11-12-13 juli 2008 • Festivalterrein Peer
Om 19u stipt mocht het Nederlandse T-99 openen.
Deze rootsband heeft in Nederland een status dat
kan vergeleken worden met The Seatsniffers in ons
land. Alleen gaat dit trio nog veel breder qua
diverse invloeden. Drummer MF de Ruiter en
gitarist Mischa den Haring verzorgen elk een deel
van de vocalen. Mischa is al jaren 1 van
Nederlands beste gitaristen. Niet iedereen weet
de bonte mengeling van blues, roots, western,
surf en soms zelfs Oosterse invloeden te
waarderen, maar ik kon hun stoofpotje smaken.
Een andere band die in Nederland goed boert zijn
The Electrophonics. Deze 9-koppige band doet de
hoogdagen van de swing en jump uit de jaren 50
herleven. In België speelden zij nog niet veel,
maar in Nederland stonden ze op de grootste
festivals. Standaard bestaan ze uit 7 leden, maar
speciaal voor dit festival en hun gig op North
Sea Jazz kregen ze versterking van een extra
trompettist en saxofonist. Uitschieters in hun
set waren ‘Everything’s
allright’, ‘She can’t be
mine’ en ‘Pony tail’. Er was
prachtig chromatisch harmonicawerk te horen van
Stephan Hermsen in de nummers ‘Knock-out
girl’ en ‘Steppin’ out’.
Het was goed gebrachte swing, alleen was de
frontman iets te bedrijvig om zich te profileren.
De revelatie van deze avond waren The
Perpetrators. Deze onbekende Canadezen grepen het
publiek bij hun nekvel en losten niet voor het
einde. Of dit blues was, lopen de meningen uit
elkaar. Maar met hun tomeloze inzet en
enthousiasme wisten ze Peer te veroveren. Ze
brachten potige blues met een flinke dosis rock.
Deze prille dertigers bleken veelzijdige
muzikanten te zijn toen ze elke van instrumenten
verwisselden. We zagen dit al eerder als gimmick,
maar bij deze groep klonk het geloofwaardig en
werd er niet aan muzikaliteit ingeboet. Het
knapste nummer in hun set was het slow
bluesnummer ‘The woman I love’.
Verder hoorden we een lekker smerige versie van
Hound Dog Taylor’s ‘She’s
gone’. Deze groep stond als een huis en
velen toeschouwers kijken al uit naar het najaar
waneer ze terug naar Europa komen.
Afsluiter voor deze avond waren onze Belgische
rootstrots The Seatsniffers. Deze Antwerpenaren
staan al voor de 5e
keer op dit festival. Het eerste gedeelde van hun
set bestond grotendeels uit nummers van het
nieuwe album ‘Turbulence’. Verloren
zoon Bop De Houwer keerde onlangs terug op
basgitaar. Motorisch ziet de drumstijl van Piet
De Houwer er niet uit, maar hij geeft de groep de
punch om te feesten. Hij zong zelfs een mooie
versie van ‘Baby come to papa’.
Saxofonist Roel Jacobs kreeg deze avond
versterking van Igor Maseroli op baritonsax. Voor
deze avond hadden ze enkele special guests
uitgenodigd. Ruben Block (Triggerfinger) dook
geregeld op het podium om zowel akoestische als
elektrische gitaar te spelen. Een eerste hoofdrol
was er weggelegd voor Marc Thijs (TEE, Electric
Kings). Deze snarenvirtuoos mocht zijn gitaar
thuislaten en moest enkel zingen. Dit deed hij
voortreffelijk in drie nummers, waarin zijn
soulvolle stem het best tot zijn recht kwam in
het bloedmooie Ann Peebles cover ‘I
can’t stand the rain’.
De Nieuwe Snaar zanger/accordeonist Jan De Smet
en pedalsteelspecialist Jef Marinus zorgden voor
een tex-mex feestje met ‘Goin’ to San
Antone’. Walter Broes had als special
guests schoon volk beloofd. Met Nathalie Delcroix
kwam hij zijn belofte na. Buiten Laïs heeft deze
schoonheid een nieuw country project dat The
Partchesz is genaamd. Ze bracht 2 nummers, maar
kon vooral bekoren in een duet met Walter in het
nummer ‘Jackson’. Het zeer talrijk
opgekomen publiek op deze openingsavond kon het
smaken en riep Walter en zijn bende terug voor de
bissen. Er werd nog een machtige versie gebracht
van Steve Earle’s ‘The Devil’s
right hand’.
Ondanks dat de grote (buitenlandse) kanonnen pas
voor zaterdag en zondag gereserveerd waren, was
vrijdag zowel muzikaal als qua opkomst een
succesvolle avond.
• Dag 2 •
Na een korte nacht was het haasten om The Rhythm
Chiefs, die al om 12u ’s middag van start
gingen, te halen. Een maand geleden kon deze
jonge Nederlandse band op Goorblues niet de
aandacht van de luisteraar gedurende anderhalf
uur vasthouden. Maar vandaag, in een compacte set
van drie kwartier maakten zij indruk. Gitarist
Dusty Ciggaar zong overtuigender en had meer
oogcontact met het publiek.
Sterke nummers zoals ‘Ships of
wonder’, ‘Please don’t love
me’ en ‘Chiefs’ werden
afgewisseld met instrumentals. The Rhythm Chiefs
zijn een groep met potentieel, en al zo jong op
festivals zoals Peer en Bluesrock Tegelen staan
staat mooi op hun CV.
De enige Belgische groep voor zaterdag was Jim
Cofey. Deze Limburgse formatie bestaat uit
ervaren rotten uit o.a. Last Call, Voodoo Boogie,
Hideaway en El Fish. Speciaal voor dit festival
mocht DJ 4T4, tevens de producer van hun album
‘Black box allegations’,
scratchpartijen komen verzorgen. Dat
keyboardspeler Patrick Cuyvers kon zingen wisten
we van zijn gospelgroep Soul Spirit. Hij heeft
een zeer aangename, soulvolle stem. Over het
vakmanschap van deze band is geen discussie
mogelijk. Alleen leken ze met hun muziek zoveel
richtingen uit te willen gaan zodat het een
kakofonie leek. Ik zal ze nog een paar keer
moeten bekijken voor ik door de Jim Cofeymicrobe
gebeten zal worden.
De volgende act was de Finse Erja Lyytinen. Deze
frêle jongedame geraakte bij het grote
bluespubliek bekend in 2005. Toen maakte ze een
charmante indruk tussen het gitaargeweld van Ian
Parker en Aynsley Lister tijdens de Blues Caravan
tour. Drie jaar later leek deze dame nog meer
gegroeid te zijn in haar performance. Op plaat
zijn niet alle nummers even sterk, maar vandaag
bracht ze een set met het betere, hardere werk.
Er werden veel nummers uit het onlangs verschenen
‘Grip of the Blues’ album gespeeld.
Het publiek wist het knappe slidewerk van Erja te
smaken, maar stagemanager Luke Alexander wenste
het strakke uurschema te respecteren zodat er
geen bis van af kon. Achteraf hadden we een leuk
gesprek met deze jonge deerne.
De man waar ik veel van verwachtte was Ryan Shaw.
Dit optreden was het Europese debuut van de
nieuwe soulsensatie. Het bleek al snel duidelijk
dat deze kerel over een prachtige soulstem
beschikte in het a capella gebrachte ‘Many
rivers to cross’. Verder in de set zat het
op Radio 1 grijsgedraaide ‘Do the
45’. Alle bandleden bleken goed te kunnen
zingen en ze zongen alle vier knap in harmonie.
Ryan sloot af met een herwerking van Beatles
klassieker ‘Let it be’ en een mooie
interpretatie van ‘Piece of my
heart’. Had hij nog bijgestaan geweest door
een Hammondspeler en een blazersectie was dit
pure soul uit de hoogdagen van de jaren 60
geweest.
Eindelijk kon de organisatie Watermelon Slim
strikken. Na zijn beroerte in 2002 besloot hij om
zich nog enkel op zijn muziek te focussen. Hij
bracht vier uitstekende albums in zes jaar uit en
won diverse bluesawards. Een overtocht naar
Europa kon niet langer uitblijven.
Een schoonheidsprijs zal hij nooit winnen met
zijn met littekens bezaaid gezicht en bijna
tandeloze mond. Maar onderschat deze hoogbegaafde
man niet. Hij weet waar hij mee bezig is. Hij
speelde afwisselend steelgitaar en harmonica. Dit
was de blues zoals bluespuristen hem willen
horen. Zijn bindteksen waren vaak hilarisch door
zijn accent en gebrek aan gebit. Hopelijk zien
wij deze top bluesvertolker snel terug in onze
contreien.
Uiterlijk veel knapper was de New Yorkse Dana
Fuchs. Blonde lokken, een goddelijk lichaam en
een rauwe krachtige stem waren haar troeven. Ze
had enkel haar eigen gitarist meegebracht en deed
beroep op een Nederlandse backingsband. Deze
deden enorm hun best, maar het is onmogelijk om
op amper 2 dagen repetitietijd een goed gesmeerde
band samen te krijgen. Dana Fuchs deed haar best
om zich in het zweet te werken. Haar Amerikaanse
doorbraak was te danken aan de ‘Love
Janis’ musical waar ze vier keer per week
Janis Joplin moest vertolken. Dana kan net zoals
Janis krachtig hoog uithalen. Alleen deed ze dit
een tikkeltje te veel. Ze leek constant tegen
haar limiet te zingen. Voor kippenvel zorgde ze
met het van haar idool Etta James afkomstige
‘I rather go blind’. Ook de bis
‘Helter skelter’ mocht er wezen.
Moest haar stem het ooit begeven dan heeft ze
zeker nog een toekomst met haar suggestieve en
lenige bewegingen in de paalindustrie.
De oorspronkelijke geboekte headliner Alvin Lee
moest jammerlijk enkele dagen voor dit festival
wegens medische redenen afzeggen. Op zo’n
korte tijd en met de exclusiviteitscontracten
waar concurrenten Bospop en North Sea Jazz
werkten, was het moeilijk om een headliner van
hetzelfde kaliber te vinden. Het uit Mali
afkomstige Tinariwen speelde vrijdag op het
Cactusfestival te Brugge en was nog beschikbaar
voor Peer. Het door Guy Mortier’s magazine
bejubelde Tinariwen bracht experimentele
woestijnmuziek. De band bestond uit 9 leden,
allen in lange gewaden gekleed. Ik heb nog
geprobeerd om te blijven luisteren, maar na een
half uurtje had ik wel gezien. Er zat weinig
variaties in de nummers en de leadzanger had een
zeurige stem. Misschien een topgroep voor
wereldmuziekfestivals zoals Sfinks, maar hier in
Peer toch een brug te ver.
Het legendarische Little Feat werd wegens
afwezigheid van Alvin Lee gebombardeerd tot
afsluiter. Deze groep kende sinds haar ontstaan
in 1969 diverse personeelswissels, maar is toch
bijna 40 jaar on the road. De mannelijke
leadvocalen werken gedaan door gitarist Paul
Barrere. Op slide deed hij knappe dingen, maar
als zanger was hij ondermaats te noemen. Gelukkig
zong zangeres Shaun Murphy meerdere nummers.
Percussionist Sam Clayton bracht met mijn bluesy
stem een prachtige ‘Spanish moon’.
Bekende nummers die de revue passeerden waren
‘Skin it back’, ‘Dixie
chicken’, ‘Let it roll’
‘Oh Atlanta’ en ‘Fat man in the
bathtub’. Ze mogen misschien een instituut
zijn, zij waren niet de geschikte act om
zaterdagavond af te sluiten. Van een zaterdagse
headliner mag men vuurwerk verwachten en applaus
tot achter te PA-toren. Ik bleef de volledige
set, maar veel bezoekers haakten vroegtijdig af
omdat hun muziek niet beklijvend was.
De zaterdag begon sterk maar het niveau kende
naar het einde toe hetzelfde verloop als de
recente beurskoersen.
• Dag 3 •
Twee dagen Peer begon vele bezoekers in de kleren
te kruipen. Het Nederlandse Big Blind had de eer
om op het ontiegelijk vroege uur van 12u te
openen. Deze jonge honden trokken zich weinig aan
van de rustig binnenkomende toeschouwers en gaven
zich voor meer dan 100 procent. Dit was lekker
vuile punkblues in de stijl van The Red Devils.
Nederland heeft met groepen zoals Cuban Heels,
Drippin’ Honey en The Strikes al een grote
traditie in dit genre.
Hun set bestond uit tracks van hun uitstekende
debuut-cd ‘Dressed to win’.
Showsteler bij deze band is zonder twijfel Wesley
Van Werkhoven. Zijn scheurende harmonicasound is
essentieel voor deze band. Maar ook subtiel kon
hij scoren op de chromatische harp tijdens
‘Now I cry’. Deze gasten hadden de
energie die Little Feat ontbeerde. Deze
twintigers zijn nog geen 2 jaar bezig en spelen
nu al in Nederlands hoogste afdeling. Hopelijk
blijven ze daar langer dan The Strikes die amper
een jaar na hun succesvolle passage in Peer
splitten.
De Nederlanders waren met 4 acts stevig
vertegenwoordigd in het programma. Amper 2
Belgische groepen, waarvan The Seatsniffers al
een gevestigde waarde zijn. Zijn er te weinig
talentrijke groepen in ons land of werden ze niet
opgemerkt door de organisatie? Wie zal het
zeggen? Maar het was duidelijk dat er in
Nederland frisse wind waait in het bluesscène.
Eén van de grootste ontdekkingen dit jaar was Key
Frances. Hij was sessiemuzikant bij Motown,
speelde mee op Bob Dylanplaten en vormde een team
met Stevie Ray’s Double Trouble. Ondanks
deze CV is hij enkel bekend bij de insiders. Hij
had een unieke gitaarsound. Hij speelde stevig,
zonder te luid te klinken. Hij was technisch
begaafd, zonder in virtuoos gepingel te
vervallen. Dit was goed gebrachte rockblues die
gerust hoger op de affiche had mogen staan.
Voodoo Boogie drummer Gert Servaes begeleidde hem
gedurende de ganse set op conga’s.
Iets totaal anders bracht Jon Cleary. Deze
geboren Engelsman kan gerust de hedendaagse
vaandeldrager van de New Orleans blues genoemd
worden. Hij verdiende zijn sporen als pianist bij
Bonnie Raitt. Buiten knappe pianoskills beschikt
hij ook over een goed in het oor klinkende stem.
Zijn New Orleans uurtje klonk aangenaam, maar was
iets te vrijblijvend. Hij was de enige artiest
die de speeltijd niet volledig benutte. Hij
stopte 5 minuten te vroeg en had zelfs geen zin
om een bisnummer te spelen. Dit was niet de
juiste mentaliteit om harten te veroveren op
grootste R&B festival van ons land.
Marc Broussard had wel de juiste gedrevenheid om
bekender te worden bij het grote publiek. Deze
relatief nieuwe naam in het blue-eyed soulgenre
heeft al drie albums uit. Wat deze 25-jarige
spierbundel uit zijn stembanden haalde was
indrukwekkend. Hij bracht knappe vertolkingen van
‘Sweet soul music’,
‘Wanderer’ en ‘The
Ghetto’. Naar het einde toe werd het geheel
wat te funky en ging zijn subtiele soulstem
verloren in de geluidsbrij. Niettemin zeker een
artiest waar we nog veel van gaan horen.
Uit het zelden ontgoochelende Deense
blueslandschap kwam Thorbjorn Risager. Hij deed
mij denken aan zijn landgenoot Mike Andersen. Zij
treden graag op met een uitgebreide band. Hij
bracht met zijn band prachtig georchestreerde
nummers. Hij had tenminste eigen nummers die ook
bij toehoorders die hem niet kende bleven hangen.
Het mooiste nummer dat hij bracht was het
ontroerende ‘Heart of the night’.
Zijn gitaarspel was clean en functioneel te
noemen. Het grootste talent zit in de sterk
opgebouwde nummers en zijn rauwe, op zijn
stembanden drukkende stem. Mensen die hem misten
krijgen gelukkig nog een herkansing in
(Ge)Varenwinkel eind augustus.
De volgende act was publiekslieveling Ian Siegal.
Dit was reeds het derde optreden op het festival
in amper 5 jaar tijd. Wat is er in die 5 jaar
veranderd? De eerste keer was de Ian Siegal Band
een kwintet. Gitaarvirtuoos Matt Schofield en
Hammondwizard Jonny Henderson hebben het te druk
met het Matt Schofield Trio. Tijdens zijn eerste
passage bestond zijn set uit eigen nummers van
‘Standing in the morning’, aangevuld
met enkele covers zoals ‘Part-time
love’. Tegenwoordig bestaat de set uit
covers, aangevuld met enkele eigen nummers. Een
evolutie die ik betreur. Zeker omdat hij met de
albums ‘Meat and potatoes’ en
‘Swagger’ genoeg sterk materiaal
heeft. Maar eerlijk is eerlijk: Ian piekte voor
een derde keer in Peer. Big Blind frontman Wesley
mocht nog een deuntje meeblazen en kreeg daarmee
applaus tot ver achter de PA-toren. Het uurtje
Ian Siegal vloog voorbij. De stagemanager kneep
uitzonderlijk een oogje dicht en liet Ian
terugkomen voor een knappe ‘Falling on down
again’. Op het Moulin bluesfestival speelde
hij enkele nieuwe nummers, maar het was een
minder goed optreden. Vandaag bleven de nieuwe
nummers in de kast, maar was het een ware
triomftocht. Vreemd genoeg melde Ian meermaals
het publiek dat hij niet meer over ‘veel
tijd’ beschikte… Geruchten doen de
ronde dat Ian terminaal ziek zou zijn maar dat
kunnen wij niet bevestigen.
Daarna was het zwoegen voor de stagecrew om de
grote opstelling van de Jools Holland and his
Rhythm and Blues Orchestra tijdig klaar te
krijgen. Zijn big band telde 18 leden. De
muzikale presentator, of moet ik presenterende
muzikant zeggen, maakte een zeer relaxte indruk.
Als orkestleider had hij duidelijk de touwtjes in
handen. In het begin van de set zong hij enkele
nummers, maar daarna liet hij het vocale gedeelte
aan zijn gastvocalisten. Eerste special guest was
ska-pionier Rico Rodriguez. Hij zong een reggae
nummer en speelde voor de rest van de set
trombone in de band.
Dat Jools Holland niet alleen een begenadigde
pianist is, maar tevens een degelijke gitarist
is, bewees hij met zijn ‘Guitar Boogie
Medley’.
Ruby Turner kreeg een vocale hoofdrol van Jools.
De zwarte souldiva zong 5 nummers. Een artiest
die niemand verwachtte als special guest was Marc
Almond. Het obligate ‘Tainted love’
mocht zeker niet ontbreken. Het nummer klonk knap
in een big band kleedje, maar het moet
frustrerend zijn voor Marc om al meer dan 25 jaar
te moeten opdraven voor dit nummer.
Jools Holland is niet mijn favoriet, maar hij
bracht wat van hem verwacht werd. Hij was de
publiekstrekker die de massa kon bekoren met zijn
indrukwekkende big bandmuziek.
Headliner voor zondagavond was soullegende
Solomon Burke. In 2003 sloot hij hier ook af.
Toen speelde de band eerst een intro en kwam de
corpulente zanger met behulp van een stok op zijn
troon zitten. Hij is zelfs nog zwaarder geworden.
Nu werden alle spots gedoofd en werd hij met
behulp van 4 mensen uit zijn rolstoel gehezen en
op zijn troon geplaatst. Zoals verwacht was dit
een typisch Amerikaanse glamourshow. Solomon had
een zilver blinkend pak aan, dat tevens als
discobol kon dienen. Knappe violistes en
zangeressen in strakke zwarte kleedjes en de
heren in zwart kostuum met wit hemd leek de
opgelegde dresscode. Ondanks de manier hoe hij in
zijn troon hangt bijna tragisch te noemen is,
valt er op zijn zangprestaties niets aan te
merken. Deze predikant heeft nog steeds één van
de allerbeste soulstemmen uit de geschiedenis.
Hij schitterde vooral in de mooie ballades zoals
‘Don’t give up on me’,
‘Sittin’ on the dock of bay’ en
‘Georgia on my mind’. Naar het einde
toe werd het geheel te klef. Het showelement
begon te overheersen. Hij deelde rozen uit. Heren
mochten ze niet aanvaarden: “Only for the
ladies…” riep hij meermaals. Elk
optreden deelt hij 150 rozen uit, steeds zonder
doornen. Zoals steeds vraagt hij vrouwen op het
podium om te komen dansen. Vervolgens moeten ze
gaan zitten en zingt hij een ballade voor hen.
Volgende stap is het uitkiezen van een dame om de
microfoon vast te houden voor de gitarist die een
flauwe versie bracht van ‘Sweet home
Chicago’. Daarna drijft Solomon het tempo
terug op en laat hij de dames dansen op
‘Johnny B. Good’. Voor mij een teveel
ingestudeerde show, maar muzikaal zat het zeker
snor. Er wordt nog afgesloten met ‘What a
wonderfull world’ en zijn eigen, maar door
The Blues Brothers bekende ‘Everybody needs
somebody to love’.
Na een muzikaal minder geslaagde zaterdag was
zondag een hoogvlieger zonder echte tegenvallers.
Op teletekst las ik dat er met 17.000
toeschouwers iets minder volk als vorig jaar was.
Dit was grotendeels te wijten aan de concurrentie
van Bospop dat een kleine 25 kilometers verder
plaats vond.
Door niet op te bieden tegen Bospop hebben ze
hopelijk toch een spaarpotje voor de 25e jubileum
editie.
Benieuwd wat onze Limburgse vrienden voor deze
feesteditie uit hun hoed gaan toveren!
Kris Vermeulen
© Foto’s: Alfons Maes
LINE-UP’S
T-99
Mischa den Haring: vocals, gitaar
Donné la Fontaine: bas
MF de Ruiter: vocals, drums
The
Electrophonics
Stephan Hermsen: vocals, harmonica
Huub Goosen: gitaar
Ronald Roodbol: bas
Peter Stienen: drums
Ivo Sieben: piano
Andre de Laat: sax
Nick Caris: trombone
Tim Paters: bariton sax
Jos Gijzen: trompet
THE
PERPETRATORS
J.Nowicki: vocals, gitaar
Ryan Menard: bas
Chris Bauer: drums
THE
SEATSNIFFERS and Friends
Walter Broes: vocals, gitaar
Roel Jacobs: sax
Bop De Houwer: bas
Piet De Houwer: drums
Igor Maseroli: sax
Ruben Block: gitaar, vocals
Marc Thijs: vocals
Jef Marinus: pedal steel
Jan De Smeth: vocals, accordeon
Nathalie Delcroix: vocals
THE
RHYTHM CHIEFS
Dusty Ciggaar: vocals, gitaar
Danny van’t Hoff: bas
Rafael Schwidessen: drums
JIM
COFEY
Patrick Cuyvers: vocals, keyboards
Igor Maseroli: sax
Rob Vanspauwen: gitaar
Jan Ieven: bas
Gert Servaes: percussie
Steve Wouters: drums
ERJA
LYYTINEN
Erja Lyytinen: vocals, gitaar
Davide Floreno: gitaar
Iiro Kautto: bas
Rami Eskelinen: drums
RYAN
SHAW
Ryan Shaw: vocals
John Aschettino: gitaar
Michael ‘Tiny’ Lindsey: bas
Keith McCray: drums
WATERMELOM
SLIM & THE WORKERS
Watermelon Slim: vocals, gitaar, harmonica
Ronnie Mc Mullen Jr: gitaar
Cliff Belcher: bas
Michael Newberry: drums
DANA
FUCHS
Dana Fuchs: vocals
John Diamond: gitaar
Walter Latupeirissa: bas
Nicky Hustinx: drums
Bobbi van de Berg: keyboards
TINARIWEN
Ibrahim Ag Alhabib: vocals, gitaar, fluit
Abdallah Ag Alhousseyni: vocals, gitaar
Touhami Ag Alhassane: vocals, gitaar
Abdallah Ag Lamida: vocals, gitaar
Eyadou Ag Leche: vocals, bas
Said Ag Ayad: vocals, percussie
Wonou Walet Sidati: vocals
Kesa Walet Hamid: vocals
LITTLE
FEAT
Paul Barrere: gitaar, vocals
Fred Tackett: gitaar, vocals
Bill Payne: keyboards, vocals
Kenny Gradney: bas
Sam Clayton: percussie, vocals
Richie Hayward: drums
Shaun Murphy: vocals
BIG
BLIND
Wesley van Werkhoven: vocals, harmonica
J.J. van Duijn: gitaar
Dirk van Duijn: bas
Niels Duindam: drums
KEY
FRANCES BAND
Key Frances: vocals, gitaar
Mark Sims: bas
Michael Turner: drums
Gert Servaes: percussie
JON
CLEARY & THE ABSOLUTE MONSTER GENTLEMEN
Jon Cleary: vocals, piano
Derwin ‘Big D’ Perkins: gitaar
Cornell C. Williams: bas
Eddie Christmas: drums
MARC
BROUSSARD
Marc Broussard: vocals, gitaar
Court Clement: gitaar
DeMarco Johnson: keyboards
Calvin Turner: bas
Chad Gilmore: drums
THORBJØRN
RISAGER
Thorbjørn Risager: vocals, gitaar
Svein Erik Martinsen: gitaar
Emil Balsgaard: keyboards
Søren Bøjgaard: bas
Martin Seidelin: drums
Peter Kehl: trompet
Kasper Wagner: sax
IAN
SIEGAL BAND
Ian Siegal: vocals, gitaar
Andy Graham: bas
Alain Baudry: drums
Wesley van Werkhoven: harmonica
JOOLS
HOLLAND and his Rhythm & Blues Orchestra
Jools Holland: piano, bandleider
Gilson Lavis: drums
Mark Flanagan: gitaar
Dave Swift: bas
Chris Holland: keyboards
Ruby Turner: vocals
Louise Marshall: vocals
Rosie Holland: vocals
Marc Almond: vocals
Jason McDermid: trompet
Chris Storr: trompet
Jon Scott: trompet
Fayyaz Virji: trombone
Winston Rollings: trombone
Roger Goslyn: trombone
Rico Rodriguez: trombone
Nick Lunt: saxofoon
Micheal ‘Bammy’ Rose: saxofoon
Derek Nash: saxofoon
Lisa Grahame: saxofoon
Phil Veacock: saxofoon
SOLOMON
BURKE
Solomon Burke: vocals
Sophia Perez: backing vocals
Candy Burke: backing vocals
Raffaella Stirpe: viola
Simona Mana: violin
Jonathan Bradley: trompet
Carle Vickers: trompet & saxofoon
Daniel Hofmann: saxofoons
Gitaar Jack Wargo: lead gitaar
Rudy Copeland:Hammond B3
Keith Ladinsky: keyboards
Stoney Dixon: bas
Mandale McGee: drums
Published: Donderdag 17 juni 2008 / 21:00u.
Print this
Page




















