MOULIN BLUES 2008
- 2 / 3 mei 2008 • Festivalterrein Ospel (NL) -
Helaas moest ik op 2 mei werken en raakte ik pas tegen
20u in Ospel. Ray Collin’s Hot Club (foto onder)
en Seth Walker heb ik moeten missen. Uit navraag bij
bevriende collega’s blijkt dat vooral het Duitse
achttal Ray Collins’s Hot Club met hun mengeling
van jump, swing, rock’n roll een goede indruk
maakte. Het moet een zeer energiek optreden geweest
zijn. Over Seth Walker zijn de meningen verdeeld. Ik
hoorde commentaren zoals subliem afgewisseld met
boring. Ik hoop de man waar de perskritieken zeer
lovend over zijn, ooit eens aan het werk te zien.


De Original Lester Butler Tribute Band was juist van
start gegaan toen ik arriveerde. Het was exact 10 jaar
geleden dat het legendarische optreden van Lester
Butler met zijn laatste band 13 had plaats gevonden. Op
9 mei 1998 kwam Lester op tragische wijze om het leven.
Vooral in Nederland heeft zijn status legendarische
vormen aangenomen. Voor vele Nederlandse bands zoals
Cuban Heels, The Strikes, Drippin’ Honey was hij
de inspiratiebron. Lester Butler vervangen is
onmogelijk maar harmonicaspeler Big Pete van der Pluijm
nam met veel bezieling en respect voor hem zijn plaats
in. De band bestond uit 3 bandleden die met Lester vaak
gespeeld hadden. Gitarist Alex Schultz en drummer Eddie
Clark speelden met 13 het allerlaatste optreden van
Lester op dit festival in 1998. Gitarist Paul Size
speelde samen met Lester’s eerste band The Red
Devils in Ospel in 1993. Nederlander Lord Julius van
Brakel verzorgde vanavond de baslijnen. Nummers zoals
‘Automatic’, ‘So low down’,
‘Down in New Orleans’, ‘I wish you
would’ deden de geest van Lester herleven. Even
legendarisch als 1998 was het optreden niet, maar het
was toch een mooie ode aan Lester Butler.
Vervolgens was het aan Koko Taylor and her
Bluesmachine. De eerste 25 minuten was voor haar
begeleidingsband. Eén van de ergerlijkste personen die
ik ooit op een podium had zien staan was haar gitarist
Calvin Louden. Met zijn enorme ego probeerde hij het
publiek op te jutten. Op gitaar kwam hij niet verder
dan geluiden van een vrijende vrouw na te bootsen. De
sfeer was verziekt nog voordat de Queen of the blues op
het podium moest verschijnen. Koko Taylor nam onlangs
nog de sterke cd ‘Old school’ op. Maar live
was de reeds 80 jarige een schim van wat ze ooit
geweest was. Geregeld moest ze op een stoel gaan zitten
en kwam haar dochter haar aanmanen het wat rustiger aan
te doen. Ik heb veel respect voor wat Koko ooit gedaan
heeft, maar haar recente hersenbloeding en symptomen
van Parkinson zorgden er voor dat het een beschamend
optreden werd.
De headliner voor vrijdagavond was de Britse groep The
Hoax (foto onder). Deze band splitte op haar hoogtepunt
in 1999. Vanavond in Ospel was het hun allereerste
reünie concert. Vanaf de eerste minuut straalde de
energie van het podium af. Het was een tornado die over
Ospel leek te waaien. De PA-installatie was op
oorverdovend hard ingesteld. Deze band behoort niet tot
mijn favorieten, maar het was duidelijk dat zij een
terechte headliner waren die Ospel plat walsten.

Zaterdag om 12u mocht de Nederlandse Little Louis Band
openen. Hij deed dit meer dan aardig met o.a. mooie
versies van ‘John Henry’ en ‘John the
revelator’. Hij speelde gevarieerd, met
verwijzingen naar John Lee Hooker en Son House, maar
ook naar Bob Dylan en Tom Waits.
Het uit San Diego afkomstige de Dirty Sweet was de
vreemde eend in de bijt. Met hun southern rock deden
zij de jaren ’60 en ’70 herleven. Zij
klonken als een kruising van Led Zeppelin, Lynyrd
Skynyrd en The Black Crowes. Deze groep hoort beter op
een festival als Pukkelpop, maar ze zette wel een
sterke set neer. Sterke nummers, gezongen door de
charismatische zanger Ryan Koontz.
Harmonicavirtuoos Steven De Bruyn mocht vervolgens zijn
nieuwe project The Rhythm Junks voorstellen. De meeste
bluesliefhebbers zullen hem kennen van zijn periode bij
El Fish. Steven heeft duidelijk het bluespad verlaten
en bewandelt nu de wegen van swing, funk, big band en
latin. Opvallend was dat zijn band geen gitarist telde.
De band bestond uit 3 koppige blazersectie, Jan
Hautekiet’s zoon op bas en een drummer. Wat
Steven uit zijn mondharmonica toverde grenst aan het
onwaarschijnlijke. Muzikaal zat het uitstekend in
elkaar, maar ik hou meer van Steven ten tijden van El
Fish.
Het gebrek van gitaar bij The Rhythm Junks werd
ruimschoots gecompenseerd door gitaarbeul Michael
Katon. De loeiharde gitaarboogie’s van de
‘boogieman from Hell’ waren in fel contract
met de gesofisticeerde sound van the Rhythm Junks.
Trage, rustige nummers staan niet op het repertoire van
Michael. Proud to be loud is zijn moto en het publiek
zal het geweten hebben. Ik weet bluesrock te
appreciëren, maar Michael Katon is voor mij toch een
brug te ver.
Iets totaal anders waren The Hackensaw Boys. Met hun
hillibilly wisten zij een zomers feestje te bouwen. De
6 muzikanten stonden mooi op een rijtje en zongen vaak
in harmonie. Hun instrumentarium bestond uit viool,
banjo, wasboard en conserven, contrabas, gitaar en
mandoline. Niet echt blues, toch aanstekelijke muziek
die als rootsmuziek verkocht kan worden.
Koko
Taylor
De verwachtigingen waren hooggespannen voor de Delta
Groove All-Star Blues Revue (foto onder). Delta Groove
platenlabelbaas Randy Chorktkoff zorgde voor een band
die uit topmuzikanten van het West Coast scène bestond.
Met Kid Ramos, Kirk Eli Fletcher en Franck Goldwasser
op gitaren kan er weinig fout gaan. Met Richard Innes
op drums en Ronnie James Webber was ook de ritmesectie
van een ongekend hoog niveau. Tijdens de eerste nummers
mocht elke gitarist om beurt schitteren. Vooral Kid
Ramos was in grootse doen. Na een nummer met matige
mondharmonica door Randy Chordkoff mocht de eerste
gastvedette komen. De 71 jarige Philip Walker mocht de
spits afbijten. Als je eerst indrukwekkend gitaarwerk
van Kid Ramos en Kirk Fletcher ziet, dan lijkt
gitaarniveau van Philip Walker pover. Hij is nochtans
een gerespecteerde bluesveteraan die nog in goede
conditie is. Na 3 nummers verliet hij het podium voor
de andere veteraan Bobby Jones. Deze vanuit Chicago
afkomstige zanger bleek nog een zeer mooie stem te
hebben. Als laatste allstar betrad Finis Tasby het
podium. Hij voelt zich een beetje onwennig op het
podium. Hij weet niet echt contact met het publiek te
leggen. Het hoogtepunt was toen hij ‘As the years
go passing by’’ zong. Ik kreeg een déjà vu
gevoel, want 2 jaar geleden was dit ook bij The Mannish
Boys de uitschieter. Ook toen zorgde Kid Ramos met een
sublieme solo voor kippenvel.

Na het overlijden van Jef Healey werd Tommy Castro
(foto onder) gestrikt als vervanger. Wie Tommy kent
weet dat hij knap gitaarwerk op fender en soulvolle
vocalen mag verwachten. Hij bezit ook een sterke
begeleidingsband, met een scheurende saxofonist als
uitschieter. Storend was dat de geluidsman het weeral
nodig vond om het volume op te drijven zodat de duels
tussen Tommy op gitaar en Keith Crossan pijnlijk voor
de oren werden.

De headliner op zaterdag was Ian Siegal. Ian maakte een
bleke indruk. Deze week had hij enkele ribben gebroken
en op doktersadvies mocht hij een maand niet zingen.
Hij vertelde dat hij op Moulin blues zeker wou spelen
en dat hij volgende week op het (broken) RIB &
bluesfestival moest spelen. Zijn set bestond uit enkele
nummers van ‘Swagger’ en ‘Meat &
potatoes’, maar grotendeels uit covers. Geregeld
begon hij met een nummer, voegde in het middenstuk een
ander nummer toe en eindigde terug met het beginnummer.
Ian Siegal moet oppassen dat hij geen parodie van
zichzelf wordt met al zijn grappen over zijn
alcoholgebruik. Of dit het laatste de oorzaak was van
zijn gebroken ribben bleef onduidelijk.
De 33e editie van Moulin Blues was met meer dan 8000
kaarten in voorverkoop een commerciële voltreffer, maar
muzikaal bleef ik wat op mijn honger zitten. Gewoonlijk
zijn er memorabele optredens in Ospel en staan er grote
headliners op het programma. Ian Siegal was de voorbije
3 jaar op elk festival te zien en The Hoax beschouw ik
ook niet als de ultieme headliner. Dure headliners
staan zeker niet garant voor goede optredens, maar voor
het grootste bluesfestival van Nederland mag een
klepper van formaat toch niet ontbreken.
Maar ach, vele mensen hebben genoten van de muziek en
het mooie weer, en daar draait het toch om.
Kris Vermeulen
© Foto’s: vrijdag – Alfons Maes // zaterdag
– Danny Ducati
THE HACKENSAW
BOYS