. Dave
Robinson en Jake Riviera hadden net een nieuwe band
gelanceerd, Chilli Willi & The Red Hot Peppers
(met Jo Ann Kelly, P.C. Bailey en ook enkele
muzikanten van BS) maar ze hadden ook een nieuw
platenlabel opgezet, Stiff records. De eerste
muzikant die daar aan zijn trekken kwam was Nick Lowe
met ‘So It Goes’. En zo begon het einde
van deze creatieve band finaal in ’t zicht te
komen.
Ian Gomm maakte verder nog indruk als een
solo-performer en dat deed hij met de single
‘Hold On’ die in 1979 in de Top 20 van de
US belandde. Nick Lowe houdt zich ondertussen bezig
met productiewerk voor Graham Parker & The
Rumour, Dr. Feelgood e.a.. Maar het échte einde werd
een feit nadat in 1978 hun langspeler ’15
Thoughts Of Brinsley Schwarz’ uitkwam.
Toch
wil ik even verder in gaan op de andere muzikale
paden die de heren van deze band hebben bewandeld.
Zo was de ganse band ooit nog de backing band van
Frankie Miller tijdens studio-opnames. Maar ook Ernie
Graham kon op hen rekenen voor enkele van zijn
studio-albums.
Ondertussen blikten Nick Lowe, Brinsley Schwarz, Bob
Andrews en Nick Lowe samen wat in onder de naam Ducks
Deluxe (een vijftal albums tot in 1979).
Ducks Deluxe laatste album kreeg wel de bijzondere
titel ‘Last Night Of A Pub Rock Band’ mee
waarmee zonder twijfel naar Brinsley Schwarz werd
verwezen.
Samen waren ze ook te vinden bij Dave Edmunds’
Rockpile.
Bob Andrews, Nick Lowe (foto onder) en Brinsley
Schwarz verdienden een extra centje bij een
plaatopname van Carlene Carter en Nick Lowe liet
nogmaals zijn kunsten botvieren bij Mickey Jupp, The
Pretenders, Wreckless Eric, Elvis Costello, Keith
Cross & Peter Ross, The Damned, Fabulous
Thunderbirds (het Amerikaanse equivalent) enz... En
natuurlijk is deze informatie ver van compleet gezien
hun bijdragen aan anderen enorm groot én verreikend
was. We kunnen hier nog een tiental pagina’s
aan wijden maar dan zal ook hier weer de essentie van
dit artikel verwateren.

Waarom het dan nooit écht klikte bij deze band, God
zal het weten want Brinsley Schwarz’ muziek is
onderhoudende muziek, geen complexe teksten, geen
snel tempowisselingen zoals bij Yes, doch klassieke
tunes waar iedereen op kon meezingen.
Indien je deze band écht niet kent, moet je er toch
eens kennis mee maken. Je zult versteld staan van de
uitstekende songs die je op hun langspelers vindt.
Hopelijk zit er ook voor deze band een reünie in dit
jaar want 2008 schijnt goed op weg te zijn als Het
jaar van de reünies. Laat ons hopen dat Brinsleys
Schwarz daar deel mag van uitmaken.
•
Discografie:
Kippington
Lodge (singles)
Shy Boy
Lady On The Bicycle
Rumoers
And She Cried
Tell Me A Story
Understand A Woman
Tomorrow, Today
Turn Out The light
In My life
I Can See Her Face
•
Brinsley Schwarz als The Knees
(singles)
Day Tripper
Slow Down
•
Brinsley Schwarz als Limelight
(singles)
I Should Have known Better
•
Brinsley Schwarz als The Brinsleys
(singles)
There’s A Cloud In My Heart
I Got The Reel Thing
•
Brinsley Schwarz als The Hitters
(singles)
Hypocrite
The Version
•
Brinsley Schwarz LP’s
Brinsley Schwarz (1970)
Despite It All (1970)
Silver Pistol (1972)
Nervous On The Road (1972)
Please Don’t Ever Change (1973)
The New Favourites Of (1974)(1980)
Original Golden Greats (1974)
15 Thoughts Of Brinsley Schwarz (1978)
•
Singles
Shining Brightly / What Do You Suggest (1970)
Country Girl / Funk Angel (1970)
Country Girl / Funk Angel (1972)
Speedo / I Worry (1973)
I've Cried My Last Tear / Bringdown (1974)
(What's So Funny 'Bout) Love, Peace And Understanding
/ Since You're Gone (1974)
Everybody / I Like You, I Don't Love You (1975)
There's A Cloud In My Heart / I Got The Real Thing
(1975)
Country Girl / Hooked On Love / Surrender To The
Rhythm (1978)
(What's So Funny 'Bout) Love, Peace And Understanding
/ I've Cried My Last Tear (1978)
Alfons Maes



