29 juni 2008 • Zuiderpark Den Haag (NL)
In zijn element: Kula Shaker-voorman Chrispian
Mills.
(Foto: © Ton van Rooij)
Craig Reid van The Proclaimers.
(Foto: © Ton van Rooij)

Sheryl
Crow
(Foto: © Ton van Rooij)

Enkele
bandleden van Matt Bianco.
(Foto: © Ton van Rooij)

Racoon,
met zanger Bart van der Weide, gitarist Dennis
Huige en drummer Paul Bukkens.
(Foto: © Ton van Rooij)

Akoestisch
gitaarvuurwerk met Monte Montgomery.
(Foto: © Ton van Rooij)
Monte Montgomery.
(Foto: © Ton van Rooij)

Sheryl
Crow
(Foto: © Ton van Rooij)
Was het regenachtige weer de afgelopen twee
edities spelbreker, dit jaar baadde het Haagse
festival Parkpop, gehouden op zondag 29 juni jl.,
van begin tot eind in de zon. Aan het begin van
de middag, toen het evenement van start ging,
stond er nog wel een flink briesje en hingen er
enkele wolken, maar een kniesoor die daar om
maalde. Waarmee het aloude credo “Met
Parkpop begint de zomer” deze keer wél
bewaarheid werd. Gelukkig maar, want al is
Parkpop dan gratis toegankelijk, dat laat niet
verlet dat plensbuien veel, zo niet alles van de
sfeer, het welbehagen en het kijk- en
luisterplezier ontnemen. Mede hierdoor togen deze
dag meer dan 250.000 mensen naar het Zuiderpark.
Onder een aangenaam zonnetje genieten van topacts
als Sheryl Crow, Kula Shaker, Jason Mraz, Racoon,
Moke en Monte Montgomery, wat wil een
muziekliefhebber nog meer? Ja, een koud biertje
op zijn tijd misschien. En ook dát kon, want aan
verkooppunten voor versnaperingen ontbrak het
niet. En wie even iets anders wilde doen dan een
optreden gadeslaan, kon gaan rondsnuffelen op de
immense festivalmarkt, zich ergens op het
uitgestrekte grasveld neervlijen of (tegen
betaling) gaan bungeejumpen.
Opmaat
naar Parkpop op 27 en 28 juni
Hoewel het op 29 juni jl. voor de
28e
maal gehouden festival Parkpop een ééndaags
gebeuren is, wordt het al meerdere jaren
voorafgegaan door het festival Haags Pop Podium
LIVE. Zo ook dit jaar. Op 28 juni was de Grote
Markt in het centrum van de stad het toneel van
diverse, vooral jonge Haagse acts, terwijl die
dag in het Zuiderpark de kleintjes plezier konden
beleven aan Kinder Parkpop. Als opwarmertje voor
het eigenlijke festival werd het Haags Pop Podium
LIVE afgesloten met een optreden van een van de
Parkpop-artiesten: gitaarmaestro annex
singer-songwriter Monte Montgomery.
Nóg een dag eerder vond de halve finale plaats
van een urban talentenjacht tussen zes lokale
bands, die streden om drie plaatsen op de Haagse
XStage, een der drie hoofdpodia op Parkpop. De
winnaars werden BujuMouse, Lady K-Wida en L4,
waarmee deze aanstormende talenten letterlijk en
figuurlijk een podium geboden werd. Op de Haagse
XStage traden een dag later tevens zes in meer of
mindere mate reeds gevestigde acts aan: Concrete,
Kleine Jay, The Opposites, Maj Farah, Morgan
Heritage en Orishas.
Aan podia geen gebrek
De Haagse XStage was niet het enige podium van
formaat: de Staedion Stage en Dommelsch Stage
waren er ook nog. Op de Staedion Stage verschenen
achtereenvolgens Mala Vita, The Hoosiers, Jason
Mraz, The Proclaimers, Racoon en Sheryl Crow,
terwijl de Dommelsch Stage het territorium was
van Silkstone, Moke, Matt Bianco, Monte
Montgomery en Kula Shaker.
Een klein podium midden op het terrein was
gereserveerd voor optredens in het kader van
“Dommelsch Local Only! On Tour”. Hier
kon het publiek kennismaken met het werk van
lokale independent bands. Tegelijkertijd was het
voor deze “Local Heroes” een mooie
gelegenheid om speelervaring op te doen. Te zien
en te horen waren hier Chemisphere, Outerspace
Overdose, Wilsum, Airbag, The Excitors en Kern
Koppen.
Daarnaast was er nog de Vestia Jong Stage, waar
Red Bull NewHorizons een programma had
samengesteld bestaande uit een potpourri van
dans, cabaret, poëzie, sport, workshops,
presentatie en, hoe kan het ook anders op een
festival als dit, muziek.
Vijf
decennia muziek
Op Parkpop passeerden in zekere zin vijf decennia
populaire muziek de revue, zonder dat dit altijd
iets te maken met de leeftijd van de
uitvoerenden. Zo riep de rauwe gitaarrock van
Moke bij tijd en wijle herinneringen op aan
muziek uit de jaren ’60, had de oosters
getinte rock van Kula Shaker een jaren
’70-tintje, herleefden met Matt Bianco en
The Proclaimers deels de jaren ’80 weer
even, maakte Sheryl Crow met haar bekendste songs
een sprongetje naar de jaren ’90 en lieten
diverse nieuwe(re) artiesten werk uit deze eeuw
horen. In het navolgende een impressie van de
optredens die ondergetekende bijwoonde.
Het Britse Matt Bianco scoorde in de jaren
’80 dik met jazzy latinopopsongs als Whose
Side Are You On?, Half a Minute, Get Out of Your
Lazy Bed, Don’t Blame It On the Girl en Wap
Bam Boogie. In hun gelederen bevond zich in de
beginperiode de Poolse zangeres Basia (met de
moeilijk uitspreekbare achternaam
Trzetrzelewska), met haar karakteristieke,
zoetgevooisde stem. Zij ging echter op zeker
moment solo en nam toetsenist Danny White in haar
kielzog mee. Een kortstondige reünie van de twee
oudgedienden daargelaten bestaat de kern van Matt
Bianco al vele jaren uit zanger Mark Reilly,
bandlid van het eerste uur, en toetsenist,
componist en studiotechnicus Mark Fisher. Zij
gingen een koers varen die meer op bossa nova en
salsa gericht was. Dat het zo lang stil is
geweest rond deze swingende groep, mag op zijn
zachtst gezegd raadselachtig genoemd worden, want
het optreden dat de heren en dame (een
achtergrondzangeres die op de voorgrond stond)
ten beste gaven, swingde de pan uit. Hun heerlijk
zomerse klanken leken deze dag nóg zonniger te
maken dan hij al was. Matt Bianco anno 2008
brengt werk, dat af en toe vergelijkingen oproept
met het repertoire van Kid Creole and the
Coconuts, maar toch een heel eigen identiteit
heeft.
Iets rustiger, maar niet minder onderhoudend ging
het eraan toe bij The Proclaimers. Deze Schotse
band heeft als spil én blikvangers de eeneiige
tweeling Charlie en Craig Reid. Zij en hun
kompanen lieten horen, hoe oorstrelend het kan
zijn als folk, rock ‘n’ roll en
country samensmelten. Hun verreweg bekendste
song, I’m Gonna Be (500 Miles), zo’n
twintig jaar oud alweer, heeft in Schotland zowat
de status van volkslied verworven. Wie dat voor
elkaar krijgt, stelt iets voor in de
muziekwereld. In 2007 werd het nummer opnieuw een
tophit dankzij een versie die de Britse komieken
Matt Lucas en Peter Kay voor Comic Relief gemaakt
hadden. Ook scoorden ze met onder meer met Letter
to America (hun eerste hit), Sunshine on Leith
(van het gelijknamige succesalbum) en covers als
King of the Road (Roger Miller), No Particular
Place to Go (Chuck Berry), Get Ready (The
Temptations) en Bye Bye Love (The Everly
Brothers). The Proclaimers, die er in hun songs
niet voor terugdeinzen om politieke kwesties aan
te snijden, zijn buiten hun eigen landsgrenzen
vooral in Australië populair. Op de site van
Parkpop wordt hun muziek betiteld als nerdpop
– niet geheel onbegrijpelijk, omdat de twee
broers verre van macho overkomen en ooit brillen
met behoorlijk dikke monturen droegen. De brillen
van weleer hebben inmiddels plaatsgemaakt voor
moderne exemplaren, waardoor de twee er meteen
een stuk hipper uitzien. Maar flitsende outfits,
daarin zullen de gebroeders Reid zich
waarschijnlijk nooit hullen. En dat is misschien
maar goed ook, want zoals ze gekleed waren op
Parkpop – geruit overhemd, T-shirt –
zien we The Proclaimers toch eigenlijk het
liefst: als no-nonsense muzikanten.
Een hele overgang is het van The Proclaimers naar
Monte Montgomery. Niet zo vreemd, want de twee
acts liggen niet alleen geografisch, maar ook
muzikaal mijlenver uit elkaar, verder zelfs dan
de door eerstgenoemden bezongen 500 mijlen. Deze
in Alabama geboren, maar in Texas opgegroeide
gitaarvirtuoos maakt aanstekelijke bluesrock in
de beste traditie van één van zijn grote
voorbeelden, Stevie Ray Vaughan (die in 1990,
slechts 35 jaar oud, bij een helikopterongeluk om
het leven kwam). Monte Montgomery at WorkPlay
– Live, een registratie van zijn concert in
het WorkPlay Theater in Birmingham, Alabama, werd
in 2005 op zowel CD als DVD gezet en ging als
warme broodjes over de toonbank. Hoewel
Montgomery doorgaans, zoals ook in Den Haag, de
akoestische gitaar hanteert, slaagt hij erin,
daaruit een geluid te laten komen dat klinkt als
dat van een elektrische gitaar. Op Parkpop maakte
hij met zijn energieke optreden meer dan
duidelijk waarom hij bekend staat om zijn
“electric acoustic guitar
performances”.
Hij prijkte menigmaal hoog op ranglijsten van
beste gitaristen en is de enige die zeven keer op
rij de Best Acoustic Guitar Player Award won op
het South By Southwest (SXSW) Festival in Austin.
Bij dit alles zou je bijna vergeten dat deze man
óók nog een begenadigd zanger en songschrijver
is. Ook op dát vlak toonde hij in Den Haag zijn
vakmanschap. Kortom, het wordt hoog tijd dat dit
multitalent na een carrière van zo’n 25
jaar eens doorbreekt in Europa, waar hij
momenteel op tournee is. Een interview dat we met
deze sympathieke Amerikaan hadden volgt later op
deze website.
Een sterke voorkeur voor het akoestische
gitaargeluid legt ook het uit Zeeland afkomstige
kwartet Racoon aan de dag. Racoon bestaat al
sinds 1997, maar is in Nederland met name de
laatste drie jaar buitengewoon succesvol. Met hun
melodieuze rocksongs weten ze je tot in je ziel
te raken. Toen zich bij aanvang van hun optreden
een legertje fotografen had verzameld voor de
Staedion Stage (waarin zich ook ondergetekende
bevond), sprak zanger Bart van der Weide niet
zonder gevoel voor zelfspot zijn verbazing
daarover uit: “Da’s wel mooi: er
staan hier ongeveer honderd fotografen –
nou ja, twintig. Maar wij zijn muzikanten.”
Waarna hij besloot om het aantal
plaatjesschieters toch weer op te krikken:
“Honderd fotografen! En die fotograferen
het mooiste gezichtje van de wereld!”
Tijdens hun met humor doorweven optreden wisten
de Zeeuwen niet alleen hun instrumenten, maar ook
hun toehoorders uitstekend te bespelen. Bij hun
allergrootste hit, de betoverende ballad Love You
More, zong het publiek uit volle borst mee. En
toen de krakers Happy Family, Laugh About It en
Close Your Eyes over de speakers schalden, ging
echt het dak eraf (ook al was dat er niet). Bij
laatstgenoemd nummer dansten op het podium zowaar
twee daarop toegelaten festivalgangsters vrolijk
mee! Op welk festival maak je zoiets nog meer
mee?
Vanaf de eerste noten die de Britse formatie Kula
Shaker ten gehore bracht, werd de beuk erin
gegooid, en dat paste ook wel bij deze mannen,
die vrij stevige gitaarrock brengen. Doordat
zanger Chrispian Mills een verbondenheid voelt
met India, en dan met name de spirituele
levenswijze van veel mensen aldaar, worden de
songs van Kula Shaker vaak overgoten met een
oosters sausje. Hun teksten zijn al evenmin
doorsnee te noemen: daarin komen thema’s
aan de orde als Orwelliaanse paranoia en de
oorlog in Irak. Vermeldenswaardig is verder
wellicht nog dat de leden strikte vegetariërs
zijn en dat ze ervan houden, discussies aan te
gaan over de legende van Koning Arthur. De naam
Kula Shaker is, à propos, een verbastering van
Kulashekhara, een Indiase koning die in of rond
de achtste eeuw leefde. Doet de naam van de groep
een belletje rinkelen, maar weet je niet
waardoor, dan kan dat kloppen. Want in de lage
landen schitterden ze in hitlijsten vaker door
afwezigheid dan aanwezigheid. Hun bekendste
wapenfeit is nog wel de Deep Purple-cover Hush,
afkomstig van de soundtrack van de horrorfilm I
Know What You Did Last Summer uit 1997. Maar ook
sloegen songs aan als Tattva (hun debuutsingle),
Grateful When You’re Dead en Hey Dude (die
hun grote doorbraak betekende). In augustus 1999
werd de band opgeheven, maar eind 2005 kwam het
tot een wederopstanding. Kula Shaker liet op
Parkpop overtuigend zien, niets van de oude glans
verloren te hebben. Anders gezegd: ze rockten er
ouderwets goed op los.
Zinderende
afsluiting met Sheryl Crow
Sheryl Crow sloot Parkpop zinderend af met een
miniconcert van ruim een uur waarbij ze haar
grote klasse als zangeres en gitariste toonde.
Hoewel ze in haar set de nadruk hád kunnen leggen
op nummers van haar jongste album Detours,
trakteerde ze het publiek hoofdzakelijk op een
selectie van haar grootste successen, hetgeen
veel bijval vond. Hits als All I Wanna Do,
Can’t Cry Anymore, Run, Baby, Run, If It
Makes You Happy, My Favorite Mistake, Soak Up The
Sun, The First Cut Is The Deepest… ze
kwamen allemaal voorbij – en steeds in
loepzuiver gezongen vorm.
De mengeling van rock, folk, blues en country die
haar werk kenmerkt, bracht menig bezoeker meer
dan eens in een ware feeststemming. Het was bijna
niet voor te stellen dat deze van energie
bruisende, met haar 46 jaar verbluffend jeugdig
ogende dame twee jaar geleden nog in een strijd
met borstkanker verwikkeld was. Of ze in de
moeilijke periode die ze heeft doorgemaakt
wellicht kracht heeft geput uit de aan haar eigen
brein ontsproten frase “All I wanna do is
have some fun before I die”? Ondenkbaar is
het zeker niet. En fun, dat hád ze deze avond
ontegenzeglijk, want het plezier waarmee ze
speelde spatte werkelijk van het podium af.
Aan het begin van haar wervelende show sprak ze
de naar eigen zeggen enige Nederlandse woorden
die ze kende (ofschoon ze haar gehoor af en toe
in het Nederlands bedankte): “Laten we er
iets moois van gaan maken!” En dat deden
Crow en haar bandleden, want een mooiere finale
van Parkpop, direct voorafgaand aan die andere
finale, van het EK voetbal, hadden zowel
organisatoren als festivalgangers zich niet
kunnen wensen.
Ton van Rooij
© Foto’s: Ton van Rooij
Published: Donderdag 19 juli 2008 / 15:00u.
Print this
Page