• Ik hoef het niet onder stoelen of banken te
steken, bij smooth jazz voel ik mij goed •
Eigenlijk was ik al sinds 1976 een fan van dit genre,
ook al bestond het officieel nog niet. Ja, de elpee
‘Breezin’’ van George Benson, die
later baanbrekend zou blijken voor dit genre, beviel
mij ten zeerste, maar in die tijd noemde het genre
jazzfunk, ook al was er duidelijk een afbakening
tussen de lichtere en de zwaardere tracks. En ja, het
waren die lichtere tracks die mij het meest
bekoorden.
Nu is het zo dat ik op zestienjarige leeftijd het
hardrockgeweld van Deep Purple verkoos boven alle
anderen, maar de grote ommekeer bij mij kwam er toen
ik in de dancings de zwarte muziek (soul, disco,
funk) ontdekte. En eigenlijk had ik mijn achtergrond
steeds van zachte nummers gehouden, want in 1974
zette ik steevast ‘Samba Pa Ti’ van
Santana (foto onder) op nummer één. Hoe dan ook,
instrumentale muziek had altijd al een plaatsje in
mijn hart veroverd, alhoewel het nog jaren zou duren
eer de stukjes van de puzzel op hun plaats zouden
vallen.

In het begin van de jaren negentig bestond er een
focusgroep in Chicago van Broadcast Architecture.
Deze firma was de eerste die het nieuwe formaat aan
radiostations verkocht. Er werd aan een luisteraar,
een vrouw, gevraagd om de proppen te komen met een
benaming van de songs die in dit nieuwe formaat
pasten. Zij koos voor de term “smooth
jazz”, en die benaming werd door een consultant
overgenomen om deze fusie van instrumentale
muziekstijlen te beschrijven. Wat die vrouw beschreef
was een jazzachtige sound, zonder het essentiële
jazzelement improvisatie. Een song waarin de melodie
zeer belangrijk was, en die hoofdzakelijk gebracht
werd op instrumenten die in jazz gebruikt werden.
Maar die definitie viel door de mand toen smooth jazz
zich uitbreidde tot tweehonderd radiostations,
waaronder WJZW uit Washington. In recentere tijden
betekende smooth jazz niet alleen saxofonisten Kenny
G en Dave Koz, maar ook zangers zoals Norah Jones
(foto helemaal onderaan), India Arie en zelfs Sting.
Ondanks opmerkingen en telefoontjes van fans van
traditionele jazz, en geeuwen van liefhebbers van pop
en rock, werd smooth jazz een zeldzaam succesverhaal:
een muziekgenre dat deze keer niet door artiesten of
platenfirma’s geschapen was, maar door
radiomakers, die een stijl identificeerden, er het
gepaste publiek voor vonden en muzikanten
inspireerden om dat product te maken.
Tijdens de jaren zeventig waren het de lichtere hits
uit het jazzfunk genre, afkomstig van artiesten zoals
Bob James, George Benson en Spyro Gyra, die niet
enkel radioaandacht kregen op enkele Amerikaanse
jazzstations, maar tevens op lichte rock en
easy-listeningstations. Chuck Mangione’s
‘Feels So Good’ uit 1977 was
waarschijnlijk de eerste smooth jazzhit, zelfs al
bestond het genre toen ook nog niet. Het zou toch nog
tien jaar duren tot 1987, tot wanneer een
radiostation uit Los Angeles de eerste grote
mediavorm zou worden, die zich inzette voor de muziek
van David Sanborn, The Rippingtons en Al Jarreau.
Radioprogrammamakers zochten naar een manier om
bureauwerkers en gestresste pendelaars met deze
muziek te bedienen, en die kwam voort uit een
mengeling van fusion jazz, lichte R&B,
popballades en enkele pure jazzartiesten. Zij volgden
in de voetsporen van George Benson melodieuze
nummers. Critici moesten van meet af aan van dit
genre niet weten, en bestempelden het als de
liftmuziek van de jaren negentig. “A form of
musical water-skiing over the groove” zei een
criticus. Maar smooth jazz radiostations deden het
niet slecht, en bouwden verder op een luisterpubliek
dat ongewoon was (alle rassen, en grensoverschrijdend
op gebied van leeftijd, plaats en inkomen).

Het zou nog tot 2000 duren vooraleer de Grammy Awards
een pop instrumental album categorie toevoegden om
smooth jazz artiesten te belonen.
“I play songs people want to hear” zei
saxofonist Kenny G in een verdedigingspoging.
“Critics don't bother me because I know I have
integrity. . . . The jazz purists should be looking
at me and saying 'thank you.' I've brought people
into buying instrumental music. Maybe they'll open up
and find an old Sonny Rollins or Charlie Parker
record after that.” Andere artiesten beweerden
bij hoog en bij laag dat ze niet in dat plaatje
pasten. “We're not smooth jazz” zei
trompettist Chris Botti, en voegde daaraan toe:
“my music is not about playing in a little tiny
club and it sounds like a math test, but rather
playing big venues and it’s pleasing”.
Het formaat steunt vooral op aangename melodieën, of
dat nu Kenny G’s instrumentals zijn, of de
zachte zang van Anita Baker of Sade. De grote
stuwende kracht achter de verkoopcijfers was tijdens
de jaren negentig, The Weather Channel, dat smooth
jazz gebruikte als achtergrond tijdens de
weersverwachtingen.
Vandaag de dag is smooth jazz in ietwat ruwer water
beland. Het radiostation CD101.9 uit New York, één
van de landelijk meeste populaire smooth jazz
stations, werd vorige maand overgenomen door een
rockformaat. En in Philadelphia koos een ander smooth
jazz radiostation voor een mix van Alicia Keys,
Beyoncé, Frankie Valli en Bon Jovi. In Washington
waren bij WJZW de luistercijfers veel te laag, aldus
gingen beleidsmakers op zoek naar een ander formaat.
In Chicago mengen programmamakers meer traditionele
jazz in de afspeellijst. Pianist en dj Ramsey Lewis,
die een show maakt, die op heel wat smooth
jazzzenders te horen is, gooit wat Oscar Peterson en
Bud Powell in de mix.

Op plaatsen waar radiostations smooth jazz
buitengooiden, eisen luisteraars nu de terugkeer
ervan. Dat gebeurde al in Milwaukee en in Washington,
waar WASH en WJZW plannen aangekondigd hebben om
smooth jazz op één van hun HD kanalen in te lassen,
maar daarvoor moet je een digitale radio bezitten.
Dat zal waarschijnlijk niet genoeg zijn om de
opgehitste fans te kalmeren, maar in de
radio-industrie is hun eis niet aan de orde van de
dag. Verkoopcijfers van reclame gaan naar beneden, en
programmamakers en adverteerders zijn op zoek naar
luisteraars die er nauw aandacht aan besteden. Dat
betekent muziek “that's front and center, not
light and breezy”.
Patrick Van de Wiele