Een meesterwerk heruitgebracht op vinyl
Tijdens het einde van de jaren zestig zagen we in
Engeland veel nieuwe bands de kop opsteken. Meestal
bands die zich oriënteerden op het underground- en/of
psychedelica muziekgenre. Wat zij steeds met hun
muziek probeerden was het popgehalte in deze songs
naar een hoger niveau te tillen maar weinigen sloegen
daarin. Dat wil daarom niet zeggen dat deze bands
niet veel voorstelden want er zat méér dan genoeg
potentieel onder deze muzikanten om het tot een grote
ster te schoppen. Maar konden we dit ook zeggen van
hun muziek zelf?
Een van die bands was Velvett Fogg die het
levenslicht zag in 1968, dus een goede veertig jaar
geleden. Verrezen uit de assen van twee andere leuke
bands destijds: Brum Band en Gravy Train.
Hun eerste zanger Ernie Handy was een man die zijn
sporen reeds had verdiend als soulzanger. Als
gitarist kenden we Bob Hewitt en de andere leden
waren Graham Mullett (drums), Mick Pollard (bas) en
Frank Wilson (Hammondorgel). Deze line-up zou niet
lang standhouden want kort daarop steken nieuwe
muzikanten hier de kop op. Omdat een band niet alleen
van muziek kon bestaan moesten ze geregeld ergens
optreden en die uitlaatklep vonden ze op diverse
militaire basissen in Duitsland maar ook in enkele
selecte clubs wisten ze af en toe een contract rond
te krijgen. Hun act bestond niet alleen uit fraaie
muziek, neen, ze hadden ook een échte lichtshow met
diverse kleurenpaletten en een heuse go-go danseres.
Dat zorgde dus voor een bijzonder effect op een
live-optreden. Zij zal later met Ernie trouwen.
Maar aan alle mooie verhaaltjes komt een einde en
noodgedwongen keren ze terug naar hun thuisbasis
Birmingham (GB).
Tijdens deze periode gold een gouden regel: hoe
extravaganter je outfit was, des te meer kans op
slagen je had bij de grote platenlabels.
Daarom kregen ze via Inter City Artists (een
impresariokantoor) een platendeal aangeboden door
Jack Dorsey van het toenmalige Pye-label (waar de The
Kinks ook actief op waren).
Pye was net op zoek naar een band met een speciale
outlook en Dorsey liet hen verstaan dat het iets héél
controversieel moest worden.

De toenmalige gitarist was Tony (of Tommy) Iommi
(later bij Black Sabbath) en hij bleef maar voor één
optreden bij de band. Hij werd vervangen door Ian
Leighton, een schitterend bluesgitarist maar ook hij
werd spoedig vervangen.
Tijdens deze periode zette Pye Records een fotoshoot
op waar de foto voor hun eerste langspeler zou
uitkomen.
Het materiaal voor dit debuut werd voornamelijk
geleverd door Keith Law, een lokale singer-songwriter
die ook nog een knap stukje gitaar speelde. Hij werd
zowaar het ‘vijfde’ lid van de groep.
Eigenlijk verliep deze samenwerking zeer vlot, want
Law’s medewerking gold alleen maar voor
‘Yellow Cave Woman’, ‘Within The
Night’ en ‘Once Among The Trees’.
Dat gebeurde allemaal diezelfde avond in hun
repetitielocatie in Langley Baths. En enkele dagen
later stonden ze reeds in de studio op te nemen.
Zoals ik reeds schreef was het leven van Ian Leighton
bij Velvett Fogg maar van korte duur en hij werd op
zijn beurt vervangen door Paul Eastment, die
toevallig ook het neefje was van ene Tony Iommi.
Samen met de andere bandleden zorgde hij voor wat
originele nummers en het was met deze line-up dat ze
de studio introkken om hun eerste vinyl in te
blikken.
De muzikale supervisor was Jack Dorsey en hij
probeerde de kerels eigenlijk meer te winnen voor de
toen zo populaire progressieve muziekrichting.
Frank Wilson (pianist) merkte later nog op dat ze
toen allemaal wel onder hun capaciteiten (lees
waarde) moesten speelden en dat de meeste onder hen
toch een muzikale opleiding hadden genoten. Zo was
hij een klassiek geschoold pianist.
Op hun debuut staan ook enkele covers van songs die
zij toen wisten te waarderen, nl. de Bee Gees hit
‘New York Mining Disaster 1941’ en Tim
Rose’s anti-oorlogsballade ‘Come Away
Melinda’, geschreven door het duo
Hellerman/Minkoff.
Januari 1969 was de maand van de release van hun
debuut. En wat de meesten er ook van dachten, het
werd een prachtig schoolvoorbeeld van wat stond voor
de Britse psychedelische ‘boom’ uit de
late jaren zestig. Buiten de reeds genoemde covers
waren enkele van hun originele nummers, ‘Yellow
Cave Woman’ en ‘Once Among The
Trees’, in samenwerking gemaakt met Keith Law,
echte hypnotische doch innemende nummers. De andere
songs staken schril af en hadden een meer
zelfmoordgerichte en politieke boventoon.
Maar het meest vreemde aan dit gehele album was de
cover.
Deze toonde de pre-Paul Eastment line-up waarop één
van leden (de anderen hadden nog enkele
kledingstukken aan), inclusief twee naakte jonge
dames, vreemde bodypaint droegen als kledij.
De vermaarde dj John Peel was toen verantwoordelijk
voor de liner notes op de originele innersleeve.
Vreemd genoeg sloot Peel zijn betoog met “Er
staat genoeg goed materiaal op deze langspeler.
Onthou goed de naam van deze band: Velvett Fogg. Je
gaat nog van hen horen...’ Wat zat de man
ernaast!
Helaas is het maar bij dit ene album gebleven en zij
waren zeker geen uitzondering op de regel.
Pye bracht ook nog de single, ‘Telstar
'69’/’Owed To The Dip’ (Pye 7N
17673) uit in 1969. Het was een cover van de
Tornado’s instrumentale hit. Jack Dorsey drong
hier op aan want hij dacht zo nog een extra graantje
te kunnen meepikken met de maanlanding diezelfde
periode dat jaar. Ondanks voldoende airply, sloeg de
single er niet in de hitlijsten binnen te stormen en
daarmee werd de groots opgezette reclamecampagne, om
het album te promoten, geannuleerd.
Achteraf toerde Velvett Fogg nog wat rond om hun
album zelf maar te promoten, maar ontgoocheld door de
slechte verkoopcijfers verloor Pye alle interesse in
deze band en besloot om alle contracten én contacten
met hen te breken.

In de herfst van ’69 splitte de band en de
leden gingen hun eigen weg.
Frank Wilson vond eigenlijk hun Duitse line-up de
sterkste die ze ooit hadden. Hij keerde terug naar
London waar hij deel ging uitmaken van Riot Squad en
The Rumble Band. Nadien belandde hij bij Warhorse.
Paul
Eastment startte met Holy Ghost - later werd dat
Ghost – met wie hij een paar platen (Singles:
When You're Dead/Indian Maid (Gemini GMS 007) 1969 -
Album: When You're Dead (Gemini GME 1004) 1970)
maakte. Later vinden we hem terug als frontman van
Resurrection en zal hij folkzangeres Shirley Kent
assisteren bij haar studiowerk als soloartieste. Zij
trad ook toe tot The Ghost, de band van Paul
Eastment.
Keith Law, het virtuele lid van de band, is nog
steeds actief in de muziekwereld en is nu een
succesrijk entertainer in het zuidwesten van Engeland
Nadat de band splitte is de vraag naar deze vinyl
collector opmerkelijk de hoogte in gegaan. Het is een
‘hard-to-find’ exemplaar geworden maar
Sanctuary Records (in 2002 de cd-versie) heeft deze
vinyl (via het Akarma label, in 2007), inclusief het
originele artwork en liner notes van John Peel, nu
terug op de markt gebracht. Maar de échte
verzamelaars zullen blijven zoeken naar de originele
1969-editie. Als je er écht véél geld voor over hebt,
kun je steeds wel ergens een exemplaar op de kop
tikken.
Keith Law en Frank Wilson hebben momenteel de koppen
terug bij elkaar gestoken en werken nu aan een
‘nieuw’ Velvett Fogg-album.
Volgens bepaalde geruchten zou ook deze Italiaanse
Akarma, die de re-release van het originele album uit
1969 voor zijn rekening nam, ook interesse tonen om
het nieuwe album uit te brengen. Wij kijken hier
alvast naar uit.
•
Discografie
Single:
Telstar
'69/Owed To The Dip (Pye 7N 17673) 1969
Album:
Velvett
Fogg (Pye NSPL 18272) 1969
Akarma • AK 377 • Distr.: ZYX
Alfons Maes