SOUTHERN BLUES NIGHT 2008
- 21 maart 2008 • Theater Heerlen (NL) -
De 12e
editie van de Southern Bluesnight keerde na 3 edities
in Kerkrade terug naar het prachtig vernieuwde Theater
te Heerlen.
Parkstad Limburg Theaters in samenwerking met de
Stichting Southern Blues Promotion had weeral voor een
indrukwekkend programma gezorgd.
Er werd gewerkt met 3 podia en een strak uurschema. In
Nederland komt deze formule van meerdere acts op
hetzelfde tijdstip vaak voor. In België heeft gelukkig
nog geen enkel bluesfestival deze formule overgenomen.
Op voorhand al een selectie maken van welke artiesten
men wil bekijken was de boodschap. Alle acts bekijken
is onmogelijk en de keuze werd alleen maar moeilijker
met zo’n mooi aanbod.
Om 20:00u begon pianist Little Willie Littlefield aan
het eerste optreden in de grote zaal. Hij werd
vakkundig begeleid door het (Nederlands) Limburgse The
Bluescrowns. Little Willie gaf elke muzikant ruimte om
zijn kunnen te etaleren. Zijn set bestond uit
klassiekers zoals ‘Everyday I have the
blues’, ‘Since I met you’,
‘Sweet home Chicago’ en ‘Going to New
Orleans’. De 77-jarige Little Willie amuseerde
zich en ramde aanstekelijke boogies uit de peperdure
Steinway piano. Na drie kwart van zijn set moest ik
naar de kleinere zaal om Harry Bodine and the Shiner
Twins te zien.

The Shiners Twins hebben met hun debuutalbum ‘All
in store’ van eind 2006 één van de beste
rootsplaten van de Benelux gemaakt. Eindelijk kon ik
eens zien wat zij live te bieden hadden. Hun gitarist
Richard van Bergen behoort tot de top van de beste
rootsgitaristen van Nederland. In tegenstelling tot de
andere Nederlandse backingsbands van deze avond kozen
zij om het repertoire van hun frontman te spelen en dus
geen voor de handliggende covers. De voor mij onbekende
Texaan Harry Bodine ((foto boven) heeft geen indruk
kunnen maken. Hij kreeg geen vaart in het optreden
doordat hij te veel breaks tussen de nummers inlaste,
o.a. om een gitaar te zoeken. Hun rootsmuziek was, in
vergelijking met de andere bluesacts, minder
toegankelijk voor de meeste toeschouwers. In een
kleinere club, met een publiek dat weet wat men mag
verwachten, zullen zij beter tot hun recht komen.
Vervolgens terug naar de grote zaal om Lea Gilmore
(foto onder) te zien. Deze dame heeft in België al een
heuse reputatie opgebouwd als gospelzangeres. Met haar
krachtige en imponerende stem kan ze zowel blues, soul,
jazz als gospel aan. Haar set bestond oa uit
‘CC-rider’, ‘Hallelujah, I love you
so’, ‘Tell me what I say’, ‘Do
I move you’ ‘Respect yourself’ en een
funkie versie van ‘Rock me baby’. Mij
stoorde het dat zij constant het publiek opjutte om mee
te zingen en op commando te klappen. Zij kreeg op die
manier alle toeschouwers mee, maar dit ging wel ten
koste van de kwaliteit van de uitvoering van de
nummers. Applaus moet je als artiest niet vragen, dat
moet je verdienen. En Lea heeft zoveel klasse om ook
zonder die trukjes het publiek in te palmen.

Ian Siegal speelde vanavond akoestisch en werd begeleid
door Wesley van Werkhoven op harmonica. Ian speelde in
het theatercafé waar het drummen was om een glimp van
de op stoel zittende frontman te kunnen opvangen.
Omdat ik Ian het komende festivalseizoen geregeld zal
kunnen bewonderen heb ik mij terug naar de grote zaal
gerept waar Tail Dragger (foto onder) bezig was. Met
zijn in whiskey en sigaren gedrenkte stem is hij de
reïncarnatie van Howlin’ Wolf. Hij is gewoon om
zich te laten begeleiden door de top van de
Chicagobluesscène. Met Hein Meijer alias Little Boogie
Boy heeft hij een Nederlandse gitarist die perfect
verstaat hoe chicagoblues gespeeld moest worden. Na
enkele nummers was het echter tijd om te verhuizen naar
de kleinere zaal om de artiest te zien waar ik het
meest naar uitzag.

Even kijken of de bijna 81-jarige Big Jay McNeely (foto
onder) zijn bijnaam ‘King of the honkers’
nog kon waarmaken. Na een funky intro van
begeleidingband JZZZZZP verscheen Big Jay in het
publiek en niet zoals verwacht op het podium. Wie een
oude legende op een stoeltje had verwacht zal enorm
verrast geweest zijn. Zelden nog zo’n
spectaculaire show gezien. Zijn stem en
blaascapaciteiten op de tenorsax bleken nog van hoog
niveau te zijn. Dit in combinatie met zijn charisma,
uitpuilende kikkerogen, zweetgutzend voorhoofd en
grappige bindteksten zorgden voor een memorabel
concert. Zijn setlist bestond uit ‘I can’t
stop loving you’, ‘Big fat mama’,
‘Everybody needs somebody’,
‘Rockin’ and rollin’en afsluiter
‘There is something on your mind’. Hij en
het publiek kregen er maar niet genoeg van.

Het was al 1:00u toen Nick Moss & The Flip Tops na
het hoogtepunt van Big Jay McNeely het podium op
kwamen. Nick maakte een vermoeide indruk. Hij leek ten
opzichte van vorig jaar enkele kilo’s zijn
bijgekomen, zijn haar kon een knipbeurt gebruiken en
zijn baard was onverzorgd. Hij begon met een (te) lange
solo op gitaar. Nick liet zijn pianist en
2e
gitarist meerdere nummers zingen. Daardoor heb je het
gevoel dat je niet naar Nick Moss aan het kijken bent.
Op cd vind ik Nick Moss sterk, maar live heeft hij mij
nog niet kunnen overtuigen. Het werd al laat op de
avond en vele toeschouwers gingen huiswaarts.

Op weg naar de uitgang waren Phil Bee & The
Buzztones nog een feestje aan het bouwen. Het vuur dat
ik miste bij Nick Moss bleek wel aanwezig bij deze
Nederlandse band. Hun set eindigde in een jamsessie met
o.a. een benevelde Ian Siegal en muzikanten uit diverse
Nederlandse bands en Fried Bourbon.
Achteraf heb ik nog lovende kritieken gehoord over Ian
Parker en Paul Batto. Maar ja, zoals reeds vermeld was
alles zien onmogelijk.
De organisatie biedt een professionele infrastructuur
voor zowel artiest, pers, als bezoeker. Ze zijn goed
bezig om de fakkel van de legendarische Blues Estafette
over te nemen.
Kris Vermeulen
© Foto’s: Danny Ducati / Alfons Maes
De meest charismatische bluesperformer van deze editie:
Ian Parker