‘The Blues goes way back.’
Bluesmuzikant Guy Verlinde is net vijftig geworden, en bundelde zijn vijftig beste songs op vier cd’s. Een ideaal excuus voor een Keys and Chords-interview. Tell us who's that writin', Guy the Revelator!
|
Julian De Backer: ‘Uw nieuwe song, ‘Me and My Blues’, is zeer mooi. U viert nu uw vijftigste verjaardag. Boudewijn de Groot maakte al na tweeëntwintig jaren in dit leven een testament op van zijn jeugd. Wat is het meest markante dat u de voorbije vijftig jaar heeft meegemaakt, en heeft dat uw muziek beïnvloed?’
Guy Verlinde: ‘Ik denk sowieso dat de hele coronaperiode het moeilijkste was. Normaal gezien werk je om iets te verdienen. Sinds die eerste lockdown begonnen we te werken om zo weinig mogelijk te verliezen. Optredens werden verplaatst en nog een keer verplaatst en je probeerde zo weinig mogelijk optredens geannuleerd te krijgen. Uiteindelijk voelde je je een beetje als iemand die bordjes in het circus op een stokje moet draaien. Tegen beter weten in probeer je ze toch allemaal in de lucht te houden. Toen de pandemie begon, was ik bezig met de voorbereidingen van mijn plaat ‘Standing in the Light of a Brand New Day’. En dat werd allemaal opgeschort. We konden niet repeteren, we konden niet in de studio. Dan drogen de fondsen snel op. Ik heb veel hulp gekregen van fans via crowdfunding. Die plaat is een beetje therapie geworden, iets om naar uit te kijken. Ik ben een beroepsmuzikant, ik ben zelfstandig. Dat wil zeggen dat ik alles doe: liedjes maken, spelen en zingen. Alsook mailtjes, contracten, facturen, etc. De reden waarom dat financieel haalbaar is, is dat ik het allemaal zelf doe. En eigenlijk heb ik daar geleerd dat ik gewoon moet loslaten, dat je niet alles onder controle moet houden. Soms is ‘goed’ ook ‘goed genoeg’. Voordien zit je altijd te twijfelen, wil je alles perfect, en verlies je heel veel energie aan onbenulligheden. Dat is een grote turning point geweest in zowel mijn muziek als in hoe ik me verder organiseer. Sindsdien heb ik de indruk dat ik veel meer geniet. Ik heb veel meer vertrouwen dat het goed komt. Vroeger ageerde ik vaker uit angst, maar je gaat nooit excelleren vanuit angst. Een ferm donkere periode was dat. Het heeft één van mijn meest positieve platen opgeleverd.’ |
Julian: ‘De blues als genre, als muziekstijl, is een beetje de bakermat van alles. Rhythm and blues, soul, maar ook popmuziek, rock-‘n-roll, hip hop, etc. Bijna alles is eigenlijk begonnen bij de blues. Blues als kiem van moderne muziek. Het lijkt me niet eenvoudig voor een professioneel bluesmuzikant om vandaag nog dat waarachtige vol te houden. Er is heel veel vooraf geprogrammeerd, mensen laten zelfs hun lyrics schrijven en nalezen door die dekselse AI. De blues, waarin het zo belangrijk is dat het echt is, dat het niet fake is, staat onder enorme druk. Hoe gaat u daarmee om, en hoe houdt u het genre echt?’
Guy: ‘Blues is nooit een mainstream muziekgenre geweest. Het heeft zeker periodes van grotere populariteit gekend, en jonge mensen zullen er altijd naar teruggrijpen. Al is het maar een gitarist die bezeten is van Jimi Hendrix of Led Zeppelin. Om de zoveel jaar heb je toch weer een jonge generatie die die blues ontdekt. En ja, je hebt AI. Ik voorspel dat we heel goede opnames gaan horen van amateurbands, die dan waarschijnlijk AI gebruikt hebben. Ze hebben dan een goede opname, maar hebben ze het zelf gespeeld of niet? Uiteindelijk ga je het toch live moeten brengen. Bluesmuziek moet live. Je mag nog zo'n goede plaat hebben, als je ze niet live kunt brengen, of als je mensen niet kunt overtuigen van je verhaal, ja, dan sterft dat toch een stille dood. Bluesmuziek is maakmuziek. Je ziet muzikanten gitaar spelen, harmonica spelen, en het gebeurt allemaal op en in het moment. Ook vroeger had je al ook heel goede muzikanten die niks te vertellen hadden, en heel slechte muzikanten die zich helemaal smeten en daardoor een bepaalde sympathie wonnen. Waarom raakt deze muzikant je wel, en de andere niet? De blues is immuun voor veel trends. Meer zelfs, de blues heeft alle trends overleefd. De blues krijgt steeds nieuwe gezichten en subgenres. Zolang het mensen naar de blues doet teruggrijpen, tja, waarom niet? Ik speel een mix van blues, americana, en singer-songwriter. Waarom zou ik me beperken? Helden als Neil Young, Bob Dylan, en Eric Clapton spelen zowel traditionele blues als zeemzoetige popliedjes. Zolang mensen mij volgen in mijn verhaal en mijn platen kopen, maak ik wel mijn eigen verhaal van de blues. Wat een luxe dat ik gewoon mijn goesting kan doen. Vindt de bluespolitie het niet goed? So what, die komen toch niet naar mijn optreden kijken. De ‘legacy’, de jarenlange traditie, is sociaal-cultureel beladen. Het blijft, mits goed gespeeld, de schoonste muziek ter wereld. Als je een goeie boogie hebt, you can go all night long, hé.’
Guy: ‘Blues is nooit een mainstream muziekgenre geweest. Het heeft zeker periodes van grotere populariteit gekend, en jonge mensen zullen er altijd naar teruggrijpen. Al is het maar een gitarist die bezeten is van Jimi Hendrix of Led Zeppelin. Om de zoveel jaar heb je toch weer een jonge generatie die die blues ontdekt. En ja, je hebt AI. Ik voorspel dat we heel goede opnames gaan horen van amateurbands, die dan waarschijnlijk AI gebruikt hebben. Ze hebben dan een goede opname, maar hebben ze het zelf gespeeld of niet? Uiteindelijk ga je het toch live moeten brengen. Bluesmuziek moet live. Je mag nog zo'n goede plaat hebben, als je ze niet live kunt brengen, of als je mensen niet kunt overtuigen van je verhaal, ja, dan sterft dat toch een stille dood. Bluesmuziek is maakmuziek. Je ziet muzikanten gitaar spelen, harmonica spelen, en het gebeurt allemaal op en in het moment. Ook vroeger had je al ook heel goede muzikanten die niks te vertellen hadden, en heel slechte muzikanten die zich helemaal smeten en daardoor een bepaalde sympathie wonnen. Waarom raakt deze muzikant je wel, en de andere niet? De blues is immuun voor veel trends. Meer zelfs, de blues heeft alle trends overleefd. De blues krijgt steeds nieuwe gezichten en subgenres. Zolang het mensen naar de blues doet teruggrijpen, tja, waarom niet? Ik speel een mix van blues, americana, en singer-songwriter. Waarom zou ik me beperken? Helden als Neil Young, Bob Dylan, en Eric Clapton spelen zowel traditionele blues als zeemzoetige popliedjes. Zolang mensen mij volgen in mijn verhaal en mijn platen kopen, maak ik wel mijn eigen verhaal van de blues. Wat een luxe dat ik gewoon mijn goesting kan doen. Vindt de bluespolitie het niet goed? So what, die komen toch niet naar mijn optreden kijken. De ‘legacy’, de jarenlange traditie, is sociaal-cultureel beladen. Het blijft, mits goed gespeeld, de schoonste muziek ter wereld. Als je een goeie boogie hebt, you can go all night long, hé.’
|
Julian: ‘Wat was voor jou de eerste aanraking? Rond 1990 was jij een tiener. Toen was Gary Moore net heel populair. Was hij jouw opstap naar de blues?’
Guy: ‘Nee, ik was alles aan het ontdekken in het midden van de grunge en de techno. Ik luisterde naar alle grungebands, maar er was toen ook een grote sixtiesrevival. Je had in 1991 ook de The Doors-film van Oliver Stone ...’ Julian: ‘Heb jij die in de bioscoop gezien?’ Guy: ‘Nee, de The Doors-film heb ik niet in de bioscoop gezien. Maar toen werd er erg teruggegrepen naar de sixties, en via die sixties ben ik dan toch in de blues beland dankzij de vader van een vriend van mij. Die vader importeerde heel veel Amerikaanse bands en artiesten. Toen ik gitaar speelde bij die vriend, ontdekte ik de geïmporteerde cd’s van zijn vader en hoorde ik voor de eerste keer bewust bluesmuziek. Dat raakte me veel sterker dan andere muziek. Vervolgens heb ik twee verzamelaars - eentje van Alligator en eentje van Blind Pig Records - gekregen om te beluisteren, en in dat weekend is mijn liefde echt ontploft. Sindsdien was de blues de grote leader. ‘The Healer’ van John Lee Hooker was net uit, met daarop allemaal guest artists. The Red Devils hebben ook veel voor mij betekend, ik vind deze band nog steeds fantastisch. En uiteraard heeft Stevie Ray Vaughan ook een enorme impact gehad op veel bluesmuzikanten.’ |
Julian: ‘Mijn vader is een enorme Stevie Ray Vaughan-fan. Geweldige muzikant.’
Guy: ‘Rory Gallagher was ook van verpletterend belang. Ik heb hem in 1993 voor het eerst keer gezien, en tot aan zijn dood in 1995 heb ik hem vier keer gezien. Voor mij was dat vooral de belichaming van hoe je met je publiek omgaat. Zo'n jovialiteit, en dat in een tijd waarin heel veel grungegroepen ‘fuck you’ en ‘motherfuckers’ riepen. Ik dacht: ‘Hoe kan je nu ‘fuck you’ zeggen aan de mensen die jouw ticketje gekocht hebben?’ Ik merkte toen al dat ik niet de skills had om Gallagher na te spelen. Maar zijn vibe probeerde ik in mijn eerste bandjes te stoppen, en ik ging zo vaak mogelijk naar optredens. Ik heb heel veel gestolen met mijn ogen, van hoe ze het deden, van hoe zo'n bluesshow werd opgebouwd, hoe ze het contact met het publiek onderhielden. Pas op, ik luisterde ook wel naar hedendaagse rockmuziek, maar die was toch ook vaak retro. Lenny Kravitz, Black Crows, de Unplugged Clapton op MTV, allemaal heel ‘sixties’.
Ik ben nu vijftig. Dat lijkt oud, maar het is ook nog ‘maar’ vijftig. Heel veel bluesmuzikanten worden alleen maar beter. Iemand als Buddy Guy is nu negentig en was nooit beter. Als je blues speelt, ben je een ‘young promising musician’ tot je vijfenzestigste, en pas daarna word je serieus genomen. Dat is het voordeel van de blues, je hebt veel tijd om te rijpen. Ik ben beperkt als muzikant, dus ik speel wat ik kan spelen en wat ik wil spelen. Door die beperking heb ik een eigen stem gecreëerd, met mijn open tunings en mijn fingerpicking gitaar. John Lee Hooker speelt zoals John Lee Hooker, omdat hij niks anders kon dan John Lee Hooker spelen. Ik speel zoals B.B. King, omdat hij ook niks anders kon. Uit een beperking kan je een stijl en een sound puren. Albert Collins, Freddie King, Albert King, Little Walter, allemaal identiteit. Bluesmuzikanten zijn een spons die alles absorberen. Beetje per beetje komt er wel een ‘destilate’ uit. Je eigen stijl, je eigen sound, maar om op dat punt te komen, heb je tijd nodig.
Als ik veel oefen, dan kan ik wel een goede gitarist worden. Maar zet mij naast iemand als Stef Paglia of Richard van Bergen, tja, die doen alles intuïtief. Mijn sterkte is liedjes maken, teksten schrijven, en verhalen vertellen op het podium. En ik omring me door topmuzikanten. Zelfs als goede sologitarist heb je een goede band nodig om te kunnen etaleren wat je wilt doen. Als ik platen opneem, dan altijd met de best mogelijke muzikanten. Want uiteindelijk neem je een liedje maar één keer op. En dan moet het goed zijn. Alhoewel, nu met mijn best of heb ik sommige nummers opnieuw opgenomen. Nummers waarvan ik dacht: ‘Die verdienen een tweede kans’. Nu kan ik beter zingen en beter spelen dan vijftien jaar geleden.’
Guy: ‘Rory Gallagher was ook van verpletterend belang. Ik heb hem in 1993 voor het eerst keer gezien, en tot aan zijn dood in 1995 heb ik hem vier keer gezien. Voor mij was dat vooral de belichaming van hoe je met je publiek omgaat. Zo'n jovialiteit, en dat in een tijd waarin heel veel grungegroepen ‘fuck you’ en ‘motherfuckers’ riepen. Ik dacht: ‘Hoe kan je nu ‘fuck you’ zeggen aan de mensen die jouw ticketje gekocht hebben?’ Ik merkte toen al dat ik niet de skills had om Gallagher na te spelen. Maar zijn vibe probeerde ik in mijn eerste bandjes te stoppen, en ik ging zo vaak mogelijk naar optredens. Ik heb heel veel gestolen met mijn ogen, van hoe ze het deden, van hoe zo'n bluesshow werd opgebouwd, hoe ze het contact met het publiek onderhielden. Pas op, ik luisterde ook wel naar hedendaagse rockmuziek, maar die was toch ook vaak retro. Lenny Kravitz, Black Crows, de Unplugged Clapton op MTV, allemaal heel ‘sixties’.
Ik ben nu vijftig. Dat lijkt oud, maar het is ook nog ‘maar’ vijftig. Heel veel bluesmuzikanten worden alleen maar beter. Iemand als Buddy Guy is nu negentig en was nooit beter. Als je blues speelt, ben je een ‘young promising musician’ tot je vijfenzestigste, en pas daarna word je serieus genomen. Dat is het voordeel van de blues, je hebt veel tijd om te rijpen. Ik ben beperkt als muzikant, dus ik speel wat ik kan spelen en wat ik wil spelen. Door die beperking heb ik een eigen stem gecreëerd, met mijn open tunings en mijn fingerpicking gitaar. John Lee Hooker speelt zoals John Lee Hooker, omdat hij niks anders kon dan John Lee Hooker spelen. Ik speel zoals B.B. King, omdat hij ook niks anders kon. Uit een beperking kan je een stijl en een sound puren. Albert Collins, Freddie King, Albert King, Little Walter, allemaal identiteit. Bluesmuzikanten zijn een spons die alles absorberen. Beetje per beetje komt er wel een ‘destilate’ uit. Je eigen stijl, je eigen sound, maar om op dat punt te komen, heb je tijd nodig.
Als ik veel oefen, dan kan ik wel een goede gitarist worden. Maar zet mij naast iemand als Stef Paglia of Richard van Bergen, tja, die doen alles intuïtief. Mijn sterkte is liedjes maken, teksten schrijven, en verhalen vertellen op het podium. En ik omring me door topmuzikanten. Zelfs als goede sologitarist heb je een goede band nodig om te kunnen etaleren wat je wilt doen. Als ik platen opneem, dan altijd met de best mogelijke muzikanten. Want uiteindelijk neem je een liedje maar één keer op. En dan moet het goed zijn. Alhoewel, nu met mijn best of heb ik sommige nummers opnieuw opgenomen. Nummers waarvan ik dacht: ‘Die verdienen een tweede kans’. Nu kan ik beter zingen en beter spelen dan vijftien jaar geleden.’
|
Julian: ‘Toen Chris Rea zijn best of uitbracht, heeft hij ook alle nummers opnieuw opgenomen. Vervolgens noemde hij de plaat ‘New Light Through Old Windows.’
Guy: ‘Ja, dat is ook zo. Soms maak je keuzes op opnames. Achteraf denk je dan: ‘Ik had dat toch beter anders gedaan’ Ik ben heel blij met de vele opnames die ik heb. Daardoor kan ik nu mijn best of met vijftig nummers uitbrengen, verspreid over vier compact discs. Er had zelfs meer kunnen opstaan, vind ik. Maar het is vooral je legacy als muzikant. Als je in een groep speelt, zorg dan dat je een opname hebt. Want als de groep stopt of er komt ruzie, dan is het enige dat je hebt een paar crappy live opnames of een telefoonopname uit het repetitiekot.’ Julian: ‘Van één van de meest invloedrijke bands, The Velvet Underground, bestaan amper livebeelden. Dat is vandaag de dag ondenkbaar.’ Guy: ‘Ja, het waren andere tijden. Er zijn ook heel weinig videoopnames van Muddy Waters uit zijn eerste jaren. We mogen blij zijn dat we die recordings van Alan Lomax hebben.’ |
Julian: ‘Of Robert Johnson, waarvan er jarenlang maar één foto was. Nu hebben ze er drie of vier. Maar jarenlang één foto. De man die het genre bijna heeft uitgevonden, en dan is er maar één foto.’
Guy: ‘The blues goes way back, hè.’
Julian: ‘Zoals jij in jouw song zegt: ‘Nobody's gonna take away my blues/My blues will be stronger than before’.’
Guy: ‘Klopt. Dat nummer heb ik geschreven toen ik verwikkeld zat in een juridische strijd over de rechten van een liveplaat. Mijn blues blijft overeind, wat er ook gebeurt.’
Julian: ‘Bedankt voor het gesprek.’
Guy: ‘The blues goes way back, hè.’
Julian: ‘Zoals jij in jouw song zegt: ‘Nobody's gonna take away my blues/My blues will be stronger than before’.’
Guy: ‘Klopt. Dat nummer heb ik geschreven toen ik verwikkeld zat in een juridische strijd over de rechten van een liveplaat. Mijn blues blijft overeind, wat er ook gebeurt.’
Julian: ‘Bedankt voor het gesprek.’
© 2026 Julian De Backer voor Keys and Chords
A WOODLAND HILLCREST PROMOTION PRODUCTION I KEYS AND CHORDS 2001 - 2026