• Bossa Nova, de feestelijke muziek uit
Brazilië •
Antonio Carlos Jobim
|
Stan Getz
|
De attente lezer van deze website zal wel al
opgemerkt hebben dat ik een boontje heb voor bossa
nova, die feestelijke muziek uit Brazilië. Die is
eigenlijk al zo’n veertig jaar voor handen,
want ze dook in de USA op net voor de invasie van de
Britse popmuziek.
Ik heb het vroeger al verteld, bossa nova stond voor
een nieuwe beat uit dit Zuid-Amerikaanse land, en het
was een meer jazzy, luchtiger zijproduct van de samba
dansritmes. De melodieën waren traag en toch
opwekkend, de teksten poëtisch en melancholisch, en
de stemmen die uit de radio in het Portugees
weerklonken, verhoogden nog de exotische allure. Wie
had er toen gedacht dat deze muziekstijl daarna in de
USA model zou staan voor een gamma schoenen voor
teenagers, “bossa nova shoes” genaamd?
Aan de top van deze Braziliaanse golf stond een
geïnspireerd duo dat Stan Getz en Antonio Carlos
Jobim heette. Beiden waren geboren in 1927. In de
door je hoofd spokende, broze songs van de
buitengewone songwriter Jobim, die doordrongen was
van de coole lyriek van Getz en Miles Davis, vond
tenorsaxofonist Stan Getz ideale vehikels voor zijn
stemmige muziek. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat vele van deze songs klassiekers geworden zijn,
zoals ‘Desafinado’ uit 1962, enz. Er is
vroeger wel eens beweerd dat Jobim de George Gershwin
was uit Brazilië. Beiden hebben inderdaad vele songs
bijgedragen aan het jazzrepertoire, beiden zijn tot
in de concertzaal geraakt, en stonden in de ogen van
de wereld, symbolisch voor hun land. Nochtans was
Jobim voorbestemd voor een carrière als architect.
Jobim werd geboren in de Tijuca wijk van Rio, en toen
hij twintig werd was de lokroep van de muziek zo
sterk geworden, dat hij piano begon te spelen in
nachtclubs, en begon te werken in de
opnamestudio’s. Zijn eerste plaat maakte hij
als begeleider van zanger Bill Farr in 1954, maar het
zou nog twee jaar duren vooraleer hij samenging met
dichter Vinicius de Moraes, om het toneelstuk
‘Orfeo do Carnaval’ te voorzien van een
score. Dat toneelstuk werd overigens later omgevormd
tot de bioscoopfilm ‘Black Orpheus’. In
1958 nam de toenmalig onbekende Braziliaanse zanger
João Gilberto enkele van Jobim’s songs op, en
zo begon het bossa nova fenomeen.
Jobim verkoos echter de opnamestudio boven de
tournee, en maakte in de jaren zestig en zeventig
mooie albums als pianist, gitarist, en zanger voor
Verve, Warner Bros., Discovery, A&M, CTI en MCA.
In het laatste decennium van zijn leven keerde hij
weer naar Verve. Al vroeg begon hij samen te werken
met arrangeur/dirigent Claus Ogerman, wiens subtiele,
strelende, en soms humeurige arrangementen zijn
platen een sfeer verstrekten,
die bleef rondspoken. Op het einde van de jaren
zestig raakte bossa nova uit de running, door de
rockrevolutie, en Jobim verschoof naar het
achterplan, en concentreerde zich op Braziliaanse
film & tv-scores. Toen nochtans in 1985
wereldmuziek aan zijn opmars bezig was, begon hij
weerom te toeren met een groep, waarin zijn tweede
vrouw Ana Lontra, zijn zoon Paulo, zijn dochter
Elizabeth en verschillende muzikale vrienden zaten.
Ten tijde van zijn laatste optredens in Brazilië in
september 1993 en in Carnegie Hall in april 1994,
verkreeg hij eindelijk de universele erkenning waar
hij recht op had. Nadat zijn hart er de brui aan
gegeven had, volgden een resem eerbetonen op plaat en
op scène. Zijn reputatie als één van de grootste
songwriters van de vorige eeuw is nu verzekerd, maar
nergens duidelijker dan op de jazzscène, waar elke
set tenminste één bossa nova inhoudt.
Maar Jobim was niet het enige Braziliaanse
exportproduct uit het begin van de jaren zestig.
Neen, er waren ook nog singer/songwriter/gitaristen
Joao Gilberto, Luiz Bonfa, en Luiz Henrique,
gitaristen Baden Powell en Laurindo Almeida (deze
laatste, een veteraan uit Stan Kenton’s orkest,
die de zaden van de Braziliaanse jazzfusion al op het
einde van de jaren veertig zaaide), orgelist Walter
Wanderley en zijn combo, en de betoverende zangeres
Astrud Gilberto.
Nochtans is het over een liedje van Jobim dat ik het
hier specifiek wil hebben, nl. ‘Aqua de
Beber’ ofwel “drinkbaar water”. Hij
schreef het samen met Vinícius de Moraes in 1963.
Het is eigenlijk een liefdesliedje, waarin een bloem
symbolisch staat voor het hart. En net zoals een
bloem regen nodig heeft, heeft het hart liefde nodig.
Geef de bloem dus water om te drinken.
De Portugese tekst van het liedje kan u nalezen op de
volgende link:
www.stlyrics.com/lyrics/heartbreakers/aquadebeber.htm
De Engelse versie ervan kan u nalezen op:
www.sinatrasonglyrics.com/getsong.php?songid=8
Dit jaar is tevens het Internationaal Jaar voor
sanitaire voorzieningen, een 22/3 jongstleden was de
wereldwaterdag. Iedereen heeft water nodig. De
toegang tot water is een onmisbaar element in de
ontwikkeling van een land, in het bijzonder van de
armste landen. Water is een kostbaar goed, dat we
vandaag moeten beschermen voor morgen. En er zijn
vele uitdagingen: vervuiling, het schaarser worden,
problemen met zuivering, verspilling in alle vormen.
Oordeel zelf even voor de volgende feiten: minder dan
één procent van het water op aarde is drinkbaar voor
de mens; meer dan 1,2 miljard mensen hebben geen
toegang tot drinkbaar water; elk jaar sterven
anderhalf miljoen kinderen jonger dan vijf jaar aan
diarree, die vooral veroorzaakt wordt door gebrek aan
water of door de lage gezondheidskwaliteit ervan; 2,6
miljard mensen beschikken niet over elementaire
sanitaire voorzieningen; een Europeaan verbruikt
zeven maal meer water dan een Afrikaan. Bij ons is
het gemiddelde waterverbruik van de gezinnen als
volgt verdeeld: bad, douche negenendertig procent,
toilet twintig procent, diverse toepassingen veertig
procent, drinken één procent.
Tegen 2015 wil men een duurzaam milieu waarborgen, en
het bevolkingspercentage dat geen toegang heeft tot
drinkbaar water met de helft terugdringen. Want water
is een universeel goed, en elke druppel is kostbaar!
In Brazilië is door mestre Ratto het Agua de Beber
sociaal project opgestart. Dit project richt zich op
het verbeteren van de leefomstandigheden van kinderen
en jonge adolescenten in de sloppenwijken. Het wordt
volledig gefinancierd door capoeira (de Braziliaanse
martial arts waarin acrobatiek, dans, muziek en
gevecht samenkomen) en giften. Eén van de grootste
onderdelen van het project bevindt zich in de
sloppenwijk van Riacho Doce in Fortaleza. Daar wonen
veel families onder moeilijke omstandigheden. Zij
hebben te maken met veel problemen zoals armoede,
honger, hoge werkloosheid, geweld en een gebrek aan
de basis sanitaire en afvalvoorzieningen (stromend
water, riool, afvalophaal). Het project richt zich op
het verbeteren van de meest kwetsbare groepen,
kinderen en jongeren. Midden in deze sloppenwijk
heeft het project een wijkplaats voor deze groep
gecreëerd. Hier worden dagelijks door vrijwilligers
gratis capoeiralessen gegeven, en dat zorgt ervoor
dat de kinderen dagelijks blijven terugkeren.
Daarnaast wordt er onderwijs gegeven en stimuleert
men culturele activiteiten op o.a. het gebied van
toneel, percussie, muziek, en onderzoek naar de Afro
Braziliaanse cultuur.De capoeirakleding wordt door de
families van deze kinderen gemaakt, waardoor er een
bredere steun aan deze gemeenschap ontstaat.
Het nummer werd ook nog gecoverd door (in
alfabetische volgorde):
Victoria Abril, Maucha Adnet, Alessa, April Aloisio,
Riccardo Arrighini, Milton Banana, Bill Beach, Chris
Bennett, Camila Benson, Billeeto, Johanne Blouin,
Antonio Carlos Bonfa, Bossacucanova, Brazilbossa 'N'
Bass, Brazilian Tropical Orchestra, Brigette, Gary
Brunotte, Charlie Byrd, Donna Byrne, Ana Caram, The
Chelsea Strings, Clémentine, Nat King Cole, Brian
Conigliaro, Maria Creuza, De Nova, Dead Ringer, Dimas
de Moraes, K.J. Denhert, Wanda de Sah, Gail Dobson,
Stephen Dreyfuss, Emerson Ensemble, Dan Estrem,
Candace Evans, Maria Farinha, Manfredo Fest, Ella
Fitzgerald, Fogueira Tres, Bruce Foulke, Janice
Friedman, David Ganc, Ana Gazzola, Astrud Gilberto,
João Gilberto, Giselle, Grupo Cabana, Angela
Hagenbach, Ray Hamilton Ballroom Orchestra, Ray
Hamilton, Toninho Horta, Rochelle House, Jim Jag, Al
Jarreau, Charlene Jewel, Jobim-Morelenbaum, Tania
Maria, Erienne Romaine, Pepito Ros, Gonzalo
Rubalcaba, Ruby Blue, Wanda Sá, Gilson Schachnik, Ben
Sher, Simply Jazz, Frank Sinatra, Sonny & Perley,
Sommer Stockinger, Tamba Trio, Claudia Telles, Lisa
Thorson, Trio Esperança, Trio 3-D, Kiril Valeri,
Marshall Vente, Vick, Walter Wanderley, Colette
Wickenhagen, Sadao Watanabe, West Bank School of
Music, Sunny Wilkinson, Zimbo Trio.
Patrick Van de Wiele