In de zomer van 1968 werd mijn jonge leven door
een hartverscheurend dilemma geteisterd.
Zou ik de laatste dag van de Ronde van Frankrijk
op televisie volgen? De wielerfanaat in mij
knikte hevig van ja. De lokroep van de kermis en
de afspraak met leuke meisjes achter de
rupsmolen, in die dagen zowat de enige
gelegenheid op streng verboden vertier voor jonge
tieners, bleken sterker. Een buurjongen had een
transistorradiootje meegenomen en zo hoorden we
tussen het kermislawaai flarden van de
dramatische ontknoping. Herman Van Springel
verloor de gele trui aan Jan Janssen. Als
tijdritspecialist met zestien seconden voorsprong
was de Kempenzoon zo goed als zeker van de
eindzege. Een volledig over zijn toeren draaiende
radioreporter meldde met de nodige pathos dat
onze Herman in de eindfase van de individuele
tijdrit volledig blokkeerde terwijl ‘den
Hollander’ juist op dreef kwam. Het
onmogelijke gebeurde, de zestien seconden
voorsprong van Van Springel werden omgezet in 38
seconden achterstand. Janssen zegevierde
uitgerekend op onze Nationale Feestdag en schonk
de Nederlanders de tourzege. De meisjes wachtten
die dag tevergeefs, de ontgoocheling zat zo diep
dat we zelfs dat vergeten waren. Alsof de duivel
ermee gemoeid was werden we de volgende uren
meermaals met dat onnozel instrumentaaltje
‘Camp’ van Sir Henry And His Butlers
geconfronteerd. Neen, dan ging ik liever naar de
lp van de Ferre (Grignard) luisteren, die we
stiekem uit de platenhoes van
‘Captain’s Disaster’ haalden
als de oudere broer van mijn beste vriend even
uit de buurt verdween. Dan zongen we luidkeels de
titelsong en‘Yama Yama Hey’. In de
hitlijsten was er minder reden om mee te zingen
tenzij je uit de bol ging bij het horen van
Heintjes ‘Ich Bau’Dir Ein
Schloss’ of ‘Jedan Dan’ van die
Troubadours uit Joegoslavië. Het kon natuurlijk
nog erger met ‘Zaza’ van Georgette
Plana of Marc Dex’ ‘Bla Bla
Bla’. Gelukkig vonden we toch enig soelaas
bij de aanstekelijke beat van
’Money Money’
die
Tommy James
genereerde met
The Shondells
en de uiterst ruige interpretatie van Eddie
Cochran’s
‘Summertime Blues’
door
Blue Cheer.
Dit trio ‘langharig werkschuw tuig’
verkeerde blijkbaar toch in een uiterst energieke
toestand toen ze deze door zwaar drumgeroffel en
gierend gitaren gedomineerde rocker inblikten.
Het werd dan ook meteen de dansvloerkraker bij
uitstek, althans in de lichtjes anarchistische en
alternatieve kringen, waarmee zowat iedereen in
de plaatselijke jeugdclub zich identificiëerde.
Het door de machtige Memphissoulbeat
voortgestuwde
‘Choo Choo Train’
van de onvolprezen Box Tops werd nog enigszins
getolereerd.
‘Zo Mooi Zo Blond En Zo
Alleen’
van
Jimmy ‘Playboy’ Frey
viel wat minder in de smaak bij de
‘progressieve‘ jeugd. Het was
natuurlijk een Vlaams liedje, maar de opbouw en
orkestratie stonden minstens op hetzelfde niveau
als menig internationaal Angelsaksisch hitgeluid
van weleer. Het begint al met een liefelijke met
strijkers gelardeerde intro die abrupt overgaat
in een meer dan stevige drumbeat en machtige
blazerssectie die de flamboyante Vlaamse crooner
ondersteunen. Niet echt verwonderlijk dat één en
ander zo sterk klinkt, zelfs jaren na datum. De
wat banale tekst was immers op muziek gezet door
Tony & Wando Lam, alias Antonio en Fernando
Lameirinhas. Deze in België residerende Portugese
broertjes maakten in die dagen onder de naam Jess
& James furore met een soulgetint repertoire
waaronder ‘Move’ en ‘Something
For Nothing’. Hun J.J. Band begeleidde ook
Frey , vandaar het swingende resultaat dat schril
afstak tegen het gros van de destijds meestal wat
belegen Vlaamse producties. In een nostalgische
bui wil ik wel nog wel eens in de wagen genieten
van deze hit van Frey en kweel er dan lustig op
los, tot grote hilariteit maar vaker tot ergernis
van mijn passagiers.
Cis Van Looy

JULI
1968
1
Viva El Amor
Will Tura
2
A Man Without Love
Engelbert Humperdinck
3
Young Girl
The Union Gap
4
If I Only Had Time
John Rowles
5
Honey
Bobby Goldsboro
6
La Felicidad
Digno Garcia
7
Money, Money
Tommy James And The Shondells
8
Laurel And Hardy
The Equals
9
Jumping Jack Flash
The Rolling Stones
10
Come Back Girl
Brian
11
Camp
Sir Henry And His Butlers
12
Zo Mooi, Zo Blond En Zo Alleen
Jimmy Frey
13
Summertime Blues
Blue Cheer
14
Rock Around The Clock
Bill Haley
15
Lazy Sunday
The Small Faces
16
Choo Choo Train
The Box Tops
17
Ich Bau' Dir Ein Schloss
Heintje
18
Jedan Dan
De Troubadours
19
Zaza
Georgette Plana
20
Bla Bla Bla
Marc Dex
Het is het jaar van de Praagse lente. In de
Verenigde Staten wordt enkele maanden na de moord
op de zwarte leider Martin Luther King
presidentskandidaat Robert F. Kennedy
neergeschoten voor het oog van de camera. Nixon
zal uiteindelijk de presidentsverkiezingen
winnen. Op televisie worden we dagelijks met
gruwelijke beelden geconfronteerd van het
Tet-offensief dat in Vietnam in alle hevigheid
woedt.
Er is ook ‘heuglijker’ nieuws, zo
wint Eddy Merckx in Italië de eerste etappe van
de Giro, er zullen nog twee ritoverwinningen
volgen. In Napels steekt hij later niet alleen de
eindzege op zak met ruime voorsprong op Vittorio
Adorni en Felice Gimondi. ‘Onze Eddy’
gaat ook overtuigend met het punten- en
bergklassement lopen. Als obligate fan, wegens
familiale connecties, van Rik Van Looy, de
‘Keizer van… Herentals’,
ondergaan we deze evolutie met enig
tandengeknars... Tijdens die nationale
Merckx-gekte zwoegen we op onze examenvragen. De
laatste schooldagen vertoeven we enkele
namiddagen op de Lierse Vesten om naar het
transistorradiootje te luisteren. In laatste
instantie levert ons dat nog enkele gepeperde
‘retenues‘ (strafstudies) op. Maar we
horen op de piratenzenders wel schitterende
muziek. In onze hitparade gaat het er iets minder
hip aan toe. ‘If I Only Had Time’ en
vooral Bobby Goldsboro’s
‘Honey’ zijn de dansvloerplakkers van
het moment en prijken maanden later nog steeds op
de verlichte muziekmachines. ‘Jij Bent De
Zon In Mijn Leven’ van de kneuterige
Heikrekels ligt al wat moeilijker voor een
avontuurlijke dertienjarige die de wereld wil
ontdekken. Het hupse ‘La Felicidad’
van Digno Garcia brengt vooral de horde toeristen
die zich opmaken om de komende maanden richting
Spanje te vertrekken in de ‘juiste’
stemming. Tura doet een geslaagde poging om
hierbij aan te sluiten met ‘Viva El
Amor’.
Het sentimentele ‘Young Girl’ met de
zoetgevooisde zang van Gary Puckett en zijn Union
Gap kan onze jonge romantische zielen al wat meer
bekoren. De kleppers van de maand komen echter
van het Britse eiland met het zonnige,
goedgeluimde ‘Lazy Sunday’ van The
Small Faces. Het absolute muzikale hoogtepunt van
die juni maand is ongetwijfeld ‘Jumpin'
Jack Flash’ van de Rolling Stones.
Een jaar eerder zoeken Jagger en Co, onder
invloed van drugs en de Indische goeroe Maharishi
Mahesh Yogi in navolging van The Beatles,
wanhopig aansluiting met de overheersende
psychedelische stroming.
‘Their Satanic Majesties Request’ is
duidelijk een (ondermaats) antwoord op ‘Sgt
Peppers’ van The Beatles. Ironisch genoeg
verzorgen de spilfiguren van de ‘eeuwige
rivalen’, Lennon & Macca, even voordien
de achtergrondzang op de single ‘We Love
You’, een met de slaande celdeuren opende
ode aan de trouw gebleven fans tijdens
onverkwikkelijke drugs- en gerechtsperikelen. Na
de ondermaatse langspeler nemen de Stones het
heft terug stevig in handen, ze breken definitief
met manager Andrew Loog Oldham en gaan aan de
slag met producer Jimmy Miller. Die samenwerking
luidt het begin van een nieuwe uiterst vruchtbare
periode in. Het magistrale resultaat
‘Beggars Banquet’, opgebouwd met
uitsluitend eigen werk, ligt na enig gekibbel van
de platenfirma met een gecensureerde platenhoes
tegen de jaarwisseling in de platenrekken. Het
zou nooit meer boteren tussen de (terecht)
eigenzinnige rockers en Decca. ‘Beggars
Banquet’ zal het laatste werkstuk worden
dat in de oerbezetting mét een aftakelende Brian
Jones wordt afgewerkt. In juni mogen we al een
voorproefje van deze sessies op de platendraaier
leggen. Het b-kantje ‘Child Of The
Moon’ zweeft nog op een zweverig
psychedelisch idioom. ‘Jumpin’ Jack
Flash’ treft je als een mokerslag van
Cassius Clay in je gezicht. Er is geen ontkomen
aan, na één van de merkwaardigste intro’s.
Keith Richards heeft ondertussen de zogenaamde
open tuning ontdekt en deze in blueskringen
gebezigde gitaartechniek geeft een verfrissend
elan aan de massieve riffs.
De tekst zou naar verluidt ontstaan zijn tijdens
een verblijf van de Glimmer Twins in
Richard’s optrekje op het platteland. Ze
worden gewekt door de werkzaamheden van Jack
Dyer, de tuinman. Op de vraag van Jagger wat dat
kabaal betekent, antwoordt Keith: “Oh,
that’s Jack, Jumpin’ Jack”.
Op dat thema wordt verder geborduurd en de rest
van de tekst uitgewerkt. Hoe dan ook, deze song
betekende een breuk met de door wazige
psychedelica gedomineerde periode en vormt
veertig jaar na datum nog steeds een onwrikbare
hoeksteen van de setlist en zou nadien op zowat
alle live-elpees van de Stones verzeilen. Later
volgen er nog vermeldenswaardige covers van
ondermeer Johnny Winter en Leon Russell (op het
Bangla Deshconcert) en Aretha Franklin. Nooit
wordt de bijzondere sfeer van de studioversie
geëvenaard. Zijn het de strakke gitaarriffs met
daarbovenop breed uitwaaierende snarenspinsels in
slowmotion? Of zijn het de striemende
tekstfrases? “I was born in a cross-fire
hurricane”. Het inspireerde ons alleszins
tijdens onze puberjaren tot de eerste schuchtere
pogingen luchtgitaar in de plaatselijke jeugdclub
en het luid scanderen van “It’s a
gas! Gas! Gas! Een neiging die ook nu nog
hardnekkig de kop opsteekt als de eerste tonen
van deze voor mij ultieme Stonessong ergens uit
de boxen schallen.
Cis Van Looy
JUNI 1968
1
A Man Without Love
Engelbert Humperdinck
2
Congratulations
Cliff Richard
3
Delilah
Tom Jones
4
If I Only Had Time
John Rowles
5
Cry Like A Baby
The Box Tops
6
Lazy Sunday
The Small Faces
7
Niet Huilen Mama
Marc Dex
8
Rock Around The Clock
Bill Haley
9
La Felicidad
Digno Garcia
10
Young Girl
The Union Gap
11
What A Wonderful World
Louis Armstrong
12
Viva El Amor
Will Tura
13
Maman, La Plus Belle Du Monde
Les Sunlights
14
Kom Uit Je Bedstee
Egbert Douwe
15
Zaza
Georgette Plana
16
Honey
Bobby Goldsboro
17
If I Were A Carpenter
The Four Tops
18
Simon Says
1910 Fruitgum Co
19
Jumping Jack Flash
The Rolling Stones
20
Jij Bent De Zon In Mijn Leven
De Heikrekels
Ook in de Mariamaand blijft het Britse
croonerskransje de top van de hitparade van het
jukeboxsysteem beheersen. In tegenstelling tot de
gebeurtenissen in Parijs waar straten worden
opgebroken tijdens woelige dagen van studenten en
arbeiders-protest en waarbij je eerder een
soundtrack van songs als’ Street Fighting
Man’ en ‘People Got To Be Free’
vermoedt gaat het er bij ons op muzikaal vlak
heelwat rustiger aan toe. De mamaverering is nog
steeds niet over haar hoogtepunt heen met Marc
Dex op 4 en ‘Les Sunlights met
’Maman, La Plus Belle Du Monde’, een
titel die aan duidelijkheid niets te wensen
overlaat. Eveneens van het Nederlandstalige
hitfront, uit het echte Noorden en iets
inventiever, stamt de lijzige smeekbede van
Egbert Douwe alias Rob Out die Veronicagewijs
‘Kom Uit De Bedstee Mijn Liefste’
jammert. Ook de oogst van het Engelstalige
hitwerk is niet bepaald revolutionair te noemen.
‘The Legend Of Xanadu’, de
kinderlijke bubblegumpop van ‘Simon
Says’ door (what’s in a name) 1910
Frutegum Company en het na tien jaar onderhand
wat stramme ‘Rock Around The Clock’
van Bill Haley en zijn blijkbaar tot in de late
sixties rondzwalpende kometen. Toch, gelukkig
maar, enkele lichtpunten. Helemaal onderaan
trappelt het vrolijke psychedelisch gekleurde en
zonnige ‘Lazy Sunday’ van The Small
Faces. Op nummer zes prijkt
‘Cry Like A Baby’
de onweerstaanbare door Chips Moman en Dan Penn
gedirigeerde Memphissound’. Ditmaal niet
door één of andere blinde negerzanger uit het
Zuiden van de VS vertolkt. Het zijn de blanke
jongelingen van
The Box
Tops,
met de piepjonge, maar opmerkelijk volwassen en
zwart klinkende Alex Chilton voorop, in de
wurggreep van de southern soul. Het orgeltje, de
sitarachtige gitaar het karakteristieke
basintermezzo, de afgekapte blazersritmiek en de
machtige stem overstijgen het stadium van
imitatie. Als je aandachtig luistert hoor je
tijdens het uitfaden ‘You Left The Water
Running’ citeren, de titel van een andere
monumentale brok Memphissoul waar Dan Penn
eveneens bij betrokken was. Destijds was het
vooral hip (trendy bestond nog niet) dansvoer op
school- en andere fuiven. Een andere song uit de
hitparade die het vermelden meer dan waard
is
‘If Were A Carpenter’
door de
Four Tops.
Het Motown kwartet beleefde al enige tijd
hoogtijdagen met composities van Lamont Dozier,
Eddie en Brian Holland. Denken we alleen maar aan
de tracks van de langspeler ‘Reach
Out,’ die ik na mijn plechtige communie op
de massieve rasdiopickupcombinatie bij oudere
buurjongens mocht beluisteren. Ik was meteen
verkocht. Vooral de titeltrack, ‘Standing
In The Shadows Of Love’, de fantastische
drive en zang van ‘Bernadette’ zijn
me bijgebleven evenals het indrukwekkende epos
‘Walk Away Renee’. ‘If I Were A
Carpenter’ was eveneens als de eerder
vernoemde song een noodoplossing. De samenwerking
met Holland Dozier, Holland liep ten einde en er
werden zelfs songs van The Monkees gecoverd.
Componist Tim Hardin bracht zijn versie een jaar
eerder uit. De oorspronkelijke opnames van
Hardin, naar verluidt een afstammeling van de
illustere outlaw John Wesley Harding, dateren al
uit ’62. Voor The Four Tops hadden Johnny
Rivers en dichter bij ons die andere Johnny
(Halliday) zich al aan een interpretatie van de
intieme folksong gewaagd, later deden o.a. Johnny
Cash en Robert Plant hetzelfde. Om de één of
andere reden blijft het toch de versie van The
Four Tops die me samen met het origineel van
Hardin het meest aanspreekt. Is het de
orkestratie, de wat ingehouden grofkorrelige
gospelsoul-zang van Levi Stubbs, of toch de niet
van enige romantiek gespeende tekst; “If I
were a carpenter and you were a lady, would you
marry me anyway?, would you have my
baby?”…
De verklaring is helaas iets minder poëtisch.
Wellicht heeft het meer, zoniet alles te maken
met feit dat jaren na datum het bewuste nummer
nog op de grote spoelen van de bandopnemer van de
autoscooters werd afgespeeld.
‘Carpenter’ werd destijds geflankeerd
door een sindsdien andere favoriet van mij, Frank
Sinatra met ‘Over And Over’ dat
eigenlijk naar de titel ‘The World We
Knew’ luisterde. Maar dat was in die
onbekommerde jeugdjaren het minste van mijn
zorgen.
Cis
Van Looy
Om je nog eens in de sfeer onder te dompelen van
deze song verwijzen we graag naar de
volgende
link.
(foto boven: The 1910 Fruitgom C° anno
2008)
(foto rechts: The Box Tops met in het
midden Alex Chilton)
MEI
1968
1
Congratulations
Cliff Richard
2
Delilah
Tom Jones
3
A Man Without Love
Engelbert Humperdinck
4
Niet Huilen Mama
Marc Dex
5
Simon Says
1910 Fruitgum Co
6
Cry Like A Baby
The Box Tops
7
Cinderella Rockefella
Esther And Abi Ofarim
8
Concerto Voor Natacha
Johan Stollz
9
Kom Uit Je Bedstee Mijn Liefste
Egbert Douwe
10
Lady Madonna
The Beatles
11
What A Wonderful World
Louis Armstrong
12
Riquita
Georgette Plana
13
If I Were A Carpenter
The Four Tops
14
The Legend Of Xanadu
Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick And Tich
15
Rock Around The Clock
Bill Haley
16
100.000 Rozen
Ronny Temmer
17
Maman, Le Plus Belle Du Monde
Les Sunlights
18
The Dock Of The Bay
Otis Redding
19
I Get So Exited
The Equals
20
Lazy Sunday
The Small Faces
De hoogste regionen van de hitlijsten van de
jukebox worden gedomineerd door dramatiek.
Tom Jones zegeviert met het smachtende epos
‘Deliah’ dat het behoorlijk
belachelijke ‘Cinderella Rockafella’
voorafgaat. Ondertussen vraagt onze Marc Dex aan
mama om vooral niet te huilen en ook het
Hollandse fenomeen Heintje brengt een smartelijke
ode aan moeder. The Beatles hebben voordien al
sterker uitgepakt dan met de Fats Domino-
pastiche ‘Lady Madonna’. De top tien
geeft dus nu niet bepaald redenen voor een
opgroeiende tiener om vrolijk door de vroege
lente te huppelen. Hoewel, het door Petula Clark
met sensueel accent gezongen ‘Kiss Me
Goodbye’ zorgt voor romantische momenten op
de dansvloer, terwijl in de danspaleizen voor de
wat ouderen het Slavische polkaritme van
‘Concerto voor jou Natasha’ van
crooner Johan Stolz enorme bijval genereert. De
echte muzikale parel situeert zich in april
helemaal onderaan. Op de twintigste plaats
schittert immers ‘(Sittin’ On) The
Dock of the Bay’ van ene Otis Redding. De
eerste keer dat ik dat nummer hoorde was op een
zomerse paasmaandag.’s Morgens zoals elk
jaar de jaarmarkt bezocht in het dorp en na de
middag binnengeglipt in Café ’t Rood
licht’. ‘s Avonds uitgaan was taboe,
ik was tenslotte amper dertien. Eerder hoorde ik
van Otis al ‘Tramp’, het sprankelende
duet met Carla Thomas en‘These Arms Of
Mine’. De flamboyante soulzanger was in
Europa vooral in het nieuws gekomen toen hij in
december omkwam bij een vliegtuigcrash. Niet
alleen Otis’ formidabele stem maakte indruk
op de jonge tiener die ik toen was maar ook de
tekst en structuur en de atmosfeer van de song.
Die atmosfeer, meeuwen en golven op de
achtergrond ontsnapten me op die paasmaandag. Ik
was veel te zenuwachtig en had meer oog voor het
zwartharige meisje waarmee ik op de dansvloer
stond te stuntelen. Maar het einde van de song
zal ik nooit vergeten. Nog voor het nummer ten
einde was liep het meisje doodleuk naar een wat
oudere jongen. Ik zat al teleurgesteld te mokken
bij het grinnikende vriendenkransje toen ik de
zachte door de zanger zacht gefloten outro
hoorde, letterlijk teruggefloten dus.
Thuis mijn wonden likkend, bestudeerde ik de
tekst tijdens talloze luisterbeurten op mijn
Philips cassettespeler. Overigens schreef Redding
zijn nummers grotendeels zelf, eerder ongewoon
voor iemand in de Stax/Atlantic-stal waar
producers-componistentandems als Hayes/Porter
meestal de plak zwaaiden. Vrolijker werd ik er
niet van “I left my home in Georgia, headed
for the Frisco Bay, I have nothing to live for,
look like nothing’s come my
way…”

Toch luister ik nog steeds graag naar deze sobere
song over onthechting en tijden die voorgoed
voorbij zijn. Later ontdekte ik dat Otis het
nummer amper drie dagen voor zijn tragisch einde
samen met Steve Cropper, de gitarist van Booker T
& The MG’s had ingeblikt, althans een
ruwe versie. Enkele maanden voordien had Redding
in een begeesterende set op Monterey Pop de hippe
festivalgangers laten kennismaken met onversneden
opzwepende soul.
Op het in ’92 uitgebrachte ‘Remember
Me’ zijn interessante vroege versies te
vinden, op take 1 imiteert de zanger het schrille
gekrijs van meeuwen en de tweede opname dooft
fraai uit op sfeervol gefluit van Otis. Steve
Cropper speelt enkel akoestische gitaar. De
elektrische gitaar met Croppers karakteristieke
loopjes werd nadien toegevoegd op de definitieve
versie, evenals het geluid van de golven die op
de kaaimuren breken.

Hoe dan ook ‘The Dock Of The Bay’
blijft een monumentale Reddingsong en een
onbedoeld, meer dan memorabel grafschrift van een
unieke soulman.
APRIL 1968
1
Delilah
Tom Jones
2
Cinderella Rockefella
Esther And Abi Ofarim
3
Lady Madonna
The Beatles
4
Niet Huilen Mama
Marc Dex
5
Congratulations
Cliff Richard
6
Kiss Me Goodbye
Petula Clark
7
The Legend Of Xanadu
Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick And Tich
8
Concerto Voor Natacha
Johan Stollz
9
I Get So Exited
The Equals
10
Riquita
Georgette Plana
11
Simon Says
1910 Fruitgum Co
12
Police On My Back
The Equals
13
Words
The Bee Gees
14
Giddy Up A Ding Dong
O. J. Armath
15
Twintig Minuten Geduld
Will Tura
16
100.000 Rozen
Ronny Temmer
17
Valleri
The Monkees
18
Mama
Heintje
19
Mighty Quinn
Manfred Mann
20
The Dock Of The Bay
Otis Redding
Een foto van
het Otis Reddingpark in Memphis, Tennessee
(USA)
Cis Van Looy
Deze maand was voor mij wel een zeer speciale
maand: ik werd achttien, dus ik werd oud genoeg
om naar gelijk welke discotent te trekken zonder
me te moeten schamen (door mijn pas steeds te
moeten tonen om mijn ouderdom kenbaar te maken)
maar ook trad mijn zuster diezelfde maand in het
huwelijksbootje. Dat feestje, en na 40 jaar
huwelijk, werd net op 15 maart gevierd en weer
was mijn buddy Thieu van de partij. Ouwe
herinneringen kwamen weer boven borrelen...
Maar ook op die bewuste avond, dus op de receptie
van mijn zusters huwelijk, gluipten het jongere
broertje van mijn schoonbroer, Matthieu, (die
even oud was als ik) en ik ’s avonds ervan
onder en we begaven ons naar enkele meer
interessante prive-feestjes. Op een van die
party’s, in Deune op een bovenverdieping
van de Antwerp Bowling Center, werd toen veel
aandacht besteed aan de muziek van een nieuwe
band die net de kop opstak: The Love Affair.
Onder leiding van hun frontman/zanger Steve
Ellis, duikelden ze de hitparade binnen van niets
op de 14e
plaats en dat nummer zindert nog steeds doorheen
mijn geheugen omdat ik daar vele goede
herinneringen aan heb overgehouden. Op die
feestjes leerden wij toen enkele meisjes kennen
waarmee we later nog enkele malen zijn
opgetrokken maar uiteindelijk, en na wat
zorgvuldig researchwerk van mijn buddy Thieu,
besloten we maar om die jongedames te laten voor
wat ze waren.
Maar de muziek bleef het in maart ’68
denderend goed doen. The Love Affair kreeg het
gezelschap van andere grote Britse bands
waaronder The Moody Blues met hun, en ook nog
steeds de door iedereen mee gezongen wereldhit
‘Nights In White Satin’, een band die
net hun vorige zanger/gitarist Denny Laine aan de
deur had gezet en Justin Hayward als substituut
had binnengehaald. Maar ook de rockers van
formaat The Rolling Stones deden een nieuwe gooi
naar het hitgebeuren met hun ‘She’s A
Rainbow’. The Amen Corner, met Andy
Fairweather-Low deden het met hun versie van
‘Bend Me Shape Me’ niet slecht. Maar
het was vooral het Amerikaans muziekgezelschap
John Fred & His Playboyband die met de eer
ging lopen en met ‘Judy In Disguise’
op de eerste plaats terechtkwamen. John Fred
overleed vorig jaar maar wat er van zijn
Playboy’s is geworden... God Only knows...
maar dat is dan weer een ander verhaal én een
song van The Beach Boys uit augustus 1966...





1
Judy In Disguise
John Fred And His Playboy Band
2
Give And Take
Brian
3
Am I That Easy To Forget
Engelbert Humperdinck
4
Mighty Quinn
Manfred Mann
5
Kiss Me Goodbye
Petula Clark
6
Police On My Back
The Equals
7
The Ballad Of Bobbie And Clyde
Georgie Fame
8
Nights In White Satin
The Moody Blues
9
I'm Coming Home
Tom Jones
10
Oh, Clown
Marc Dex
11
Words
The Bee Gees
12
Delilah
Tom Jones
13
Baby Come Back
The Equals
14
Everlasting Love
The Love Affair
15
Mien, Waar Is Mijn Feestneus
Toon Hermans
16
Twintig Minuten Geduld
Will Tura
17
Les Roses Blanches
Les Sunlights
18
World
The Bee Gees
19
Bend Me, Shape Me
Amen Corner - The American Breed
20
She's A Rainbow
The Rolling Stones
Alfons Maes
Februari 1968, het Britse multiraciaal gemengde
gezelschap The Equals stoten The Beatles van hun
troon met de opzwepende rocktonen van ‘Baby
Come Back’. De smachtende
crooners-drievuldigheid Jones-Richard-Humperdinck
wedijveren voor de podiumplaatsen.
In de lagere regionen duikt vanuit het Franstalig
landsgedeelte ene ambitieuze Marc Aryan op met
‘Numero Un Au Hitparade’ op. De
broertjes Gibb handhaven zich met
‘World’ en
‘Massachusetts’. Vooral in de
middenmoot treffen we een welopmerkelijk plaatje
aan.
‘Daydream Believer’ van The Monkees
is zo’n nummer dat zich destijds meteen in
mijn hoofd nestelde. Het was eigenlijk een
a-typisch nummer van de Amerikaanse tienergroep.
Een zeemzoete melodie die meteen de zon in het
hart van de jonge tiener die ik toen was liet
schijnen, zelfs in putje winter. Het kan ook met
de ontluikende interesse voor de onbereikbare
wezens van de meisjesschool in de buurt van ons
strenge college te maken hebben. De paters van
dienst deden het mogelijke en onmogelijke om die
’verdorven wereld’ aan ons te laten
voorbijgaan. Eens buiten de massieve poorten,
draaide ik mijn minitransistorradiootje open. Ik
herinner me nog levendig het bloedmooie meisje
waarop ik destijds heimelijk verliefd was. Die
zoete herinneringen blijf ik koesteren telkens
als ik de piano-intro van Peter Tork en de wat
mijmerende zang van Davy Jones nog eens op de
radio hoor. Een in honingzoete violen en zonnige
blazers gedrenkte melodie versterkte het
romantisch effect. Ongetwijfeld pure nostalgie
stel ik nu enigszins gegeneerd vast. Niettemin
blijf ik ‘Daydream Believer’ dertig
jaar na datum nog steeds een bijzonder liedje
vinden. In tegenstelling tot het vertrouwde
hitrepertoire van The Monkees was dit niet
afkomstig van het songwritersduo Tommy Boyce/
Bobby Hart of Neil Diamond maar van ene John
Stewart. Die schreef de song vlak voor zijn
vertrek bij The Kingston Trio. Dat ontdekte ik
toevallig in zijn overlijdensbericht vorige
maand. ‘Daydream Believer’ werd in
’71 vereeuwigd op Stewart’s
‘Lonesomepicker Rides Again’. In de
folkbenadering van Stewart is de tekst beter
verstaanbaar. Bij het poëtische aspect had ik
eerder nooit stilgestaan, het blijven vooral de
melodielijn en de arrangementen die me bij de
versie van The Monkees bekoren. Om dit goed te
maken leggen we hier de link naar de integrale
tekst, zo kan je zelf oordelen. ‘Daydream
Believer’, de beide versies blijven anno
2008 volgens mijn niet eens zo bescheiden mening
muzikale pareltjes om bij weg te dromen.
Link Daydream Believer tekst:
http://www.monkees.net/DOCS/LYRICS/DAYDREAM.htm
1
Baby Come Back
The Equals
2
I'm Coming Home
Tom Jones
3
All My Love
Cliff Richard
4
Am I That Easy To Forget
Engelbert Humperdinck
5
World
The Bee Gees
6
Hello Goodbye
The Beatles
7
Oh, Clown
Marc Dex
8
Les Roses Blanches
Les Sunlights
9
Give And Take
Brian
10
Judy In Disguise
John Fred And His Playboy Band
11
Daydream Believer
The Monkees
12
She's A Rainbow
The Rolling Stones
13
Move
Jess And James
14
Mijn Winterroosje / Arme Joe
Will Tura
15
Laat Ons Goede Vrienden Zijn
Marva
16
Numero Un Au Hitparade
Marc Aryan
17
Massachusetts
The Bee Gees
18
Autumn Almanac
The Kinks
19
Zabadak
Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick And Tich
20
La, La, La, Lai (Gezondheid)
Marc Dex
Cis Van Looy
In Vlaanderen horen we Marva niet vergeefs
‘Laat Ons Goede Vrienden Zijn’
smeken.
‘King’ Tura ontbreekt evenmin met het
bijzonder toepasselijke ‘Mijn
Winterroosje’. Het is echter vooral de
b-kant, het dramatische sportwagenepos
‘Arme Joe’ dat we graag herinneren.
Enkele tientallen jaren later scoort Stijn
Meuris, geflankeerd door de ontketende harpman
Marc Thijs en Noordkaap met een flamboyante
interpretatie in het kader van het
Turalura-project.
Het
binnenlandse Engelstalige front is eveneens sterk
vertegenwoordigd met
‘You Made A Fool
Out Of Me’.
Geen toeval,
New Inspiration,
de voormalige begeleiders van Dave Berry en
occasioneel andere Britse sterren zoals Engelbert
Humperdinck, heeft niet alleen een
voortreffelijke zanger maar blijkbaar ook een
manager met oren. Jacques Verdonck zorgt er voor
dat de arrangementen van Charles Blackwell,
producer van Humperdinck en Tom Jones, door
Londense studiolui worden ingeblikt en
meesterlijk aan de machtige stem van Danny
Sinclair gelinkt.
Het
meeslepende
‘Poinciana’
van de uitgeweken Zuid-Afrikaan
Brian
is evenals de onmiddellijke opvolger
‘Give
And Take’
een absoluut prijsbeest. Volgens de zelf niet
onaardige zusters van mijn beste vriend die naast
ons woonde ‘ne vree knappe gast’. Dat
wordt met hysterische taferelen en appelflauwtes
alom beaamd door het voltallige vrouwelijke
publiek waneer Brian & The Hi Five de komende
maanden in de plaatselijke cinema Nova resideren.
Bij die wilde taferelen houdt agent van dienst
‘Dikke Sjarel’ welwillend meer dan
een oogje in het zeil.
1
Hello Goodbye
The Beatles
2
I'm Coming Home
Tom Jones
3
Mijn Winterroosje / Arme Joe
Will Tura
4
Baby Come Back
The Equals
5
Massachusetts
The Bee Gees
6
All My Love
Cliff Richard
7
Daydream Believer
The Monkees
8
Les Roses Blanches
Les Sunlights
9
World
The Bee Gees
10
Move
Jess And James
11
Zabadak
Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick And Tich
12
The Letter
The Box Tops
13
Une Larme Aux Nuages
Adamo
14
Laat Ons Goede Vrienden Zijn
Marva
15
You Made A Fool Of Me
The New Inspiration
16
Autumn Almanac
The Kinks
17
De Bostella
Johnny En Rijk
18
Homburg
Procol Harum
19
Monja
Roland W
20
Poinciana
Brian And The Hi-Five
Cis Van Looy






