|
|
woensdag 19 november 2025
CC Palethe, Pelt Report: Lambert Smits Foto's: Stefan Meekers © Met dank aan: CC Palethe |
|
Country is een muziekgenre met vele gezichten. In eerste instantie is er de traditionele en misschien wel meest commerciële country, maar daarnaast heb je o.a. ook ‘outlaw country’ en ‘maverick country’. Alhoewel beide genres met elkaar verweven zijn, zijn ze niet hetzelfde. Maverick country definieert de individuele houding van een countryartiest en benadrukt zijn of haar onafhankelijkheid van het establishment en de bereidheid om wars tegen alle regels buiten de lijntjes te kleuren.
Dit zette Bjorn Eriksson, Nathalie Delcroix, Piet De Pessemier, Thomas De Smet en Patrick Riguelle aan om met de tot de ‘maverick country’ behorende songs een avondvullende voorstelling te maken. De schat aan songs binnen dit genre is immens. Het vijftal koos voor een groot deel uit minder bekende en soms onbekende nummers. Patrick Riquelle mocht de spits afbijten met ‘Big Rock Candy Mountain’, een nummer uit 1928 dat zowel country als folk in zich draagt, waarna vele grootheden van het genre aan bod kwamen. Nathalie Delcroix bracht een schitterende versie van Loretta Lynns ‘First City’, waarna Patrick de steelgitaar op schoot nam voor Willie Nelsons ‘On The Road Again’. Iemand die het maverick genre tot een succes maakte, is zeker Kris Kristofferson. Piet bracht van hem ‘Sunday Morning Comin’ Down’, dat ingezet werd op akoestische gitaar, waarna de volledige band inviel. The Everly Brothers zul je niet dadelijk associëren met het maverick genre. Toch waren het Don en Phil die ‘Sleepless Nights’ origineel opnamen. Binnen het countrygenre werd het echter populair door Gram Parsons versie, en een kolfje naar de hand van het duo Eriksson-Delcroix. Een eerste kippenvelmoment kwam er met het door iedereen rond één microfoon gebrachte ‘Orphan Girl’, schitterend gezongen door Nathalie. Ricky Nelson scoorde bij ons met ‘Hello Mary Lou’. De man had echter heel wat meer op zijn palmares staan. Eén van zijn mooiste songs is ‘Garden Party’ en dus in de versie van Patrick, terecht een plaats op de playlist. |
Hank Williams mag je niet over het hoofd zien in de country. Zijn levensstijl en zijn nummers behoren ongetwijfeld voor een groot deel tot het maverick genre. Bjorn bracht met verve Hanks ‘Long Gone Lonesome Blues’. Williams zou later, tijdens de bisnummers nogmaals passeren in ‘Jambalaya’.
Wie het ruige imago van de country hoog in het vaandel voerde, was Johnny Paycheck. Zijn naam was trouwens een parodie op Johnny Cash. Dat Paycheck net als Cash steengoede nummers opnam, bewees Riguelle met een toffe uitvoering van ‘Pardon Me (I’ve Got Someone To Kill)’. Voor een tweede kippenvelmoment zorgde Bjorn in het met rockabilly verwante ‘I’m Coming Home’ van Johnny Horton, inclusief een prima solo op de staande bas van Thomas De Smet. Aan de reactie van het publiek was duidelijk te merken dat dit rauw uptempo nummer enorm geapprecieerd werd. De set afsluiten deed de band met ‘Dead Flowers’ van The Rolling Stones. Niet dadelijk een countrynummer, maar de lyrics passen wel in het maverick genre. Het publiek genoot en eiste dan ook nog enkele ‘encores’. Naast het eerder genoemde ‘Jambalaya’, waar Bjorn de fiddle ter hand nam, kwam er met ‘Am I Too Blue’ het definitieve einde. Dat ‘Country Mavericks’ het publiek op de hand kreeg, werd vertaald in een staande ovatie. De band eerde de grote singer-songwriters, waardoor het groot deel aan ballades zeker te verantwoorden was, al hadden iets meer uptempo songs zeker niet misstaan. |
A WOODLAND HILLCREST PROMOTION PRODUCTION I KEYS AND CHORDS 2001 - 2025