The Allman Brothers Band: Brothers & Sisters
|
De broers Howard Duane (20-11-’46) en Gregory Lenoir Allman (08-12-’47) werden in Nashville geboren en onder invloed van Muddy Waters, Bobby Bland, Little Walter en andere blues- en R&B-giganten ontwikkelen ze zich in tientallen kortstondige formaties, tot ze onder de naam The Allman Joys hun eerste single opnamen.
In datzelfde clubcircuit zit The Second Coming, een groep rond gitarist Forrest Richard ‘Dickey’ Betts en bassist Raymond Berry Oakley. Niet veel later ontmoeten ze ook drummer Johnny Lee Johnson aka Jai Johanny Johanson, die zich verder onderscheidde bij Joe Tex, Percy Sledge en Otis Redding. Tijdens Duane’s bezoeken aan Florida ontstaat het idee om met Greg (vocals, gitaar), Betts (vocals, gitaar), Oakley (bas), Trucks (drums) en ‘Jaimoe’ Johnson (drums) een band op te richten. De naam van de band, The Allman Brothers Band, gezien de dominerende rol van de beide broers, een logische keuze. Tot Duane Allman, na drie succesvolle albums, het leven laat in een motorcrash op 29 oktober ‘71, (Duane verzorgde verder ook sessiewerk bij oa. Boz Scaggs, John Hammond, Delaney & Bonnie alsook op ‘Layla & Other Assorted Love Songs’ van Eric Clapton’s Derek & The Dominos). De overige bandleden alsook de internationale pers is diep geschokt door dit verlies. Het gaat bergaf met de band en het is Dickey Betts die alle solopartijen voor zijn rekening zal nemen. In de herfst van ‘72 wordt Chuck Leavell (ex- American Eagles en Sundown, maar tegenwoordig al jaren vast lid van The Rolling Stones) aan de band toegevoegd. Tot het noodlot opnieuw toeslaat, op 11 november van ‘72 verongelukt bassist Oakley op net dezelfde wijze als Duane. (Crasht met zijn motor op een truck). Zijn vervanger wordt Lamar Williams, en die treft nog net The Allman Brothers in hun laatste creatieve opflakkering. ‘Brothers and Sisters’ uit 1973, de titel is zo vanzelfsprekend over de relaties tussen de bandleden. Het is een fijne mix tussen Southern rock, blues en licht getinte country songs. Het album werd geregistreerd in de Capricorn Sound Studios, Macon, Georgia, die eigendom was van manager Phil Walden. Voor de productie zorgden Johnny Sandlin en de band en het album werd zowaar opgedragen aan hun broer Berry Oakley. Greg Allman en Dickey Betts penden de zeven songs bij elkaar en de release opent alvast sterk met ‘Wasted Words’. Een zuidelijke rocksong met een schitterende Betts op slide gitaar, hier begeestert hij alvast zijn gitaar. ‘Ramblin’ Man’ is een klassieker die in iedere ‘Top-100 Aller Tijden’ thuishoort, een uptempo, strak gedrumd en een gitaargevecht tussen Dickey en Les Dudek om vingers en duimen bij af te likken. Dit zijn nog de enige twee sessies voor Oakley’s dood op deze release. Op ‘Come and Go Blues’ gaat Chuck Leavell dan weer helemaal loos op de toetsen, schitterend! ‘Jelly Jelly’ is een van de weinige bluestracks mede door Gregg‘s diepe bluesstem, een rustige ballade waar Gregg alle registers opentrekt op orgel maar opnieuw van antwoord wordt gediend door een swingende Chuck Leavell. Met ‘Soundbound’ gaan we opnieuw de hoogte in, met een wat funkyachtige ondertoon, mede door de steeds wederkerende gitaarrif, nog zo’n nummer om crazy van de worden. Wat dan volgt is ongehoord, het opzwepende ‘Jessica’, de klassieker onder de instrumentale songs, hier schieten mij na al die jaren nog steeds worden tekort. Het kruipt zo onder je huid om je nooit meer te verlaten. Afsluiter is ‘Pony Boy’, wij trekken met dit nummer zo de Delta in, een akoestisch bluesy hoogtepunt op het album, Betts geeft van katoen op dobro, Lamar is lekker volgzaam op akoestische bas, Tommy Talton streelt zijn akoestische gitaar, Butch begeestert zijn trommels en Chuck Leavell is rustig achter zijn klavier. Wat een afsluiter van een ondertussen traditioneel album. Door al deze klassieke songs zal The Allman Brothers Band de geschiedenisboeken in gaan als een van de grootste Southern Rock bands allertijden. Bandleden: Gregg Allman: Vocals, rhythm gitaar, orgel Richard ‘Dickey’ Betts: Vocals, slide gitaar, lead gitaar Berry Oakley: Bas Lamar Williams: Bas Chuck Leavell: Piano, elektrische piano Butch Trucks: Drums, percussie, congas Jaimoe: Drums, congas Les Dudek: Gitaar Tommy Dalton: Akoestische gitaar Philip Verhaege Label: PolyGram Records Nr.: 825 092-2 Distr.: www.polygramrecords Website: www.theallmanbrothersband.com |

